Hulp aan Surinaamse mede-christenen
1976-09-17
Onder deze titel schreef ik in het nummer van 18 juni jl. een informerend stukje, dat ik in dit nummer opnieuw plaats. Een nieuw seizoen is weer begonnen en het is goed bij het opmaken van uw winterbegroting te weten welke projecten er wachten op uw steun. Hierbij den!k ik voorai aan kerken en diaconieën. Het zou geen wonder zijn, wanneer juist aan hen de eerste publicatie hierover zou zijn voorbijgegaan, terwijl we juist hun steun nodig hebben. - Jaargang 20
- nummer 36
Een geregelde plaats op het collecterooster voor de eerstkomende vier jaar - als dat eens zou kunnen ... Intussen hebben al veel particulieren spontaan en gul gereageerd. 72 girostrookjes 'kwamen binnen (waaronder 2 van kerken met een collecte) en dat bracht samen het zeer mooie bedrag op van: f 3.656,55. We kunnen dus zonder overdrijving zeggen, dat dit project in onze kerken (en daar buiten?) aanslaat. Dankbaar stellen wij dat vast. Zal dit goede onthaal ook op de wat langere duur standhouden? Onder de ruim 70 bijdragen wanen er twaalf, die een regelmatig bedrag toezegden.
Dat vooral is nodig. We leven in een vliegensvlugge tijd, waarin van alle kanten impulsen op ons afkomen. Dat kan ook aan de christelijke deugd van de barmhartigheid iets rommeligs geven. Vaste vrijwillige bijdragen geven is daar een medicijn tegen. Maar toch, ook voor de giften voor één keer zijn we erg dankbaar.
De controle op mijn boekhouding berust hij de kerkenraad van Amsterdam-Centrum, die onze commissie ook benoemde. Om deze reden acht ik mij ontslagen van het vervelende bedrijf om alle giften afzonderlijk te verantwoorden.
Ik ga de administratie trouwens overdragen, zoals ik in de publicatie van 18 juni al aankondigde. Onze kerk heeft behalve een gemeentegiro tegenwoordig ook een postgironummer en wel 3666088 t.n.v. Gereformeerde Kerk Vrijgem. te Amsterdam-C. Neemt U hier goede nota van en maakt U alstublieft uw gaven op dit nummer over.
Hier volgt nogmaals de aankondiging van dit project: Sinds november 1975 heeft de Gereformeerde Kerk (vrijgem.) van Amsterdam-Centrum contact met de Evangelische Broeder-gemeente in de Bijlmermeer, die bestaat uit Surinamers. Dit contact ontstond eigenlijk ongezocht. Een van onze ouderlingen, die administrateur is van de school, waarin de Surinamers hun kerkdiensten houden, werd uitgenodigd om de dienst op de onafhankelijkheidsdag, in november '75, bij te wonen. Wij gaven hem onze groeten mee en verzochten hem aan de Broeder-gemeente de vraag te stellen, of zijvreemdelingen als zij waren - in enig opzicht onze hulp nodig hadden.
N aar aanleiding van deze vraag, die eigenlijk een aanbod was, is de Broederraad (hun kerkenraad) met ons in. contact getreden. Het bleek ons, dat zij voor hun gemeente, die nominaal 500 leden telt, binnenkort geen dominee meer zullen hebben, omdat de predikant die er nu op parttime basis werkt, naar Suriname terug gaat. Zij vroegen ons daarom, of wij hun aan een pastorale werker konden helpen.
Wij zagen er werkelijk een besturing van de Here in, dat we kort daarna in kennis kwamen met Kim Batteau, een Amerikaanse theoloog (Westminster Seminary) die hier aan de V.U. bij prof. Veenhof z'n doctorale studie doet en zich als belijdend lid bij onze gemeente wilde aansluiten. (Wat inmiddels ook gebeurd is.) Hij zocht juist een nevenbaan om met zijn gezinnetje (Nederlandse vrouwen één kind) all studerend in leven te blijven. Aantrekkelijk voor ons was vooral, dat hij in de Verenigde Staten ervaring heeft opgedaan met pastoraal werk onder de negerbevolking van Chicago. Kim bleek voor dit werk te voelen en de eerste contacten, die wij legden tussen hem en de Broedergemeente waren hoopgevend. Het laat zich aanzien, dat zij het wederzijds goed met elkaar kunnen vinden. De Evangelische Broeder-gemeente - was is dat eigenlijk voor een kerk? Dat vroegen wij ons natuurlijk ook af, toen wij er mee te maken kregen. Deze kerk is in Suriname de volkskerk en is daar ontstaan door de zendingsactiviteiten van de Broeders, die hier in Nederland ook vertegenwoordigd zijn en in Zeist hun centrum hebben. Hun oorsprong gaat terug tot in de 18e eeuw, toen de Broeder Uniteit onder leiding van de graaf Von Zinzendorf in de boezem van de lutherse kerk in Duitsland ontstond. Aanleiding daartoe was de opvang, die deze christen-edelman bood aan de uit Bohemen voortvluchtige moravische gelovigen (geestelijke nazaten van Johannes Hus) op zijn landgoed Herrnhut in Oberlausitz.
