Een "stichting"
1976-09-03
Zoals onze lezers weten hebben een aantal broeders onder ons een "Stichting" in het leven geroepen die tot doel heeft een gereformeerd seminarie in het leven te roepen en te onderhouden ter opleiding van predikanten.- Jaargang 20
- nummer 34
Ik wil in mijn bespreking van de "opleiding" daarover nok een en ander opmerken. En omdat leringen wekken, maar voorbeelden trekken, wil ik beginnen met in het kort iets over een paar stichtingen te vertellen.
Een "noodoplossing"
Kort na de tweede wereldoorlog nam de toenmalige minister van justitie een belangrijk besluit. Het was er een omtrent de voogdij over de kinderen, wier ouders uit de ouderlijke macht waren ontzet of daarvan waren ontheven.
Tot op dat moment was het veelal zo,dat zulke kinderen - voor zover ze tot een geref. of andere kerk behoorden - onder de voogdij van de diakenen van de respectieve kerken werden geplaatst. Daaraan werd toen radicaal een eind gemaakt! Dat was o.a, het gevolg van de slordige wijze waarop vele vergaderingen van diakenen zich van hun voogdijplichten kweten.
De minister bepaalde toen dat de voogdij over "voogdijkinderen" alleen zou worden verleend aan door hem erkende instellingen die zich speciaal met de voogdij over zuIke kinderen belastten. En een voorwaarde voor de erkenning van zo'n instelling was o.a. dat zij een bevoegde kracht voor het "maatschappelijke werk" ten opzichte van de "kinderbescherming" in haar dienst had.
Toen deze ministeriële beschikking bekend werd heeft het Comité van de Diaconale Conferentie zich onmiddelijk over deze zaak beraden en het gevaar daarvan ten volle onderkend.
Het betekende immers dat "voogdijkinderen" die lid van onze kerken waren onder de voogdij van "vreemde" voogdijinstellingen zouden worden geplaatst! En "voogdij" betekent het bezit van de volle ouderlijke bevoegdheid! Mocht men toelaten dat deze, zich altijd in uiterst beklagenswaardige toestand bevindende kinderen door "vreemde" instanties zouden worden opgevoed? Mochten de kerken dit lijdelijk aanzien? Deze kinderen loslaten?
De kerken zèlf konden niets meer doen. De mogelijkheid daartoe was door de regering afgesneden. Bovendien: kan een kerk, in casu een kerkelijke vergadering, kerkenraad of "diaconie", de volle verantwoordelijkheid voor de opvoeding van" de ouderlijke macht" over zulke kinderen op zich nemen? Het genoemde Comité heeft deze zaak toen op een landelijke diaconale conferentie ter sprake gebracht. De kwestie is daar breedvoerig besproken. We hadden het voorrecht dat zich onder ons een paar broeders bevonden - o.a. onze onvergetelijke broeder Krol, toen nog directeur van een - en één van de "zwaarste" - rijksopvoedingsinrichtingen en Mr. Roeleveld - die deze materie door en door kenden!
Na allerlei mogelijkheden besproken te hebben heeft toen de algemene diakonale oonferentie met algemene stemmen besloten het Comité van de conferentie te verzoeken een aantal broeders en zusters uit te nodigen een stichting in het leven te roepen die als voogdijinstelling ten behoeve van onze kerken zou optreden. Maar - en daar wil ik nu met alle nadruk op wijzen: dat geschiedde omdat er toen geen andere mogelijkheid was om dit onmisbare werk ter hand te nemen; en dat geschiedde na grondig overleg met hen die dat werk vroeger hadden gedaan maar dat niet langer mochten doen; en dat geschiedde alleen toen het verzoek daartoe van deze broeders-ambtsdragers was uitgegaan!
Het schone begin
De Stichting Geref. Kinderbescherming is toen onmiddellijk in het leven geroepen.
Dat was ook een eenvoudige zaak. Een aantal mensen besluit een niet winst beogend project ter hand te nemen. Zij maken een reglement daarvoor. Vormen zelf het bestuur daarvan. Gaan naar een notaris die de stichtingsacte opmaakt. (Meestal staat daar in dat het bestuur zèlf bij vacatures nieuwe bestuursleden benoemt!). En de zaak is voor elkaar!
Later kwam er nog de bepaling bij dat zo'n stichting zich bij de overheid als zodanig moet laten inschrijven. Het werk van de Stichting Geref. Kinderbescherming ging vlot van start.
Ze kreeg onmiddellijk erkenning van de minister van justitie.
Niet alleen ten aanzien van de voogdij over kinderen, maar ook ten aanzien van alle andere vormen van kinderbescherming! Zij vond in de heer Rosenbrand een destijds toegewijde beroepsfunctionaris. En zijl verwierf "een goede ingang" bij de kerken. En ze kreeg ook al gauw, zoals mij daar zelf werd meegedeeld, een goede naam bij: het ministerie van justitie. Toen een kindertehuis nodig bleek offerden de kerken successief een miljoen daarvoor.
Zelf heb ik de fijnste herinneringen aan de eerste reeks jaren van het bestaan van deze Stichting. Jarenlang is door het bestuur in, ik mag wel zeggen, volmaakte harmonie gewenkt, Ik heb meermallen gezegd dat deze tak van arbeid het mooiste onderdeel van mijn werk was - al was het ook gevolg van dikwijls onbeschrijflijke ellende in het leven van ouders en kinderen met wie de Stichting in aanraking kwam. Maar - juist dáárom was dit werk ook ZIO mooi. Het was een feest toen het kindertehuis "De Driehoek" in Ede werd geopend.
Het conflict
Maar in de kerk schijnt nooit iets blijvend goed te mogen gaan.
Het kerkelijke conflict van 1967 kwam, In meerderheid wilde het bestuur het werk onveranderd gezamenlijk voortzetten. Moest ook dit kapot!
Maar: er kwam een nieuw bestuurslid in die dagen. En nadat hij op hartelijke wijze was welkom geheten, verklaarde hij dat hij de besluiten van het bestuur niet zonder meer voor wettig zou houden, omdat een aantal bestuursleden (de "buitenverbanders", .zij vormden de meerderheid!) geen wettige bestuursleden meer waren!
Toen bij meerderheid van stemmen besloten was de' arbeid gezamenlijk voort te zetten daar kwam het besluit op neer - vergaderde de minderheid van het bestuur, zonder daarvan iets aan hun medebestuurders te zeggen, een paar dagen later apart. Die minderheid had reedis een aantal nieuwe bestuursleden aangetrokken! Het personeel had onder leiding van Rosenbrand schriftelijk verklaard niet onder een “interkerkelijk" bestuur te willen wenken. En zo werd de meerderheid van het bestuur, op een wijze die ik liever niet kwalificeer, uitgerangeerd, Uiteraard had die het onwillige personeel kunnen ontslaan! Want wat dat deed was de aankondiging van een staking van het werk.
Maar dan zou een chaos zijn ontstaan waarvan de kinderen de dupe zouden zijn geworden.
Bovendien was er onder andere kinderen die de stichting onder haar hoede had slechts één die tot een "buitenverbandse" kerk behoorde, En daarom besloot de meerderheid van het bestuur in deze in droeve gang van zaken te berusten.
Maar dat gebeurde met een stekende pijn in het hart!
Wat nu!
De klemmende vraag van deze "meerderheid" was daarna: wat moeten wij nu doen?
Men moet om het klemmende van deze vraag te beseffen goed weten dat het bezit van de Stichting - dat wij zeggen: meer dan een miljoen! - uitsluitend en volledig bezit èn eigendom van de Stichting was!
Wat men aan een stichting geeft is men namelijk kwijt. Dat wordt het onbetwistbare eigendom daarvan, En daarom hadden d kerken over de eigendommen van de Stichting Kinderbescherming niets te zeggen!
De "meerderheid" was evenwel van oordeel dat het vanuit moreel gezichtspunt noodzakelijk, ja eis van goede trouw was, dat het vermogen van de Stichting dat door de gezamenlijke kerken was bijeengebracht, tussen de uiteengescheurde kerkengroepen naar billijkheid :lJ0'U worden verdeeld! En dat te meer nu zij zich met alle kracht tégen de scheur in de kinderbescherming had verzet. De door de "meerderheid" - nota bene op aanraden van de "minderheid"! - daarna, opgerichte nieuwe Stichting. Kinderbescherming deed dan ook het verzoek om tot een billijke verdeling van het gezamenlijke vermogen te komen. Er werd veel over gesproken. Maar het eind was een botte afwijzing.
Ten einde raad nam de nieuwe Stichting een advocaat in de arm - gespecialiseerd in de materie van de stichtingen - om advies in te winnen. Deze kreeg opdracht te proheren alsnog een minnelijke schikking tot stand te brengen.
Maar ook deze had geen succes, Ten slotte gaven we hem opdracht een poging te doen een minnelijke schikking via de rechter te realiseren, Toen dit proces daartoe was aanhangig gemaakt beantwoordde de "oude" Stichting dat met een proces harerzijds waarin de eis werd gesteld dat de "meerderheid" van het bestuur als onwettige bestuursleden zouden worden gediskwalificeerd en dus van hun bestuurslidmaatschap zou worden vervallen verklaard! Dan had de .minderheid'' volledig vrij spel. Het was afschuwelijk: proces tegenover proces. Wij, de "meerderheid", Vloerden het alleen omdat we ons moreel verantwoordelijk voelden voor het goed dat juridisch wel "eigendom" van de Stichting, maar in ethische zin dat van, de gezamenlijke kerken was, Toen de. processen ,,op de rol" stonden, dus officieel op gang waren gebracht, heb ik nog eens een gesprek met onze advocaat geëngageerd - ik lag toen in het V.U.-ziekenhuis om alsnog een poging te doen om tot een minnelijke schikking alsnog te overwegen. Hij heeft zijn best gedaan. Maar kreeg weer nul op het request!
De wonderlijke oplossing
lik herinner me nog levendig hoe mij in het ziekenhuis deze zaak, ik mag wel zeggen, nacht en dag bezig hield! En toen gebeurden er wonderlijke dingen!
In november 1971 kreeg ik in het V.U.-ziekenhuis van een Arrondissementsrechtbank ergens in ons Iand een brief. Ik keek daar vreemd van op! Wat had die met mij en i!k met haar te maken? En nog vreemder werd die zaak toen ik de brief open maakte en de inhoud zag. Hij was namelijk geadresseerd: Geref. Kinderbescherming, Postbus 103, Ede.
Mijn eerste indruk was: hier is een vergissing in het spel. Maar - de brief was duidelijk aan mij geadresseerd. En dus nam ik de vrijmoedigheid hem te lezen.
En toen werd het raadsel opgelost. Na een mededeling over een zakelijke aangelegenheid volgde daarin namelijk dit: "Van deze gelegenheid wil ik tevens gebruik maken om U mee te delen dat het in mijn voornemen ligt per 15 december a.s. de begeleiding van alle gezinsvoogden in mijn arrondissement voor zover thans nog bij U berusten aan Pro Juventaste over te dragen.
Van de uitvoering van dit voornemen zal ik slechts afzien indien tijdig voordien mij gebleken is dat zowel bestuurlijk als anderszins ten aanzien van Uw instelling de interne conflicten zijn opgelost.”Hieronder stond: "Kopie van dit schrijven werd door mij verzonden aan" en daarna volgden de namen van enkele personen onder welke ook de mijne!
Ik was perplex. Want ik had met de afzender van de brief noch direct noch zijdelings ooit contact gehad. Jaren daarvoor had ik hem eens eenmaal ontmoet, Maar het verhaal is nog niet uit. Een paar dagen' later belde mij de' secretaris van de “nieuwe" Stichting op en zei: “Ik heb een bijzonder verheugende mededeling voor u: de "oude" Stichting gaat eindelijk toch met een minnelijke schikking akkoord"! En die kwam daarna ook tot stand!
Een bericht
Laat ik aan dit verhaal nog toevoegen dat het tot stand komen van de minnelijke schikking door prof. Trimp, een van de bestuursleden der oude Stichting, in het Ned. Dagblad op verzoek van het bestuur zó werd meegedeeld.
Ik geef het bericht door zonder commentaar: "Na het uiteengaan van de wegen is nog herhaaldelijk over de gevolgen (met name: de financiële gevolgen) van deze zaak overleg gepleegd; toen geen overeenstemming kon worden verkregen, is allereerst van de kant van hen, die buiten het verband der kerken waren geraakt, getracht in deze zaak hulp te verkrijgen van de wereldlijke rechter. Maar tot aller vreugde is die procedure niet voortgezet; er kon een schikking worden getroffen, die analoge trekken vertoont met de boedelscheiding binnen de Stichting Emeritering. Op deze wijze kon deze zeer bittere zaak onlangs toch nog door onderling overleg worden geregeld.'''
Tot zover deze week.
Volgende week D.V. verder.