De moeite van het werkbegin

1976-09-03
  • Jaargang 20
  • nummer 34
De stille schaamte
Ik heb wel even gezeten met de gedachte, dat het nu. volgende artikeltje eigenlijk veel te licht van gewicht is om in de alleszins degelijke rubriek "Kerkelijk Leven"
fier om zich heen te kunnen kijken.
Toch plaats ik het maar. We kunnen ons er toch nog wel in herkennen. En dan beseffen we te meer dat wijzelf zo weinig reden' hebben om fier om ons heen te kijken - in het kerkelijk leven en in welk levensverband ook! Het onderwerp is heel simpel. Het gaat over de moeite van het nieuwe werkbegin. Over de moeite van de nieuwe start na de grote vakantie. Daar zit je je eigenlijk altijd dn stilte voor te schamen! In wereldlijke sectoren wordt maar zonder meer verondersteld, dat we er na de vakantie weer stevig tegenaan gaan, airs we zo gelukkig zijn werk te hebben.
Moed en energie worden ons eenvoudigweg toegeschreven. In kerkelijke kringen wordt dezelfde zaak wat kalmer en plechtiger geformuleerd.
Maar ook daar spreekt het telkens weer vanzelf, dat we "verkwikt en verfrist thans weer tot onze arbeid ingaan". En toch voelen we het vaak niet zo. Toch moeten we over een drempel heen. We kunnen tegen het nieuwe begin 'Opzien. We schamen ons daarvoor heel diep. We schamen ons tegenover de mensen die de beproeving van de werkloosheid kennen. We schamen ons in stilte. En we doen ons best om de verkwikte indruk te maken die men van ons verwacht.
Toch kun je niet beweren, dat de moeite van de nieuwe start op luiheid wijst. Of op tegenzin in het werk waarmee we bezig zijn. Dat is gewoon niet waar. Je hoort dan ook wel de verzuchting... "Als we maar eenmaal weer bezig zijn...!". En dat is ook zo. Als we weer bezig zijn, dan is de inzet er weer. Dan zijn we blij te mogen werken. Dan is er toch ook weer de echte ijver. Waar komt die vreemde na vakantiedrempel dan vandaan? Waar moeten we dan eigenlijk overheen, voordat het weer goed kan gaan?

Het nieuwe jaar
Het officieel vastgestelde en het zakelijk juiste vanen lang niet altijd samen. Dat geldt ook van onze tijdsindeling. Officieel begint het jaar op1 januari en daar bestelden we dan ook de nodige aandacht aan. Maar feitelijk zitten we op 1 januari middenin de jaargang. Denkt u maar aan onze scholen! Neen, zakelijk bekeken hebben we het jaarbegin ergens in de tweede helft van augustus. Dan is de grote vakantie voorbij -en dan beginnen de scholen weer met een nieuwe jaarcursus. Eigenlijk begint alles dan weer met een nieuwe jaar:gang. Ook in het kerkelijke leven wordt het zo aangevoeld en aangepakt, Een nieuwe cursus - van de catechisatie, van de bijbelkring en de vereniging. Voor predikers, huisbezoekers...
voor alle kerkelijke werkers ,is het nieuwe jaar weer gekomen., Men maakt zijn plannen, men zet de nieuwe campagne op. Men overweegt wat men in het nieuwe jaar zal aanpakken, behandelen, beginnen, voltooien. Men tracht zich dat hele komende jaar voor de geest te stelden. Men tracht het in gedachten al te vullen. En daar heb je dan de dagen waarin je je verkwikt en verfrist zou moeten voelen door de genoten vakantievreugden. Maar dat gevoel overheerst niet. Het 'zijn juist vaak zware dagen. Je moet er doorheen. Als je maar eenmaal weer bezig bent...!
Maar hoe komt dat dan toch?