Toen mede als gevolg daarvan moeilijkheden ontstonden met de lutherse landskerk van Saksen, liet Von Zinzendorf zich door de moravische broeders rot bisschop wijden (1737). Vanaf dat moment was er feitelijk een afscheiding van de lutherse kerk, hoewel dat zo niet bedoeld was. Nog bestaan met de luthersen goede contacten. De aldus ontstane Uniteit is zuiver geestelijk gezien een vrucht aan de boom van het Duitse piëtisme. Een warm en blijmoedig geloofsleven kenmerkt haar, evenals een dogmatische argeloosheid. Wat de zending betreft, zijn ze in het protestantisme koplopers geweest. Een eigenaardigheid is verder nog, dat men het lidmaatschap van de Broedergemeente kan combineren met een ander kerklidmaatschap. Wat de Broeder-gemeente in de Bijlmermeer betreft, wij hebben tot dusver met hen een goed religieus contact gehad, genoeg om met hen op geloofsbasis voor dit project samen te werken.
Het project is geraamd op vier jaar. Gedurende deze vier jaar zullen wij aan de Broeder-gemeente een bedrag uitkeren, waarmee zij br Batteau voor drie dagen in de week kan honoreren. Deze omslachtig schijnende vorm is gekozen om de zelfstandigheid van deze kerk te respecteren en te stimuleren. Want, deze Surinaamse gemeente mag dan financieel weinig draagkrachtig zijn, dat is geen reden om haar te bevoogden, ook niet goed bedoeld.
En nu de vraag, hoe wij dat denken te Financieren, Formeel zouden de andere kerken kunnen zeggen: wat Amsterdam-Centrum aanpakt, moet zij weten; daar staan wij buiten; of: Als Amsterdam-Centrum wat wil, laat ze dan eerst overleggen met de zusterkerken. Ieder heeft het recht zo te reageren. In dat geval moeten we het alleen doen. Niettemin hebben wij er bij het aangaan van deze verplichting op gerekend, dat we de hulp van de zusterkerken (vrijgemaakt en christelijk gereformeerd) zouden krijgen. We hebben dat niet afgewacht, omdat we meenden dat hier snel gehandeld moest worden. Een lange kerkelijke weg zou, vreesden wij, de spontaneïteit kunnen doden. Bovendien gingen wij er van uit, dat dit stukje overzichtelijke ontwikkelingshulp algemene weerklank zou vinden. Deze hulp is direct evangelisch (immers dienst in pastoraat, catechese en prediking) en is tevens controleerbaar. Allerlei strijkstokverhalen gaan hier niet op. Hier ligt een stukje derde wereld vlak naast ons bed. Zou onze Here Christus het ons niet kwalijk nemen, ah wij deze kans om zinvol te helpen lieten liggen?
Voorlopig kunnen kerken, diaconieën en/of particulieren hun gaven kwijt op bovengenoemd postgironummer. Een gift ineens mag natuurlijk, maar het gaat ons vooral om een donateurschap voor een vierjarenplan. Het werk is al gestart.
Voor de commissie "E.B.G.-project" te Amsterdam (ingesteld door de kerkenraad)
P.S. Twee opmerkingen voeg ik hieraan toe.
1e. Ik schreef in juni: "Het laat zich aanzien, dat zij (de E.B.G. en br Batteau), het wederzijds goed met elkaar kunnen vinden". Ik kan dit nu in september gelukkig bevestigen.
Juist vorige week hadden wij een bespreking met de Broederraad en op onze vraag hoe de verhouding zich ontwikkelde, antwoordde men hartelijk: Wij zijn blij met onze Kim.
2e. De 'omslachtige' honorering van br Batteau waarover ik schreef, is niet gelukt.
Men gaf er van de kant van de E,B.G, toch de voorkeur aan, dat br Batteau door ons gesalarieerd zou worden. Uit het oogpunt van kerkrecht achten wij dit onjuist, maar natuurlijk niet onoverkomelijk.