Vrouw en ambt

2012-07-07
  • Jaargang 56
  • nummer 14
Opvallend om te zien hoe heikele onderwerpen ook in die delen van de kerk aan de orde komen waar je dat misschien niet had verwacht. En wat zich liet aanzien als een diep theologisch verschil lijkt dan toch vooral een faseverschil te zijn.
Kort na elkaar kwam ik twee artikelen tegen over de vrouw in het ambt.
Het eerste in De Reformatie van 1 juni. Daar wordt verslag gedaan van een uitgebreid bezinningstraject in de GKV van Pijnacker-Nootdorp.
Definitieve antwoorden zijn daar niet uitgekomen, wel een paar voorlopige conclusies:

• Wat de Bijbel ons te vertellen heeft over de taken, rollen en posities van mannen en vrouwen, is een veelkleurig geheel. Over de vrouwen die optreden in het Oude en Nieuwe Testament is meer te zeggen dan alleen maar dat zij ‘zwijgen’ en ‘volgen’.
• We komen niet helemaal uit met de idee van een ‘scheppingsorde’ waarin God de verhoudingen van man en vrouw eens en voor altijd heeft vastgelegd. Uit Genesis 1-3 lezen wij niet zomaar hetzelfde af als wat Paulus er in zijn brieven uit naar voren haalt. Bovendien is de geschiedenis niet bij Genesis stil blijven staan. Wanneer we de lijn doortrekken van de zondeval naar de verlossing door Jezus Christus, zie je dat aan de ene kant het eigene van mannen en vrouwen met hun onderlinge verhouding gehandhaafd blijft, terwijl aan de andere kant aangestuurd wordt op een hogere eenheid en gelijkwaardigheid in Christus. De idee van ‘scheppingsorde’ behoeft dus in elk geval aanvulling vanuit de ‘verlossing’.
• We constateren dat we allemaal te maken hebben met maatschappelijke ontwikkelingen die tot een sterke verbetering van de positie van vrouwen hebben geleid, hoewel niet elke verbetering zo eenduidig is. Van deze ontwikkeling profiteren we zelf, en we hoeven er dan ook niet achter terug. Tegelijk kwam met verrassende kracht in onze onderlinge gesprekken het besef naar voren dat de weg die God in de Bijbel wijst voor mannen en vrouwen doorslaggevend is. ()
• De omgang met het thema m/v in de kerk is niet alleen een kwestie van een juiste visie in theorie, met alle argumenten netjes op een rij.
Uiteindelijk gaat het over het concrete leven en samenleven: weet je daarin de Bijbelse aanwijzingen gestalte te geven?
• Als positieve keerzijde van de laatstgenoemde elementen hebben we gezocht naar het ‘eigene’ van vrouwen en mannen. Gesuggereerd werd dat de kern van het vrouwzijn ligt in het ‘doorgeven van het leven’ (kinderen ter wereld brengen en grootbrengen), en de kern van het man-zijn in het ‘bieden van een veilige, beschermde omgeving’.

In Kontekstueel van mei 2012 is het dr. P. van den Heuvel (gelieerd aan de Gereformeerde Bond), die over hetzelfde onderwerp schrijft:

Gelukkig begint men er langzamerhand van terug te komen dat de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift maar tot een uitkomst kan leiden, namelijk dat je principieel tegenstander bent van de vrouw in het ambt.
Geleidelijk aan begint het besef door te dringen dat het zo simpel niet ligt.
Trouw aan de Schrift kan ook tot een andere opvatting leiden. Dan wordt aan andere bijbelse gegevens meer gewicht toegekend. Bijvoorbeeld dat de vrouwen nota bene als eersten tot het getuigenis van de opstanding zijn geroepen. Dat mannen en vrouwen profeteren en onderwijzen, () dat in Christus vroegere tegenstellingen zijn doorbroken () en ga zo maar door.
Deze gegevens zijn niet nieuw, maar moesten het voorheen steeds afleggen tegen het zwaarwegende dat de vrouw ‘niet over de man zal heersen’ (1 Timoteus 2:12).
Het is mijn stellige overtuiging dat de vaak krampachtige discussie over de vrouw in het ambt samenhangt met een eenzijdig accent op het ambt als regeerfunctie. Waar de nadruk meer gelegd wordt op het ambt als dienst in het midden van de gemeente, komen de dingen anders te liggen. Het ambt als dienst heeft oude papieren. Ik hoef alleen maar te herinneren aan de Dordtse kerkorde van 1619, waar niet van ambten maar van diensten wordt gesproken.
Maar belangrijker is het gesprek van Jezus met zijn leerlingen, kort voor zijn dood. Ze maakten ruzie wie van hen de meeste zou zijn in het Koninkrijk. Jezus wees hen terecht: in de wereld gaat het om macht en heerschappij. Maar bij Jezus geldt de wet van het Koninkrijk: zo zal het bij u niet toegaan! Wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn. ()
De vrouw zal over de man niet heersen, en ook omgekeerd: de man zal over de vrouw niet heersen. Beiden zijn geroepen dienstbaar te zijn, aan Christus en aan elkaar, in het midden van de gemeente. Wat mij betreft: ook in de ambten. Het bedienen van het Woord, het uitleggen van de Schriften, de opbouw van de gemeente, het bewaren bij de roeping van de gemeente, dat alles is geen vorm van heersen maar van dienen: de dienst aan het Woord.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK van Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief