Gelijke belastingplicht zou onrechtvaardig zijn? (2)

1976-09-03
  • Jaargang 20
  • nummer 34
We komen terug op dit onderwerp. Mocht u het wat moeilijk vinden, leest u het dan vooral, In deze rubriek staan niet enkel bladvullingen en belasting is iets, dat elk gezin aangaat, Bovendien is rechtvaardigheid, bedoeld: rechtvaardige verdeling van lasten, een onderwerp, waar u niet omheen kunt. Br J. B. Vos van Amsterdam gaat thans verder:

Wat betreft de eventuele billijkheid van gelijke belastingplicht. U schrijft: "maar hogere inkomens zijn als regel het gevolg van hogere inspanningen, hogere prestaties, hoger intelligentie en hogere werklust". Dat is maar ren dele waar. De bankdirecteur, die een voordelige geldtransactie heeft gesloten, heeft niet een grotere inspanning geleverd dan de ongeschoolde arbeider, die de hele dag in de fabriek met rollen staaldraad van 50 kilo heeft gesjouwd. En als die arbeider op een dag niet 50 maar 60 rollen heeft verplaatst, dan levert hij een hogere prestatie, die hij niet in zijn loonzakje terugvindt.

Hogere intel1igentie? Inderdaad, dat wordt beloond. De reden hiervan is mij overigens niet duidelijk. Hogere werklust? Ja, de mate van werklust mag een reden zijn voor inkomensverschillen, omdat het belonen van werklust, evenals de beloning van inspanning, niet discrimineert m.b.t. de plaats, die iemand in onze economie heeft. Er zijn nog andere oorzaken van inkomensverschillen zoals "beter ellebogenwerk", "grotere sluwheid"; "betere relaties". Waarom noemt u ze niet? Ze zijn even reëel als de door u aangehaalde redenen. Dit alles is geen rechtvaardiging van de huidige inkomensongelijkheid, laat staan van een inkomensdenivellering, zoals door u Gewenst wordt.

Zo, hier springen we er even tussen. Want de 4 factoren die voor de hogere inkomens pleiten zijn volstrekt niet weerlegd door br Vos. "Hogere inspanning" ziet hij zo niet zitten. Wij, wel. Wan,neer wij, in plaats van voordelige financiële transacties (voor onze haas, wel te verstaan, niet te eigen bate) 50 of 60 rollen staaldraad zouden moeten versjouwen, zou. dat voor ons een enorme inspanning betekenen. Toegegeven, deze inspanning ligt op geheel ander terrein en is daarom zo weinig vergelijkbaar. Voor de sterke handarbeider ligt die inspanning dan ook heel anders dan voor de hoofdarbeider met zijn zittend leven.

Overigens moet- onze geachte opponent weten, dat het uitdenken en op schrift stellen van zijn betoog een al 'te grote inspanning voor een fabrieksarbeider zou zijn. Vergelijkbaar zou zijn: het schrijven van accountantsrapporten en het bijhouden van een accountantsarchief.
Zulke uiteenlopende arbeid zou 'aan eenzelfde kantoor heel uiteenlopend worden beloond.

Dan de "hogere prestaties", die niet zouden worden betaald? Juist in de industrie (en juist in Rusland) wonden de inkomens gedenivelleerd door de premies op extra prestaties. In ons land wordt a:l1gemeen"ZlWart" gewerkt; tegen zwarte lonen, belastingvrij!

De "hogere intelligentie" van de accountant boven zijn jongste medewerker erkent dhr. Vos. Al ziet hij de reden voor het verschillend loon niet zitten. Zulk inzicht wij op de duur wel komen. En ook de "hogere werklust" wordt als reëel en fatsoenlijk aanvaard.

Over deze zaken zijn br Vos en wij het dus wel eens. Maar in de harmonie van ons eensgezinde denken komt nu de dissonant: de inkomensverschillen komen even goed voort uit "beter ellebogenwerk, groter sluwheid en betere relaties". Kijk, dat klinkt niet aardig. En niet eerlijk ook. We verklaarden de inkomensverschillen op vierderlei manier en dan "als regel", Dat er ook uitzonderingen voorkomen, diskwalificerende uitzonderingen, zal niemand betwijfelen. Maar het noemen ervan als reële factoren; het eisen dat wij ze ook noemen; gaat ons te ver. De slagzin van de socialistische revolutie luidde steeds: eigendom is diefstal, Vandaag wordt die leus vertaald met: eigendom is uitgestelde belastingschuld.
Kom, laten we dat zo niet overnemen.

Zelfs schuift men ons in de schoenen dat wij inkomensdenivellering zouden wensen. Dat is abstract geredeneerd. Wij gaven een idee van prof. Hartog door, een zinnig idee, dat in Engeland op schrift werd gestelid en in Amerika wordt toegepast. Laat men nu niet zeggen: dat idee staat u voor en "dus" staat u inkomensverschillen voor. Toen wij onze eerste of tweede baan hadden, op kamer woonden en bittere armoede kenden, kwam een geschrift binnen van een arbeidersorganisatie. Het hele stuik ademde sociale gevoelens, die me aanspraken.

Het ging om de medemens, die we niet in de kou mochten laten staan, die we er door moesten helpen en zo voort. Ik trok mijn pen, al lezende, en wilde me als lid melden. Toen kwam de slotzin: "of is uw winterjas misschien nog warm genoeg?" was de tergende vraag. Op die vraag heb ik de pen maar weer opgeborgen. Ik bezat geen winterjas en wist niet hoe ik dat voor de komende winter moest klaren. En ik wenste me niet te melden teneinde subsidie voor een winterjas te krijgen: die wilde ik zelf verdienen.

Br Vos vergeve mij het voorgaande verhaaltje, dat een stukje geschiedenis uit 1931 betekent, Hij kent de dertiger jaren waarschijnlijk uit de boeken, ik heb ze aan den lijve gekend. En als ons christenvolk in deze weeldetijd nog met socialistische tendensen wil werken, dan is dat (vergeef het mij) een soort salon-socialisme. Als ik aan de armoede van die jaren ip de duur ben ontsnapt is dat eenvoudig, omdat ik mijn intelligentie wel móest gebruiken, mijn overuren wel nodig had, mijn inspanning tot het uiterste moest opvoeren, om uit de puré te komen. Daar kwam geen sluwheid bij te' pas: een fatsoenlijk man maakt geen promotie over de ruggen van zijn collega's, Daar kwam geen ellebogenwerk aan te pas: ik had geen ellebogen. Daar kwamen geen relaties aan te pas: niemand stelde belang in mijn slagen of ondergaan, Daar kwam wel veel arbeidsvreugde aan te pas, die mijn collega's mij misgunden!

Kom, zeg nu niet: het betoog moet oU niet op uw persoon toepassen, zich niet aantrekken. Het word mij wèl aangetrokken, dat pakje van een halve Iiberaal. En dat weiger ik. Dit Z'O zijnde geven we het woord weer aan J. B. Vos:

U geeft als rechtvaardiging van de bestaande inkomensverdeling, dat uiteindelijk onze inkomens uit Gods hand komen. Ja zeker, maar wij mensen zijn beslist niet te beroerd om God hierin een tikkeltje te helpen, te eigen bate wel te verstaan. Denkt u alleen maar aan woekerrenten, overdreven monopoliewinsten en specialistenverschrijvingen"'.
Even goed als menselijke controle in deze noodzakelijk is, hebben wij de bevoegdheid om er op toe te zien, dat de diverse inkomens niet al te zeer uiteenlopen, zo lang er mensen zijn, die nauwelijks kunnen rondkomen (en die zijn er).

Ja zeker, zegt onze geachte opponent, onze inkomens komen uit Gods hand. Maar ... en dan volgt een betoog, dat slechts één ,ding duidelijk maakt: dat onze inkomens niet uit Gods hand komen. Dat is een tweeslachtig standpunt: het is of het een of het ander. En vermoedelijk is het wèl uit Gods hand.

Woekerrente? De wet verbiedt dat. Geen bank zal woekerrente vragen, want geen bank wil met de wet in strijd komen. Monopoliewinsten? Ais de omzet van de ene zaak 100 maal zo groot is als de andere, leert Bartjes dat deze zaak ook tenminste honderd maal zoveel winst kan maken. "Tenminste", omdat de overheadkosten geringer kunnen zijn.
Wat is 'tegen een monopolie op zichzelf? Moer dat soms aan de staat komen?
De staat leert ons de Goddelijke regel: gij zuil niet stelen; wel te weten gij (burger) zult niet van de gemeenschap stelen - maar als de gemeenschap van u steelt is dat langs democratische weg geregeld, En wat zijn ,,overdreven" monopoliewinsten? Wat is in het algemeen “overwinst", waarover vandaag gebabbeld wordt? Iemand stelde mij deze vraag eens; ik antwoordde hem onvoorbereid: winst is wat je nodig hebt om je kosten te dekken; al het overige wordt je niet gegund en is dus overwinst. Maar moet het die kant op onder ons?

En dan de "verschrijvingen" van specialasten. Een verschrijving is in het algemeen een boekhoudkundige post, die buiten de officiële boekhouding blijft, Een zwarte post dus. U vindt dat niet bij Van Dale maar wel bij specialisten en bij de overheid, schijnt het. Ah dat zo is dan is dat mis, heel mis. Daarover kunnen we het eens zijn. Maar hebben "wij" de "bevoegdheid" om op de inkomensverdeling toe te zien? Van wie gekregen?
En wie zijn wij? Als ik goed ben ingelicht is het de overheid, die tot taak heeft op de naleving van 's lands wetten toe te zien. Niet "wij" .

Uit de Bijbel blijkt inderdaad een vorm van nivellering. Mijns inziens is de strekking echter deze, dat God een ieder geeft naar behoefte en niet naar intelligentie of zo iets.
In de eerste Christengemeente was er een spontane inkomensnivellering, omdat de rijken gaven aan de armen. Deze mensen hadden God's opdracht in het tweede gebod goed verstaan. Daar is in onze maatschappij geen sprake meer van en daarom is het goed, dat de overheid deze zorg aan zich heeft getrokken. Het zijn merkwaardigerwijs de socialistische regeringen, die deze taak hebben gezien; denk alleen maar aan Drees, die de "steun" regelde en aan de huidige regering, die zorg draagt voor het financieel bijblijven van de minimumloner etc.

Ho even, als het mag. Dat God de Heere, van wie het goud en het zilver is mitsgaders het vee op duizend bergen, naar behoefte geeft is mij uit de Bijbel maar op één plaats bekend. Dat was met het manna in de woestijn, eenmalig en wonderlijk. "Die veel verzameld had hield niet over; die weinig verzamelde 'had niet te kort." Maar voor de rest gaf God de Heere in zijn vrijmachtige genade weg, wat Hij wilde en aan wie Hij wilde. Zelfs toen het beloofde land verdeeld werd, per familie, was er slechts één moment, waarop allen even veel kregen. De volgende dag, bij wijze van spreken, was de ongelijkheid al aanwezig. Want de ene vader stierf en zijn land werd onder 5 zonen verdeeld, het land van de andere vader kwam aan slechts één zoon in handen. Er kwam zelfs later een afzonderlijke regeling voor gezinnen, waar geen mannelijke erfgenamen waren: daar mochten de dochters erven. Waarmee haar mannen alzo een dubbele portie ontvingen. Over dubbele portie gesproken: oudste zonen erfden altijd een dubbel deel, weet u nog?

En dan denk ,ik aan Job, die schatrijke Job. Na zijn beproeving washij dubbel rijk. En toch was hij "Godvrezend, wijkende van het kwaad, goed doende laan weduwe en wees." Wat lijkt er bij de rijke herdersvorst Abraham toch van sluwheid, ellebogenwerk en relaties? Dat Jacob sluw is geweest, inderdaad; kwam toch niet in de plaats van Gods hand?
En wat denken we van die "aanzienlijke vrouwen", die de Heiland dienden met haar goederen?

We komen vandaag niet klaar. Volgende week dus het slot, hopen wij.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief