"Van de diensten"
1976-08-27
De bevolking van het Rhöne-dal in Zwitserland is voor het overgrote deel rooms-katholiek. Wat protestant is, leeft in de diaspora. Alleen in de zomermaanden worden er diensten verzorgd door de Evangelisch -Reformierte Kirche - ten behoeve van de vakantiegangers.- Jaargang 20
- nummer 33
Tijd en plaats staan te lezen op de "aanplakborden" van de rooms-katholieke kerkgebouwen, pal voor de missen. Voor ons bleek de dichtstbijzijnde dienst gehouden te worden in de Kösterli-
Kapelle te Fiesch. Aanvang ‘s morgens half tien. Kort na tien uur was de dienst ten einde. Maar de voorganger verzocht ieder nog even te blijven, Ter wille van onderling contact en kennismaking. Het kapelleke was die zondag nagenoeg vol. Onder de aanwezigen bleken zich één Zwitser en één Duitser te bevinden. De overigen kwamen uit Nederland.
De voorganger stelde zich voor als een ouderling van de gemeente te Bern. Hij had een zelfgemaakte, preek gelezen, zeer orthodox, inclusief vermelding van Zondag 23 van de Heid. Catechismus. Alle respect voor deze broeder, die verder aankondigde dat de volgende week een collega-ouderling de dienst hoopte te leiden: preekvoorziening door een "echte" predikant bleek moeilijk te verwezenlijken, Maar men wilde niet graag de vakantiegangers teleurstellen.
Na afloop hebben we het gesprek met deze broeder nog wat voortgezet.
En ons respect groeide. Hij vertelde, dat hij in zijn kerkenraad - in Bern dus - gepleit had voor inschakeling van “leken" in het gemeentewerk - waarom zou de predikant alles alléén moeten doen? Zijn voorstel om voor "leken" een soort trainingscursus te organiseren werd niet alleen door zijn kerkenraad aangenomen, maar deze stuurde het ook naar de synode, die het op haar beurt overnam. Op een zondag in maart 1977 zullen de Zwitserse gemeenten via de preek hierover meer informatie krijgen, en dan gaat het schip van stapel. Wat één ouderling zo al niet teweeg kan brengen! Het trof mij, hoe deze man er oog voor had, dat een gemeente van Christus 'niet aan Ihet eind van de weg is wanneer zij een kerkenraad en zo mogelijk een eigen predikant heeft. Dat is geen eind, maar een begin! Een begin van het einddoel: de volwassenheid, de mondigheid van heel de gemeente. AIs het goed is, is niet alleen de predikant maar 'heel de kerkenraad druk doende zichzelf als het ware overbodig te maken. De tijd staat niet stil sinds Hand. 2 en dus mag de gemeente ook niet stilstaan. Christus bracht een ontwikkeling teweeg, een groeiproces, toen Hij zijn Geest aan zijn gemeente verbond.
Het is zinvol eens na te denken over de verhouding tussen de gemeente en de Functies die de gemeenteleden in !het kerkelijk leven uitoefenen (het is – alweer toeval, dat dit samenvalt met een serie artikelen van collega G. Janssen).
Toen Jezus voor de laatste keer pascha vierde, met zijn discipelen, wist Hij hoe het hoonde. Je gaat niet aan tafel voor je schoon bent. Alles staat maar in de paaszaal, inclusief de waterbakken. Het ontbreekt alleen aan een slaaf om de voeten te wassen. En dus...?
Niemand biedt zich aan - geen wonder als (de discipelen de feestconversatie inzetten met het thema, wie toch wel de meeste van hen is. En dus...wordt Jezus aller slaaf aller dienstwillige dienaar. De discipelen zullen het later wel begrepen hebben: niemand is in deze nieuwe, herstelde samenleving te goed om een ander van dienst te zijn. Hoe kun je trouwens van de eenheid der gelovigen spreken 'al1sdat element ontbreekt (1 Cor. 12 en 14)? Rang en stand in het maatschappelijk leven tellen hier niet mee. Wanneer Koningin Wilhelmina op Het Loo avond a all vierde, had ze geen aparte zetel, maar zat ze gewoon tussen het personeel. Zij zat er niet als koningin, maar als lid van Christus' gemeente, aan de maaltijd van ook háár Heer.
