Barmhartigheid
1976-09-10
(Soemba-Borneo 96) - Jaargang 20
- nummer 35
In de gemeente van Overschie werd een collecte gehouden, bestemd voor het werk op Soemba. Fijn is dat, als christenen, 's zondags in de samenkomsten van de gemeente, zich zó bezig houden met zusterkerken, heel ver weg.
Gemeenten, waarmede zij zich in geiloof verbonden weten "in onze Heer Jezus Christus".
Wat bijzonder opviel - en daar willen we 't dit keer speciaal over hebben - was de mededeling van deze collecte: "Voor het barmbartigheidswerk ten behoeve van de gemeenten op Soemba". Deze typering treft je bijzonder, omdat ze zogoed de verhoudingen aangeeft. Ze is (misschien niet eens opzettelijk) aanduiding van een werkelijkheid, die rijk van inhoud is.
Barmhartigheid – ontferming medeleven. Onze broeders en zusters op Soemba staan alléén. Een klein aantal temidden van een heidense omgeving. Leven zij en zij willen graag "geheel anders" zijn. Hun kennis van Gods Woord is echter nog beperkt en Zie leven niet in een christelijke traditie. Roe zouden ze geloven en groeien in dat geloof, als hen niet regelmatig gepredikt wordt? En hoe zouden ze de zonde haten en die mijden, als ze niet regelmatig onderwezen worden in de wil Gods over hun leven?
Dat leven in de kampongs komt dikwijls te staan naast dat van veilen, die zèggen dat ze christenen zijn, terwijl te vrezen is, dat ze alleen maar de naam voeren.
Omdat "het staan", of omdat men denkt er bepaalde voordelen van te hebben. Ook op Soemba is er in de kring van hen, die vroegen onder beslag van het Woord zijn gekomen, een enorme verwereldlijking op te merken. Koud noch heet zijn. ze. Het heidendom overwoekert de restanten van wat eens een christelijk leven scheen te zijn.
In die situatie ervaren onze broeders en zusters dikwijls veel onbarmhartigheid, Ze worden veroordeeld, omdat ze zich van heidense gewoonten afkeren en zich scharen bij de kleine, onaanzienIijke gemeenten, de Gereja Bebas Soemba (vrijgemaakte kerken van Soemba). Hen nu mógen we vanuit Nederland barmhartigheid betonen. We mogen hen iets doen ervaren van de barmhartigheid, die de HERE zijn kinderen geeft. Door hen te helpen bij de opleiding van Soembanese predikers, die de boodschap van heil onder hun volksgenoten kunnen brengen. Door die goeroe's met raad en daad bij te , staan in hun taak van verzorging van de gemeenten, door hen een bescheiden inkomen te garanderen en hen allen te doen ervaren "u staat niet alleen, er zijn in het Land van tuan Goossens velen, die met u de komst van onze Heiland verwachten" .
Dat is voor ons geen specifiek zendingswerk, hoewel het nauw aansluit bij, het "gaat dan heen, maak alle volken tot Mijn getuigen" . Het is voorons het beoefenen van de broederschapsband, waarin, we als gemeenten in Nederland iets mogen vervulden van de opdracht "weest barmhartig, gelijk Uw ader barmhartig is" (Luc. 6 : 36).