De trechter
Is een dominee helemaal niet meer tegen het preken opziet, wat is hij dan? Dan heeft hij de volmaaktheid bereikt of hij is een robot geworden! En aangezien in ons leven - helaas en gelukkig toch het één en het ànder het geval is zien we wèl tegen het preken op. Maar we zien ook weer verlangend uit naar het moment dat we met preken kunnen beginnen.
Want als we bezig zijn, dan is het er tegenop zien voorbij! Dat is eigenlijk niet zo vreemd als het lijkt! In de vóór momenten van de preekdienst komt de héle dienst van een uur door een uiterst smalle trechter in het momènt van ons denken terecht. In dat moment trachten we de uurdienst 'te "bemachtigen".
Dat gaat niet. De spanning breekt zich baan en komt in zweetdroppels naar buiten.
Maar als we bezig zijn, dan is de trechter weggevallen. Er is een soort van "gelijktijdigheid" ontstaan. Zorg 'en spanning lopen om zo te zeggen gelijkelijk op met de zinnen die we al prekend Formuleren.
Ze zijn aangepast aan het moment van ons bezig-zijn. En dàt is te verwerken!
Dat trechterbeeld heeft een mime toepassingsmogelijkheid, Jongens en meisjes op school, die volgeladen behoren te zijn met moed en kracht, ze kijken zomaar ineens tegen dat hele komende schooljaar op. Ze beleven dat trechtermoment. Hoe kun je nu in één ogenblik klaarkomen met dat hele jaar. Als ze maar eenmaal weer bezig zijn...! In kerkenraadsvergaderingen aan het jaarbegin. in "de stilte van het studeervertrek" van de pastorici,... op de diverse knooppunten van het kerkelijke leven gaat het veelal net eender. Het catechisatiewerk, de totaliteit van de huisbezoeken, de problemen van de kerkjeugd en van de ouden van dagen, het preekwerk van elke zondag…het komt op die bepaalde datum in de tweede helft van augustus met geweld de nauwe trechter door. En het moet bemachtigd worden - vinden we in dat éne denkmoment. En dan vraag je je wel eens af waar nu al die verkwiktheid en verfristheid gebleven is. De trechterellende! Als we maar eenmaal weer bezig zijn....

Passende beschaamdheid
Ik heb al gezegd, dat de moeite van het nieuwe werkbegin helemaal niet behoeft te ontstaan uit luiheid of tegenzin. Dat was misschien voor menigeen een 'Opluchting.
En toch moeten we die opluchting maar niet overdrijven.
Zeker, we lijken echt niet op het luie jongetje, dat maar vast bij voorbaat besluit niets te kunnen en niets te willen. We lijken veel meer op dat vreemd-ijverige jongetje, dat middenin een sloot met een breedte van 6 meter tot de erkenning komt dat de sprong toch wel wat te geweldig was. Geen luiheid maar teleurgestelde titanenijver!
Geen werkschuwheid maar doodgelopen werkdrift!
Waarom hebben we gepoogd het hele jaar in één moment te bemachtigen?
waarom die trechtermanipulatie?
Er blijft plaats over voor een werkelijke beschaamdheid. Niet over luiheid maar over ongeloof! Op dat punt moeten we elkaar en onszelf maar niet sparen. Waarom ongeloof? Eenvoudig gezegd omdat we ons zorgen maken voor de dag van morgen (Matth. 6: 34). De Here Jezus heeft zijn discipelen de ellende van de trechter willen besparen.
Denkt u eens aan Psalm 84: 7 "Als zij trekken door een dal van balsemstruiken, maken zij net tot een oord van bronnen...". Het gaat daar over de reis naar Jeruzalem.
Op die reis mogen de pelgrims door geloof en gebed bij God krachten losmaken die hen dragen door alle moeite been.
Maar het ongeloof wil die krachten niet onderweg ontvangen! Het wil die krachten tot zijn beschikking hebben op het moment van de "planning", op het uur van de begroting. Het wil dat God krachten geeft op de wijze van een bak conserven - omdat we het rui al in handen hebben weten we dat we er straks uit kunnen putten.
Maar zo geeft de Here zijn krachten niet. We moeten nu geloven, dat de regen er zal zijn, wanneer we het droge dal ingaan. Jaarplanning heeft echt wel zin en betekenis. Het is goed belijnd te werk te gaan. Als we de spanning die dat begrotingswerk meebrengt maar steeds weer laten breken door de belofte van Christus, die zijn bijstand belooft voor elke dàg (Matth. 28 : 20). "Als we maar eenmaal bezig zijn...!" - we horen het meestal in de vorm van een verzuchting. Psalm 84 opent ons de weg om die uitdrukking nog eens te gebruiken.
Maar dan in een grote blijmoedigheid. Hij zal er zijn! Onderweg!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief