Specialisatie zonder isolatie
1976-09-17
Kort geleden hoorde ik over een groep jonge gemeenteleden ergens in ons land, die in de vergadering van de gemeente mededeling deed van een plan tot camping-evangelisatie en voor dat plan en de uitvoering daarvan een plaats vroeg in het gemeentegebed, Ik hoorde dat over één gemeente en over één plaats, maar het is best mogelijk en het ,is ook te hopen, dat méérdere kerken zichzelf in dit verhaal herkennen. Het gaat me nu over die vraag om een plaats in het gemeentegebed. Daarin komt, geloof ik, een goed inzicht naar voren in de verbanden zoals ,de Here die heeft gewild en gelegd, En tegelijk is hier, dacht ik, een overwinning behaald op een gedachtegang die soms maar al te gemakkelijk vanuit de wereld wordt overgenomen. Dat zal allemaal wel niet met zoveel woorden zijn uitgesproken, Maar het is naar mijn mening de moeite waard er toch eens wat woorden en gedachten aan te wijden.- Jaargang 20
- nummer 36
De "afzondering" van Barnabas en Saulus
In Handelingen 13: 2 lezen we over een gebeuren in de kerk van Antiochië dat ons wel moet opvallen: ,,En terwijl zij vastten bij de dienst des Heren, zeide de Heilige Geest: Zondere mij nu Barnabas..en Saulus af voor het werk, waartoe lik hen geroepen heb". In het volgende vers wordt vermeld, hoe de gemeente dat bevel opvolgde: "Toen 'vastten en baden 'zij', en legden hun de !handen op en lieten hen gaan". Ik zou de aandacht willen richten op die "omweg" van de Heilige Geest, Waarom heeft Hij niet rechtstreeks tegen Barnabas en Saulus gezegd, dat zij met het voor !hen bestem/de zendingswerk moesten beginnen?
Waarom krijgt de geméénte dat te horen? Daarover zou heel wat te zeggen zijn. lik zou me nu willen beperken tot het volgende: Bijeen "rechtstreekse" aanpak zou er van een verband tussen de "thuisblijvende gemeente" en de "werkers op het zendingsveld" eigenlijk geen sprake geweest zijn. Her lichaam der kerk te Antiochië zou twee leden verloren hebben door een ingreep van de Heilige Geest, die - met eerbied gezegd - op een amputatie zou hebben geleken. De kerk ter plaatse en de mobiele evangeliebrengers zouden ten opzichte van elkaar in een isolement zijn geraakt: beide groepen wel door de Geest geleid maar zonder onderlinge relatie. Zo heeft de Heilige Geest het niet gedaan en niet gewild, Inderdaad wilde Hij dat het tot een afscheid komen zou. Inderdaad wilde Hij dat Barnabas en Saulus hun werk binnen de gemeente zouden opgeven om over te gaan tot het "speciaal" voor hen bestemde predikerswerk. Maar Hij wilde niet, dat afscheiden specialisatie zouden leiden tot een wederkerig isolement. En daarom 'gaf Hij zijn bedoelen gestalte in een dáád van de gemeente. Een daad in gehoorzaamheid.
Maar ook een daad waarin genade en eer op de gemeente neerdaalde, In handoplegging en gebed strekte de gehéle gemeente zich uit naar het werk, dat die rwéé geroepenen zouden hebben te verrichten. In deze daad van afzondering en gebeid wordt de ,kloof tussen "thuisblijvers"en "uitgaanders" voorkomen en wordt de harmonie tussen "thuis" en "uit" bevestigd. En deze daad berustte op het bevel van de Geest. Hij heeft deze harmonie gewerkt. We zien dat dit positieve gevolgen mocht hebben. De beide predikers keren na een werkperiode naar hun thuisbasis terug! En dat woord “thuisbasis" geeft een realiteit aan. En heeft Paulus uit het één en ander ook niet verstaan, dat het geboden en zinvol was voor zijn unieke werk telkens weer de voor beide van de gemeenten te vragen? Zie maar Ef. 6 : 18-20; Gol. 4 : 2-4; 2 Thess. 3 : 1 ... Ook hier gaat het op een bijzondere wijze om het éne Lichaam met zijn véle leden. Leden kunnen een zeer speciale functie ontvangen. Maar bij die specialisatie wijst de Geest elke gedachte aan isolatie of erger gezegd amputatie af!
De blijvende boodschap van het uitzonderlijke gebeuren
Ik zou me best kunnen voorstellen, dat éemand 'van mening ;is dat er vanuit dat uitzonderlijke gebeuren uit de oude apostolische tijd geen lijnen zijn te trekken naar onze eigentijdse omstandigheden en gebeurlijkheden. Een apostel is ,als fundamentleggende getuige van Christus (1 Kor. 3: 10) nu eenmaal, "onl'hethaalbaar". Dat laatste geef ik zeker toe. Maar ik geloof, dat dat grote verschal het argument voor onze eigentijdse omstandigheden niet wegneemt maar juist verstèrkt! Het gebeuren met Barnabas en Saulus komt via de lijn van het "Hoeveel teméér!" naar ons toe. Het uitzonderlijke van de Fundamentleggende apostel brengt immers een bijzondere positie en een bijzondere zelfstandigheid tegenover de gemeente met zich mee. Denk alleen maar aan de vermanende en bestraffende gedeelten in de apostolische brieven! En ondanks die bijzondere zelfstandigheid wordt toch zo duidelijk en nadrukkelijk de harmonie en de gemeenschap tussen thuisgemeente en uitgaande apostel bewaard. Als die gemeenschap en die harmonie voor de apostel gold, hoeveel te méér dan voor ons, die gemeenteleden zijn zonder apostelkwaliteit!
Polarisatie
In dit opzicht hebben wij te overwinnen wat "uit de wereld" is, En 'dat wereldse is de breuk van de door de Geest gewilde harmonie. Dat wereldse is de specialisatie als isolatie, lom niet te zeggen amputatie. En dat bedreigt ons juist "in onze heiligste verrichtingen".
Het is buitengewoon verheugend als een groep jongeren aan de roeping tot uitdragen van het evangelie gehoor geeft en aan dat gehoor geven een speciale gestalte verleent ... op campings, in koffiebars. De speciale vorm brengt al direct met zich mee, dat het geheel van de gemeente niet op één en dezelfde manier in het wenk betrokken kan worden. Er ontstaat een onderscheid van "t!huis" en "uit", van "achterhoede" en "frontsoldaten".
Nu wil de duiver niets liever dan een wig tussen beide groepen. Hij wil de polarisatie, de isolatie en - zo mogelijk - de amputatie. Daarin komt hij all een heel eind, als wij, bijvoorbeeld Geest en gemeente tegen elkaar gaan uitspelen, De Geest wordt dan iemand; die Saulus en Barnabas er zomaar uithaalde zonder zich om de band van die twee met de gemeente ook maar te bekommeren. Persoonlijke roeping! En daar heeft "het kerkvolk" verder geen boodschap aan! Dan wondt de gemeente all gauw van haar voornaamste medewerking beroofd, van de gebedsbegeleiding komt eigenlijk niet eens meer op de gedachte dat dit belangrijk zou kunnen zijn. En als de gemeente niet attent is, dan láát ze zich er ook gemakkelijk. van beroven! Er is dan geen sprake meer van een gehele gemeente die zich biddend en begeleidend uitstrekt naar het werk van de kleine groep. Er is een wederkerig isolement ontstaan, En de polarisatie kan haar lelijke gang gaan.
De "thuisblijvende" gemeente wordt linde ogen van de "frontsoldaten" rot een "vegeterende massa", 'log en immobiel. Omgekeerd wordt aan de "frontwerkers" het odium van "activistische onruststokers" maar al te gemakkelijk opgelegd. Men kan aan de ene kant over de rust des geloofs gaan spreken waar 'a!1lleenmaar sprake is van gebrek aam activiteit! Men kan aan de andere kant zijn zekerheid en geborgenheid gaan zoeken in de eigen activiteit, waarbij het genadekarakter van het :heil wordt vergeten en de overgang van een heilig werk naar werkheiligheid ongemerkt wordt gemaakt als de harmonie van de Geest wordt verbroken, dan zullen de polen elkaar gaan beschadigen, En dat is zacht uitgedrukt! Ik heb het nogal scherp gezegd. Ik heb geen 'situatie beschreven die er is! Dat wil ik dankbaar en met nadruk zeggen. Ik heb het einde van een weg willen tekenen waarop wezens de éérste stap niet moeren zetten! Het eind van de weg die begint met "Geest" tegenover "gemeente", met "werkers" tegenover "thuisblijvers ". "Principis obsta!" zeiden de vaderen ... "Bevecht het begin van het kwaad". Wacht niet tot je het eind inzicht krijgt! Handelingen 13 moet niet vergeten worden!
Realiteit tegenover folklore I
lik kom weer terug op die vraag om een plaats in het gemeentegebed.
Aan die vraag om het gebed is,zo zou ik denken, al veel verhoring voorafgegaan. Het is een verhoring van God, als we in deze tijd van polarisatie de harmonie begeren die de Heilige Geest heeft ingesteld en gewild. Als het isolement eigenlijk 'bij voorbaat al overwonnen is door een gemeente die zich biddend uitstrekt naar het werk, dat in zijn speciale gestalte door een groep wordt verricht, Het onderscheid blijft natuurlijk, maar de scheiding wordt voorkómen. Ik wilde hier uitvoerig bij stilstaan. Omdat het natuurlijk zo moet zijn, dat de vraag bewust wordt gesteld en dat het gebed bewust wordt opgeheven. Wat echt en waarachtig begint dreigt na verloop van tijd heel vaak weer een "kerkelijke folklore" te worden. Een mooi gebruik zonder wortels in een echt besef van die werkelijkheid die de Geest geeft en wil! Dat mag niet. Vandaar deze kleine bijdrage tot bewustzijnsverscherping en -verheldering, Voor velen niet nodig. Maar denkelijk niet voor àllen overbodig.