Wat zien we dus als een gemeente bijeen is? Een volk "tot Zijnen dienst bereid"! Mensen, die dank zij Gods genade, weer van goeden wille zijn om te dienen: uw dienstwillige dienaar, dienares. Dat woord "dienst" gebruik ik graag, net als mijn plaatselijke Chr. Geref. collega, die bij de bevestiging van ambtsdragers bij voorkeur spreekt van bijzondere diensten. Het woord "ambt" is zo zwaarwichtig geworden - het is niet .meer als vroeger "ambt en plicht" (synoniemen vrijwel), maar weegt nu zo zwaar als lood. Het merkwaardige is, dat het ook niet voorkomt in de bijbel. U bent bijbelvast en werpt tegen: wie het opzienersambt begeert...(1 Tim. 3 : 1; vgl. Hand. 1 : 20). Helaas: er staat in het Grieks niet anders dan “opzicht" (episkopè) - en Paulus zegt daarvan: "mooi werk (ergon)"! Een mooi karwei! Een woord dat wel veel voorkomt, is dienst (diakonia), En diensten in de gemeente zijn er in soorten, Het ene lijkt een "dienstje" - ie zou met de Statenvertaling kunnen denken aan "behulpsel". Het andere een bijrondere dienst, Sommige gemeenteleden vallen op door hun dienst (1 Cor. 12), andere zijn met de nieuwe berijming (Ps. 149: 3) te typeren als "de stillen in den lande, de zwakken en de kleinen" - maar de HEER gedenkt ze!
Gelukkig is er een reusachtige verscheidenheid - God maakt geen uniforme mensen - en die mogen we benutten. Komt iemands naam niet voor op de groslijst voor ouderlingen of diakenen, of kan een kerkernaad niet eens een dubbeltal aan de gemeente voorleggen, dan zegt dat nog niets. Er zijn immers nog zoveel andere diensten. Die moeten ook waargenomen worden, elk naar haar of zijn aanleg, Mannen en vrouwen - u komt ze in heel de bijbel tegen in alle mogelijke diensten. En ze konden er wat van. Mooi werk, zou Paulus zeggen - al is de ene dienst misschien mooier als de andere. Alhoewel: wat de een aantrekt, is voor de ander misschien helemaal Oliet zo begeerlijk.
We spreken in onze kerktaal over een ouderling van dienst en diakenen die de tafels dienen.
Bij tijd en wijle treden ze af ~ en krijgen ze rust, welverdiend, Dat mag toch ook wel? Anderen staan dan weer klaar om hun dienst te beginnen - zoals vroeger priesters en levieten elkaar verbeurtten (Zacharias). Als ze aftreden: dank, dat u uw tijd en kracht ter beschikking wilt stellen, In Israël was er trouwens één stam, die ten behoeve van de andere elf de dienst waarnam!
Het formulier zegt: gemeente, ontvangt deze broeders ... Aanpakken met beide handen! Maar maak een even dankbaar alles wijs gebruik van hen. Zij willen wel - dat bevestigen ze. Ze willen - ook voor dit werk, deze dienst - in Jezus' voetspoor gaan: uw aller dienstwillige dienaren, Maar wees geen slechte “heer" voor uw "slaven". Niemand heeft ooit een betere werkgever gehad, dan de stam Levi in dienst van God. Zij hadden, tonaal gerekend, een betrekkelijk 'korte diensttijd.
En zij ontvingen een hoog honorarium - elf stammen telden elk tien procent van het eigen inkomen uit, dus 11 00/0 !
De eer Chonor), zelfs de dubbele eer, behoeft niet altijd in honorarium te worden uitgekeerd, Maar eer uw slaven wel - zo gaat dat in het nieuw Jeruzalem. Pleeg geen roofbouw: ze zijn geen loopjongens. Maar schroom ook niet van hun dienstvaardigheid) gebruik te maken!
Ik denk weer even aan die ouderling uit Bern. Met zijn vraag: waarom moet één, moeten enkelen àlles doen? Wij zouden - toegegeven - niet over "leken" spreken.
We hebben betere woorden: broeders en zusters. Daarvan mag je verwachten dat ze je helpen, van dienst zijn. Als het waar is, dat die bijbelschrijvers Jacobus en Judas broers van Jezus waren, dan is het nog meer treffend hoe ze zich aan de gemeente voorstellen: dienstknecht (slaaf) van Jezus Christus. En is Hij niet ons aller Heer?