Het formuleren van onderwijsdoelstellingen voor de catechisatie

1976-09-17
  • Jaargang 20
  • nummer 36
De lancering van de eerste Russische Spoetnik in 1957 schijnt het sein geweest te zijn tot het luiden van de noodklok over het Amerikaanse onderwijssysteem. Uit dezelfde tijd dateert de enorme belangstelling voor het formuleren van onderwijsdoelstellingen. Een boekje als dat van de Engelsman R. F. Mager "Leerdoelen formuleren. Hoe doe je dat?" is vertaald in het Nederlands, Frans en Duits. Ingezonken onderwijsmensen kruisigden hun traagheid met de stelling:Hoe concreter het onderwijsdoel wordt geformuleerd: hoe groter de inspanning zal zijn om het te bereiken. Een stelling die omgekeerd kan worden in deze vorm: hoe vager het onderwijs doel, hoe trager de onderwijsman. Het is de vraag of de schokgolf, veroorzaakt door de spoetnik, onze catechisatielokalen al heeft bereikt.

Een interessant experiment
Een Amerikaans onderzoeker, een zekere Tyler, pleegde het volgende experiment, Hij ondervroeg een groot aantal leraren en docenten in het vak geschiedenis naar hun onderwijsdoelstellingen.
Ze verzekerden hem eenparig weiruig belang te hechten aan feitenkennis, maar veeleer uit te zijn op het bijbrengen van inzicht in de wijze waarop vroegere gebeurtenissen en omstandigheden invloed hadden op latere. Toen TyIer echter daarna blijkbaar ongemerkt) kennis nam van !hun onderwijspraktijk, Medk dat de meesten slechts lippendienst bewezen aan hun schone onderwijsdoel en zich praktisch beperkten tot het opdienen van feitenmateriaal.
Hun studenten, die zich daarop hadden ingesteld. stampten rijtjes en jaartallen.
De conclusie uit dit onderzoek is duidelijk. Het doel was goed: het bijbrengen van historische verbanden.
Maar het was zo algemeen geformuleerd, dar het niet sneed in het trage vlees van de docenten. Ze konden er alle kanten mee uit, zelfs ,de tegenovergestelde.
Tyler en anderen menen nu, dat de onderwijsman pas ernst zal maken met zijn ideaal, als hij zich dwingt om zijn onderwijsdoel zo scherp mogelijk in het oog te vatten en te formuleren. Ik zou, wat deze onderzoekers op dit punt te doelen, duidelijk kunnen maken aan de hand van twee voorbeelden.
Eerst één van een vage onderwijsdoelstelling: een les over de eerste industriële revolutie in Engeland van rood 1870. De docent zal zich dan heel makkelijk beperken tot het geven van feitenmateriaal uit die periode. Dan een scherpe doelstelling: het verband tussen de eerste industriële revolutie :in Engeland rond 1870 en de opkomst van het socialisme aldaar.
In dit geval kan de docent niet meer volstaan met het geven van feitenkennis. Hij dwingt zichzelf te komen met een scherp gericht betoog, dat diepgang heeft en inderdaad verbanden aanwijst. Terloops moet gezegd worden, dat sommige deskundigen de formuleringgsmethode in twijfel trekken. Ze merken op, dar niet één formule compleet lis. Voorts dat er onderwijsdoelen zijn, die zich aan formulering onttrekken. Dat mag waar zijn, maar het is m.i. duidelijk, dat Tyler e.a. ergens in de roos geschoten hebben. Ook ten aanzien van de catechetische praktijk is de geestgewillig, maar het vlees zwak. We hebben een scherpe formulering van ons catechetisch doel hard nodig.

Toepassing van dit gegeven op de catechisatie
Iedere catecheet kent de overvolle dagen waarop hij zich zonder noemenswaardige voorbereiding in zijn catechetische werk snort. Heeft hij al een behoorlijke ervaring opgedaan, dan kunnen zulke uren nog tamelijk bevredigend verlopen.
Maar de grote vraag is of het niet beter had gekund. Vandaar dit stukje bezinning dat toeloopt op de stelling: een scherp geformuleerde doelstelling van de catechese is beslist noodzakelijk. Dat geldt dan a) voor de catechese in zijn geheel, b) voor het leerplan, c) voor de enkele les. Over elk van deze drie enkele korte opmerkingen.

a) de catechisatie in het algemeen.
Alvorens in september te starten met de catechisaties dienen we ons opnieuw te realiseren wat catechese ven diepste is. Deze beeinning zal zich steeds moeten herhalen.
Daartoe zal het goed zijn, als ieder voor zich het doei!met eigen woorden tracht te formuleren, Natuurlijk kunnen kant en klare definities ons van dienst zijn. Dr R. Bijlsma geeft ,in zijn Kleine Catechetiek deze omschrijving: "Catechese is het onderricht van de christelijke gemeente aan haar leden, speciaal aam de jongeren, om hen we 'te rusten rot een verantwoord leven in de wereld als mondige leden van Christus' kerk” zijn.
Voor mijzelf kwam ik rot de volgende omschrijving van de kindercatechisatie (die ik graag voor beter geef): Kindercatechese is het onderwijs in de christelijke leer, door de gemeente gegeven, in opdracht van de HERE Zelf, aan kinderen met wie Hij Zijn verbond sloot, om hen te manen tot een leven van vertrouwen op hun God en het houden van Zijn geboden in Christus Jezus . Het gaat nu in dit verband niet om de vraag naar de beste definitie, maar om de overweging dat scherpe concentratie op alle facetten van onze opdracht ons moet brengen tot vernieuwd besef van de ernst, de verantwoordelijkheid en de rijkdom van deze taak.

