Een kerkenzaak

1976-08-27
  • Jaargang 20
  • nummer 33
Hoe het begon
Toen voor enkele jaren het bekende onzalige conflict in de vrijgemaakte kerken uitbrak kwam ook een aantal studenten aan de Theologische Hogeschool aan de Broederweg in gewetensnood. Ze konden - volkomen terecht - zich rriet verenigen met de eisen die aan de studenten werden gesteld omdat die een diskwalificatie van de uitgestoten kerken en ambtsdragers betekenden, Deze studenten zouden allen naar de Theol. Hogeschool van Apeldoorn zijn gegaan indien dat toen mogelijk was geweest. Maar dat was toen niet mogelijk! In "Apeldoorn" gold toen nog de bepaling dat alleen leden van de Chr. Geref. Kerken daar student konden worden. Later heeft men deze bepaling weggedaan. Maar toen was het voor deze studenten te laat!
De in geding zijnde studenten lieten zich toen inschrijven aan de universiteit van Utrecht en de V.U. Al deze studenten namen al gauw contact op met drs De Jong van Amsterdam.
En deze vormde met hen een "werkgemeenschap'"'waarin preken werden geleverd, boeken besproken, lezingen gehouden enz. Zo ontstond er een "begeleiding" van de studenten.
Het mooie daarvan was dat die van de studenten zelf was uitgegaan. Zij voelden de noodzaak daarvan. Ze wilden op deze wijze óók wat betreft hun studie de band met de kerken bewaren. Drs De Jong werd al heel gauw in dit werk geassisteerd door andere predikanten en academici uit onze kerken. Zelf was ook ik, voor ik ,het slachtoffer van een auto-ongeluk werd, in deze arbeid betrokken. En ik wil hier met nadruk zeggen dat ik grote waardering heb gekregen voor dit werk van drs De Jong. Hij gaf de studenten véél. En wat hij gaf was voortreffelijk, Drs De Jong is iemand die thuis is in de Heilige Schrift. Speciaal in het Oude Testament. En hij is een uitstekend docent.
IJk heb er behoefte aan dat hier eens openlijk te zeggen. Hij verdient de dank van de kerken vooral voor zijn belangeloze arbeid van die eerste jaren.

Uitgangspunten
Maar terwijl deze "particuliere" arbeid werd verricht, kwam er ook in de kerken beweging.
Veile malen werd mij in de eerste jaren na de laatste kerkscheuring gevraagd hoe het met de "opleiding" moest gaan. Het was speciaal voor de "opleiding" een grote handicap dat het kerkelijke samenleven niet aanstonds was geregeld, Maar toch gebeurde er wat. En wat goeds. Op initiatief van de kerk van Langerak kwam op 25 april 1970 een Convent van kerken in Utrecht bijeen om over de 'opleiding" te spreken. Dit Convent bestond uit afgevaardigden van kerken! Na een indringende en broederlijke bespreking besloot dat Convent een commissie te benoemen die de zaak van de opleiding Z'O'UJ bestuderen om daarna aan de kerken daaromtrent voorstellen te doen.
In deze oommissie werden een aantal broeders benoemd die geacht werden het hoger onderwijs, speciaal het theologische te kènnen en, niet minder, het leven der kerken.
Deze commissie, ik weet dat van nabij, heeft zeer veel werk verzet. Ik durf wel te zeggen dat ze de zaak van de "opleiding'" van alle kanten bekeken heeft. Met algehele unanimiteit kwam deze commissie tot een aantal uitgangspunten.
Vooreerst dat meer dan ooit in de opleiding het grondige kennen en verstaan .van die Heilige Schrift bij de "opleiding" op de voorgrond moet staan. De gangbare theologieën vertonen veelal de neiging,' en meer dan dat, om te heersen over de Schrift in plaats van zich dienstbaar te maken aan het verstaan ervan. Speciaal is dat het geval als men in de Heilige Schrift niet meer ziet dan de verwoording van het geloof van het volk Israël of van de eerste christelijke gemeente! Theologische studie moet voor alles dienstbaar gemaakt worden aan. het verstaan van het onfeilbare, gezaghebbende Woord van God zoals dat ons door middel van de Helige Schrift permanent wordt toegesproken.
Voorts stond het voor de commissie vast dat predikanten, vooral in onze tijd, goed op de hoogte moeten zijn van wat er in de wereld der geesten aan de hand is. De geestelijke verwarring en ontsporing is ontstellend groot.
En door de moderne massamedia worden de mensen daarmee veel dntensiever geconfronteerd dan ooit te voren. De predikanten dienen daarom goed "op de hoogte van hun tijd" te zijn. Ze moeten in staat zijn de geesten te beproeven. De studenten moet daarom grondige kennis bijgebracht worden omtrent wat nu de geesten beroert. Natuurlijk kunnen ze geen specialisten worden op allerlei "terrein" van het menselijk leven en samenleven.
Maar zij moeten wed de weg daarop kunnen vinden. En daartoe is nodig dat ze "wegwijs" worden gemaakt door mensen die op de verschillende terreinen van het theologisch en ander denken en kennen goed thuis zijn. De overweging van een en ander bracht de commissie unaniem tot de overtuiging dat een opleiding van predikanten die aan de minimale eisen, welke daaraan gesteld moeten worden door onze kerken, niet gerealiseerd kon worden. Een school met één of twee docenten is ten enenmale onvoldoende.
Tenslotte was de commissie van overtuiging dat de "opleiding" geheel en al een zaak van de kerken moet zijn. Die moeten uitsluitend en geheel de beschikking hebben over heel de gang van zaken bij de opleiding!

"Apeldoorn"
In de loop van de discussie kwam de gedachte naar voren of het niet mogelijk en goed zou zijn dat jongelui, leden van onze kerken, die zich willen voorbereiden voor de dienst des Woords in "Apeldoorn" zouden gaan studeren. Uiteraard met begeleiding van ten of meer bekwame predikanten uit ome kerken, die het volle vertrouwen daarvan hebben. De commissie dacht bij dat laatste ook hieraan dat de geestelijke winst die in de jaren dertig - ze dacht hierbij aan het werk van mannen als Schilder, Vollenhoven, Dooyeweerd, Janse, Holwerda, Van 't Veer, Vonk e.a. - en wat in het strijden en lijden rondlom de vrijmaking werd ontvangen, niet mocht worden verspeeld, maar bewaard en doorgegeven.
Bij de gedachte aan "Apeldoorn" speelde ook een rol de omstandigheid dat onze kerken steeds oprecht begeerd hebben dat het tot vereniging met de Chr. Geref. Kerken mocht komen. Als deputaat voor de samenspreking gedurende een aantal jaren weet 1k dat onzerzijds steeds gezegd werd: a,a:n,onze kant is er geen enkel bezwaar onmiddellijk tot vereniging over te gaan. Prof. Schilder zei zelfs meermalen: daar heb ik de Kamper School en twintig jaar kerkelijke moeite voor over! En juist toen, na 1967, was het contact met de Chr. Geref. Kerken “kwantitatief" en "kwalitaties" steeds nauwer geworden, En – dit zeg ik er nu bij - sinds de commissie deze zaken besprak dat verheugende proces steeds voort gegaan. Om ten aanzien van deze zaak tot een verantwoorde beslissing te komen zocht de commissie contact met het college van hoogleraren van "Apeldoorn". Een paar maan ÎIS daarmee urenlang over alle mogelijke kwesties als de inhoud, de aard en de gang van het daar gegeven onderwijs gesproken. Verheugend was ook dat het college van hoogleraren zeer positief stond ten opzichte van de begeleiding. Zelfs werd van die zijde de opmerking gemaakt dat onze kerken -in gebreke zouden zijn als ze voor zo'n begeleiding niet zouden zongen.
Het resultaat van de besprekingen was dat de oommissie unaniem besloot aan de kerken e adviseren jongelui die zich willen voorbereiden voor het ambt van dienaar des Woords het advies te geven in Apeldoorn te gaan studeren.
Met "Apeldoorn" werd geen enkele afspraak gemaakt. Dat loon de dommissie niet doen. Dat kon ook "Apeldoorn" niet doen! Beide pantijen bleven geheel "vrij". Toen de oommissie klaar was met haar arbeid heeft zij in, een uitvoerig rapport aJIles wat zij gedaan had en wat zij voorstelde aan de kerken meegedeeld. Daarna kwam op 3 april 1971 een nieuw Convent bijeen om wat was voorgesteld door de commissie te bespreken.
Na een broederlijke en vruchtbare bespreking betuigde de gehele vergadering met applaus haar instemming met de ideeën van de commissie. Haar opdracht werd gecontinueerd en aangevuld met de taalk van het verzorgen van de "begeleiding. Er was namelijk op plezierige wijze contact gekomen tussen de studenten rondom drs De Jong en de commissie.
De studenten werden in 'het werk van de commissie betrokken en aanvaardden de commissie graag als. de instantie die de begeleiding ging verzorgen, De oommissie werkte daarna haar plannen uit. Zij riep, om de kerken zoveel mogelijk in haar werk te betrekken en zich onder haar leiding te stellen, nog weer een Convent samen op 26 mei 1973. Ook dit convent ging met de plannen van de commissie akkoord.
En na nog eens alle gemaakte opmerkingen verwerkt te hebben diende de commissie een aantal voorstellen in bij het Spakenburger Convent.
Dit Convent besloot zonder stemming: "de commissie te machtigen tot het nemen van maatregelen die voor de goede voortgang van het begeleidingswerk noodzakelijk zijn en onder meer twee vaste medewerkers voor drs H. de Jong uit het midden der keerken aan te trekken; ter bestrijding van de te maken klosten aan die commissie de opbrengst van 1 à 2 collecten, later gepreciseerd op een bedrag van f 2,50 à f 3,- per ziel, toe te kennen; de oommissie te machtigen een bedrag van. f 5.000,- over te maken aan de Theol. Hogeschool te Apeldoorn." Met overgrote meerderheid werd voorts besloten: "het "Apeldoorn"'-advies wordt gehandhaafd; men streve naar een eigen inbreng binnen het kader van de opleiding te Apeldoorn; tot de oprichting van een eigen instituut worde niet besloten."
Zo was de opleiding van de predikanten geregeld.
Nadien werd het werk van de begeleiding sterk geïntensiveerd. Drs De Jong werd in staat gesteld méér dan voorheen van zijn tijd daaraan te geven. En hij kreeg in ds H. Smit een bekwaam collega in deze arbeid. Door het laatste Convent werd een commissie benoemd om de zaak van de opleiding verder te regelen, c.q. uit te bouwen.


Waarop ik nu vooral wijzen wil is dat door de commissie de zaak van de opleiding van stap tot stap in opdracht van, in overleg met, en onder goedkeuring van de kerken heeft verricht. En dat deze nu geheel van de kerken uit gaat en onder haar toezicht staat.
Want de opleiding van predikanten is een kerkenzaak.
Prof. Wielenga zei het eens op zijn pittige manier: De knop van de deur van de theologische katheder hoort in de hand van de kerken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief