Mr. Guillaume - Groen van Prinsterer
1976-08-27
Groen van Prinstererherdenking- Jaargang 20
- nummer 33
Op 19 mei 1976 was het honderd jaar geleiden, dat mr. Groen van Prinsterer stierf. Zoals in 1972 de honderdste sterfdag van de liberale leider Thorbecke is herdacht, wordt dit jaar Groen van Prinsterer, de vader van de anti-revolutionaire richting herdacht.
Zo is in de Waalse kerk in Den Haag, Groen werd in de Waalse kerk gedoopt, op 19 mei een herdenkingsdienst gehouden, waar de geestelijlke erfenis van Groen werd belicht.
Vele tijdschriften hebben aan deze nationale figuur, die oolk nu nog tot ons spreekt, aandacht besteed. Dat is een goede zaak "Want, zoals H. Algra opmerkt: "een volk, dat zijn geschiedenis niet verstaat, zelfs niet meer kent,kan wegzakken in het moeras van het materialisme."
Jammer, dat de geestelijke nazaten van Groen wel aparte herdenkingen 'hebben georganiseerd. Verschillende partijen, alleen in de Tweede Kamer al een viertal, pretenderen, dat Groen hun geestelijke vader is. "Aandacht voor Groen van Prinsterer" In het kader van de Groenherdenking ontving de redactie een tweetal boeken ter bespreking. Het eerste boek is:
“Aandacht voor Groen van Prinsterer"
Het is samengesteld door dl' G. Puchinger.
In de inleiding tekent Puchinger in enkele bladzijden op de hem eigen wijze de nationale betekenis van Groen. Daarna geeft hij, zoals bij hem gebruikelijk is, het woord aan anderen. Busken Hu et, Schaepman en Gerretson laten el:k vanuit hun zeer verschillende achtergronden iets zien van de grote betekenis van Groen van Prinsterer.
Busken Huet, litterator, humanist, lijkt een verrassend goede kijk op Groen te helmen.
Schaepman, de grote rooms-katholieke voorman, benadert Groen weer geheel anders. Het meeste trof mij in dit artikel, dat Schaepman, die met grote waardering over Groen schrijft en hem in de meeste opzichten de meerdere van Thorbecke noemt, hem in één opzicht de mindere acht, Zijn haat tegen de katholieke kerk, tegen de roomsen in het land zou waarschijnlijk sterker bij hem zijn geweest dan het rechtsgevoel. Wanneer je dan bij Groen zelf leest, dat die ganse christenheid', rooms en OR-rooms, tegen het ongeloor zijn verenigd door het geloof in de enige offerande aan het kruis volbracht, dan komt deze uHiliating van Sehaepman als scherp, ja, onverdiend over. Ondanks de grote waardering, die Schaepman voor Groen heeft; bIijkt zijn geloof in de kerk van Rome een rem voor een geheel objectieve benadering te zijn.
Bij het artilkel van Gerretson voelt men de nauwe geestverwantschap met Groen.
Hoewel de artikelen interessant zijn, zullen ze niet iedere lezer aanspreken, Omdat ze uit een heel andere tijd stammen. Ook hun stijl is de onze niet meer. Historisch zijn ze ongetwijfeld waardevol. Eigenlijk vind ik de inleiding van Puchinger zelf in dit boek het aardigst.
Vandaar mijn wat kritische vraag: waarom heeft Puc1hinger zelf niet wat meer geschreven? Daardoor zou het boek ongetwijfeld aan betekenis gewonnen hebben.
Was Groen groot of klein?
Bij lezing van het boek van dr Puchinger en het volgende nog te bespreken boek van dr Schutte vond ik een overigens niet belangrijk punt, waarbij men met elkaar in tegenspraak was.
Puchinger citeert op blz. 9 Allard Pierson, die een beschrijving van het uiterlijk van Groen gaf.
"Groen van Prinsterer had het uiterlijk van zijn 'geest en inborst. Wanneer men hem zag lk kon men althans moeilijk nalaten dit te geloven. Hij was enigszins lang en tenger van gestalte; ook de schedel niet forsch gebouwd, eerder smal, het haar niet zeer rijk en reeds vroeg grisonneerenld; het liet den vorm van den schedel uitkomen zijn gelaat: de neus, vooral de mond verried den fijnen geest; uit de oogen sprak gemoed. Zijn stem was zacht, zonder klank; zijn spreken snel maar niet onduidelijk; het handgebaar bij het spreken eenvormig, zonder karakter dan deze zijn eenvoud." Deze echt 19e eeuwse beschrijving geeft een aardige indruk van zijn uiterlijk. Daarbij trof mij de opmerking, dat Groen lang van gestalte was.
In het boek van Schutte treffen we een facsimile aan als bijllage bij de huwelijksacte, waar zijn signalement in voorkomt, Als lengte wordt daarin opgegeven 1 el, 5 palm en 7 duim.
Ook voor die tijd bepaald geen indrukwekkende lengte.
Dit klopt ook met een weinig bekend portretje van Groen, waarop hij zittend, maar ten voeten uit, wordt a:flgebeel!d. Het is te vinden in "A.R. Staatkunde" 1,9511.In een bijschrift merkt mr. K. Groen op, dat uit dit portret blijkt, dat Groen geen indrukwekkend postuur had, maar eerder klein van stuk was. Hoe deze gegevens te rijmen zijn met een verklaring van een tijdgenoot als Allard Pierson is mij niet duidelijk. Was Groen nu groot of klein van gestalte?
Uit de publicatie van Puchinger wordt ons echter wel weer duidelijk, dat Groen van Prinsterer, hoe zijn gestalte dan ook mocht zijn, naar de geest een reus was. En dat is natuurlijk van meer betekenis.
Mr. G. Groen van Prinsterer
Het andere geschrift "mr. G. Groen van Prinsterer", geschreven door dr G. J. Schutte is van geheel ander karakter In het voorwoord lezen we, dat het boekje niet pretendeert nieuwe feiten of nieuwe visies te gevent ook niet een allesomvattende wetenschappelijke biografe. Niet meer dan een Inleiding voor een algemeen Iezerspubliek tot de bestudering van Groen.
Daarin is de schrijver dan ook volledig geslaagd.
In plezierige leesbare vorm geeft hij een goed overzicht van het leven en werken van Groen. Door korte schilderingen van huiselijke omstandigheden krijgt de lezer ook een goed beeld van die kant van Groen's leven.
Een factor, die voor het begrijpen van Groen ook nodig is. Natuurlijk kan een boek van 173 pagina's niet allesomvattend zijn. Zonder overlading krijgt de lezer toch een goed beeld van het leven van Groen en zijn grote nationale betekenis.
Duidelijk wordt ook geschetst de ontwikkeling in zijn gedachten, met name wat het christelijk onderwijs betreft. Groen was geen starre figuur, die wat zweverige gedachten koesterde. Hij stond met beide voeten op de grond en rekende met de werkelijkheid.
Bewonderenswaardig is ook, dat de schrijver Groen niet voor een bepaalde politieke richting tracht te annexeren. Dat is erg verleidelijk. Nederland is vijf partijen rijk (of arm!), die pretenderen, dat Groen 'hun geestelijke vader is. Het is voor al deze stromingen niet moeilijk zich hiervoor op uitspraken van Groen te beroepen. Het is evenmin lastig om met een beroep op Groen te stellen, dat de andere partijen slechts bastaarden zijn.