b) het leerplan
Het is nodig dat de catecheten duidelijk omschreven leerplan maakt voor alle groepen. Een plan dus dat een periode van een jaar of zeven omvat. Dat leerplan kan vrij eenvoudig zijn voor een groep waarvoor hij een geschikt boekje gevonden heeft. Hij zal dan kunnen volstaan met het aangeven van de hoofdstekken die hij gedurende een seizoen denkt door te nemen. Kiest de catecheet een combinatie van catechismezondagen, algemene onderwerpen, Bijbelstudies enz. dan zal een gecompliceerder schema nodig zijn.
Globaal genomen wordt een leerplan bepaald door drie of vier factoren:

1. de doelstelling. Voor een groep jongeren kan men de taak voor één jaar bijvoorbeeld als volgt omschrijven: het kunnen terugvertellen en of herkennen van de geschiedenis van de schepping, de aartsvaders, de uittocht en de wetgeving, de richteren en de :vroege koningentijd. Een mogelijk doel voor een ouderengroep kan zijn: het weergeven en belijden van de belangrijkste stukken van de christelijke 'leer; het aanduiden van de gewichtigste gebeurtenissen uit de strijd tussen Christus 'en de satan in de geschiedenis en het herkennen van deze strijd in het helden; het aanduiden van de belangrijkste beginselen van zelfstandige bijbelstudie.

2. de beginsituatie.
Hierbij komen vragen aan de orde als: zijn de jongelui afkomstig uit meelevende gezinnen, of niet? Zijn ze op slechte of op goede scholen geweest? Welke kennis mag redelijkerwijze aanwezig worden verondersteld? Hoe is het sociale milieu? enz. Het is duidelijk, dat het 'voor de planning verschil maakt of 12-jarigen reeds een voor hun leeftijd voldoende Schriftkennis hebben, of niet. Het maakt verschil of men een groep heeft van studerenden of van werkende jongeren (o wonderbaarlijke tegenstelling!), enz.

3. de stof.
De catecheet dient vast te stellen welke gedeelten uit Oude en Nieuwe Testament hij wil behandelen: welke gedeelten van de catechismus hij op het programma zet; welke Bijbelboeken of hoofdstukken hij kiest voor Schriftstudiecatechisaties en welke ‘algemene onderwerpen' hij kiest (evolutiekwesties. vreemde godsdiensten, andere kerken, enz.).

4. het leerboek.
Volledigheidshalve wondt hier het belangrijkste leermiddel, het leerboek, genoemd, Intussen zitten we met het zware probleem van de halve meter boekenplank aan catechisatieboekjes van collega Postma, die niet of nauwelijks bruikbaar zijn (Opbouw 20-8).
Aan de hand van deze vier punten moet nu een schema wonden opgesteld van wat de catecheet in de loop der jaren hoopt te doen.
Dit leerplan mag niet ontbreken. Het moet aan de gemeente bekend zijn. Catechese is de taak van de gemeente. Niet van de predikant alleen, De gemeente heeft medezeggenschap over dit plan. Ouders en kerkenraad moeten kunnen zeggen: wilt u daar en daar eens aandacht aan besteden? Het opstellen van zo'n plan betekent natuurlijk niet dat de catecheet zich eraan uitlevert. Als zich brandende zaken voordoen moet hij ervan afwijken.
Het leerplan is er voor de catecheet en niet andersom. Het kan hem ervoor behoeden maar een beetje aan te rommelen.

c) de enkele les
Het is nodig dat de catecheet voor elke les zich het doel voor ogen stelt, dat hij ermee wilt bereiken, Deze doelstelling kan niet worden gemist. Hoe scherper de doelbepaling, hoe effectiever de les en hoe beter de kwaliteit, Men vergelijke de volgende mogelijkheden:

een catechisatieles zonder doelstelling: de catecheet ontdekt, dat de sacramenten aan de orde zijn. Zijn ervaring stelt hem in staat daarover drie kwartier vol te praten.
Wat hij zegt is ornhodox-Gereformeerd, maar 'vrij "leeg".

een catechisatie met doelstelling: de catecheet geeft les over de sacramenten, als hierboven. Maar met dit verschil, dat hij ernaar verlangt Gods trouw te laten zien, terwijl hij de jongelui maant om hun God te vertrouwen en Hem geheel roe te behoren. Hier zijn we duidelijk veel verder.

een les met nog scherpere doelstelling: de catecheet geeft een catechisatie over de sacramenten als hierboven, maar de reproductie van het gebodene door de catechisanten wordt nu in de doelstelling opgenomen. De catecheet vraagt zich af, hoe hij zal kunnen bewerken, dat zijn leerlingen hem gaan naspreken, en - als de Here God' het geeft - ook zelf gaan belijden (belijden = homogeen = hetzelfde zeggen), Hier komen opdrachten binnen het gezichtsveld (spreekbeurt, groepsgesprek, opstel, opzeggen 'en overhoren). Hoe godvruchtig de man van. het tweede voorbeeld ook mag zijn, die van het derde is pas geheel ter zake.

Epiloog
Schrijver dezes is geen onderwijsdeskundige. Hebben wij niet dringend behoefte aan een catechetische werkgroep, waarin behalve theologen ook onderwijsmensen hun bijdrage leveren?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief