Een "eigen" inrichting?
1976-09-17
Stichtingellende- Jaargang 20
- nummer 36
In het vorige artikel heb ik de droevige geschiedenis van de Stichting Geref. Kinderbescherming verteld. Ik zou nog enkele van zulke trieste verhalen kunnen doorgeven!
Om te beginnen dat van d'Amandelboom in Bilthoven.
Dat woonoord en verzorgingshuis voor bejaarden was vooral in het Leven geroepen door de kerken van Noord-Holland en Utrecht.
Die hebben daar grote sommen geld voor bijeengebracht! Voor dergelijke inrichtingen kreeg men toen nog geen 100% subsidie! Het ging in het begin ook daarmee prachtig. Maar na de schandalige synodale handelingen van 1967 begon ook daar de ellende. De "binnenverbandse" bestuursleden wilden ook in die Stichting niet met de "buitenverbandse blijven samenwerken. Dat was te dwazer en slechter omdat het in dat bestuur in hoofdzaak slechts om financiële en economische aangelegenheden ging. Maar de "binnenverbanders" zeiden tegen de "buitenverbanders": "jullie moeten en zullen er uit!" En toen deze bleven zeggen: "wij mogen niet weg, wij: moeten om Gods wil blijven samenwerken'" toen hebben de ”binnenverbanders" hun "buitenverbandse" broeders een proces aangedaan. En het resultaat was dat de "buitenverbandse" broeders uit het bestuur werden gesmeten! Alles wat de uitgestoten kerken eenmaal voor deze inrichting !hadden geofferd waren ze tot de laatste cent kwijt! De Stichting was immers wettige eigenares van alles! En de uitgestoten bestuursleden - en waren "werkers van het eerste uur" bij die zeeën van tijd en kracht aan d'Amandelboom hadden besteed! - moesten als dank voor al hun arbeid ook nog tien duizend gulden uit hun eigen zak aan proceskosten betalen! Zo ging het met d' Amandelboom. Ik zal, zoals ik zei, nog meer van dergelijke verhalen kunnen doen.
De Herv. Kerk wilde vlak na de oorlog een Sociale Academie hebben en maakte daarvoor een stichting. Nu is die, “De Horst", een brandpunt van het meest revolutionaire marxisme! De Geref. Kerken wilden ook een Sociale Academie, Ze creëerden daarvoor ook een stichting. Die riep "De Nijenburg" in Baarn in het leven, Maar die ontaardde ZIO, dat de Geref. Kerken die officieel afstootten. De "Jelburg"was een Geref. Academie voorde opleiding nota bene van Jeugdleiders! Ik heb indertijd het verhaal in Opbouw gegeven van het verbijsterende gebeuren dat de Communistische Partij daar. in haar propaganda vergaderingen hield!
En het 'Ikon" is ook een stichting! De voornaamste oorzaak van dit alles is dat een Stichting een volstrekt autonome instelling is. Het kleine groepje bestuursleden ervan vult zichzelf aan en doet wat het zelf wil. En de Stichting, dat wil in concreto zeggen dat kleine groepje bestuursleden daarvan - "gewone" leden kent een stichting niet!
- is volstrekte eigenares van alles wat kerken, verenigingen en particulieren daaraan gaven.
Juist nu bekijken
]k wil nu de Stichting die opgericht is met het doel een Gereformeerd Seminarie in het leven te roepen en te onderhouden wat nader gaan bekijken.
Met nadruk stel ik daarbij voorop dat ik daarbij de personen van de broeders-oprichters volledig buiten beschouwing laat. Aan hun goede bedoelingen twijfel ik geen moment! Het gaat mij uitsluitend om een zakelijke beoordeling van die Stichting als zodanig.
Terwijl ik dit schrijf denk ik opeens aan het volgende: Onlangs sprak ik een broeder die betrokken was bij een samenwerking tussen twee kerken van verschillende denominatie met het oog op het samen stichten van een kerkgebouw.
IJk vroeg de man - wij buitenverbanders hebben in dat opzicht nog al wat en heel trieste ervaringen! Maar hoe zal het gaan als jullie eens ruzie krijgen.
Dat komt zelfs wel in de beste families voor!" En toen kreeg ik dit prachtige en zeer wijze antwoord: "Onze samenwerking is ideaal! En daarom hebben we gezegd: we gaan nu een regeling voor die samenwerking opstellen en voor het verbreken ervan alsof we de ergste vijanden zijn! Dat kam je doen als de verhoudingen goed zijn. Als de samenwerking hartelijk en het onderling vertrouwen optimaal is heb je helemaal geen regelingen en bepalingen nodig! Maar als 't mis gaat moet je precies weten waar je aan toe ben." Welnu, nu alles goed is wil ik de Stichting op haar zakelijke merites beoordelen.
Het bestuur
Ik begin met de benoeming van bestuursleden. Artikel 5 van de Stabuten der Stichting bepaalt dat het bestuur van de Stichting zelf nieuwe bestuursleden Ik stuit een door het bestuur zelfgevormd tweetal. Er staat zeker bij dat het die voordracht, dat tweetal alleen maken mag NA OVERLEG met de Raad van Toezicht.
Inderdaad: NA overleg; Er staalt niet ONDER GOEDKEURING VAN die Raad van Toezicht! En nog veel minder staat er dat die Raad van Toezicht zelf de voordracht, het tweetal al voor de vervulling van de bestuursfunctie opstelt. Dit betekent dat die Raad van Toezicht geen enkele beslissende invloed op de voordracht voor de verkiezing van de bestuursleden der Stichting bezit! En dus uiteraard nog veel minder op die verkiezing zelf! Als het bestuur advies over de voordracht van de Raad van Toezicht heeft gevraagd is het bestuur statutair, legaal, juridisch volkomen vrij de voordracht op te stellen zoals het die zelf wil. En dus de persoon te kiezen die het zelf wil. Nog eens: we beoordelen alleen wat er duidelijk in de Statuten staat. En we realiseren ons wat dat feitelijk en zakelijk betekent. En we willen er daarbij op wijzen dat er tal van voorbeelden zijn van het misschien ethisch dubieuze, maar juridisch correcte handelen van een bestuur dat, na volgens de Statuten advies te hebben gevraagd aan een Raad of Commissie, wc!heen andere persoon dit bestuurslid kiest. Is het ondenkbaar dat een besbuur na een advies vaneen Raad van Toezicht over de vervulling van een vacature in het Bestuur te hebben gevraagd en gekregen, zegt: "Ja, maar dié man staat ons niet aan! Wij kiezen een ander!"
Als een bestuur ZJO doet is het op grond van de, Statuten niet te berispen. Onwrikbaar staat vast dat de mogelijkheid om zo te handelen in de Statuten van de Stichting is opgenomen. Daar veranderen raden van advies en toezicht niets aan.
De conclusie van, dit alles is dat het geprojecteerde seminarie onder de leiding staat van een klein bestuur dat reglementair de mogelijke bezit om zichzelf te vormen zonder enige beslissende invloed van de kerken, En de Stichting creëert geen "eigen'" inrichting voor de opleiding van predikanten in die zin dat het een "eigen" inrichting der KERKEN is, maar alleen in die zin dat het een "eigen" inrichting is van een STICHTING waarover de kerken als het er op aan komt niets hebben te zeggen.
"Benoemingen"
Ik krom nu tot een zeer belangrijke, misschien wel het belangrijkste onderdeel van, het project voor het seminarie. Het is de wijze van de benoeming van de docenten: de professoren, lectoren enz. Een kind kan verstaan dat deze zaak uitermate belangrijk is. Uiteindelijk "maken” immers de docenten de school. Zij bepalen door hun onderwijs en onderzoek het karakter ervan. In de Statuiten van de Stichting is daaromtrent weer een duidelijke bepaling opgenomen. In art. 9 daarvan word t namelijk gezegd, ik citeer 'letterlijk: "het bestuur benoemt hoogleraren en van dere docenten en staat een van de hoogleraren aan tot rector van het seminarie, belast met de dagelijkse leiding daarvan." Hier staat ook weer bij. dat het bestuur dat doet NA ovenleg met de Raad van Toezicht.
Ik behoef niet te herhalen wat ik zojuist in verband met de benoeming van de bestuursleden heb gezegd. Hier staat weer dat woordje "NA". En ik zeg weerails het bestuur NA het overleg met de Ra/ad van Toezicht een andere man tot hoogleraar benoemt dan die aan welke de Raad van Toezicht de voorkeur gaf handelt het niet in strijd met de Statuten.
Ik wil in dit verband iets uit de historie leveren, Zoals ik in een vorig artikel heb gememoreerd, kwam bij de vereniging van de Geref. kerken in 1892 ook de opleiding van predikanten ter sprake, Er waren toen twee inrichtingen daarvoor: de theologische School en de Vrije Universiteit, De eerste was geheel en al eigendom van de kerken. De tweede ging wit - nee, niet van een Stichting maar - van een Vereniging, Van een oergereformeerde Vereniging met een door de leden gekozen bestuur. Bij de vereniging van de kerken wilde de vereniging waarvan de V.U. uitging de theol. faculteit daarvan graag in een zekere relatie met de verenigde kerken plaatsen. O.a. hiervoor dat het kandidaatsexamen in de theologie van, de V.U. als zodanig ook toelating tot de kerkelijke examens zou geven. De kerken hebben toen gezegd: dat kan, maar o.a, op deze conditie dat er nooit een hoogleraar in de theologie wordt benoemd dan nadat die benoeming door de klerken is goedgekeurd.
En sindsdien is er ook nooit een hoogleraar in de theologie benoemd dan nadat door de kerken verklaard was die als zodanig te accepteren.
Wat er sindsdien van de V.U. geworden is hoef ik niet te releveren!
En die ging nog wel van een vereniging uit! Zal men de opleiding van predikanten toevertrouwen aan een Stichting, dat wil zeggen: aan een klein groepje van mannen, die uiteindelijk het volledige en uitsluitende zeggenschap hebben over het onderwijs voor de daarvan uitgaande inrichting en over de benoeming van de docenten?
Een wijs woord
Ik wil dit artikel beëindigen met een wijs woord van een “oude rot" op het gebied van het onderwijs, Ik bedoel de ons allen bekende oud-senator H. Algra.
Deze analyseerde reeds een paar jaar geleden de zeer zorgwekkende situatie in de wereld van het onderwijs en schreef toen dit wijze woord: "Het beste middel om elke invloed van de ouders op de gang van zaken op een bijzondere school uit te schakelen is nog altijd: maak er een stichting van!
Een stichting als het bevoegd gezag krachtens de wet. Dan is in bepaalde gevallen de school uitgeleverd!" Ik zou die wijze opmerking nu zo willen "vertalen": "Het beste middel om de werkelijke invloed van DE KERKEN ALS ZODANIG op de opleiding van haar predikanten uit te schakelen is: maak er een stichting van. Want die is krachtens de wet het enig bevoegde gezag daarvoor!"