"Verwetenschappelijking ?"
1976-10-01
De broeders die de "Stichting Nederlands Gereformeerd Seminarie" in het leven riepen deden dit, zo verklaren zij, om zich te verzetten, om een dam op te werpen, "tegen de "verwetenschappelijking'" van 'het kerkelijk leven, die Gods Woord van zijn kracht berooft, de profetie dooft de toekomstverwachting vervaagt," En zij richtten nu dat seminarie' op omdat zij "zonder enige miskenning van de taak die een bijbelgetrouwe theologische wetenschap heeft te vervuilen en zonder iets te kort te doen aan veel inspannende arbeid van oordeel zijn, dat de bestaande opleidingen niet of geheel onvoldoende de geest van onze tijd, die "De Wetenschap" op een voetstuk stelt weerstaan." Er staat nog veel meer in de brochure waarin dit geschreven werd, maar dit is wel de hoofdzaak.- Jaargang 20
- nummer 38
Nu ga ik - om daarmee te beginnen - van harte akkoord met het weerstaan van alle "verwetenschappelijking'· in alle sectoren van het leven, maar bovenal in de kerk!
Om roemende onwijs te worden, wil ik er op wijzen dat ik dit grote kwaad dat iedere theoloog bedreigt reeds meer dan veertig jaar naar mijn beste weten en krachten heb bestreden. Ik wil om daarvan iets te doen beseffen een en ander weergeven van wat ik in verband daarmee voor ongeveer veertig jaar op papier zette.
Er is, zo schreef ik ongeveer, een praktische, zakelijke, niet-wetenschappelijke, of vóór-wetenschappelijke, kennis van "het gewone volk" èn de "wetenschappelijke" kennis van de geleerden. En zo is er ook een praktische, soms zeer veelomvattende geloofskennis van de "gewone" gelovigen - de Schrift noemt die ook wel wijsheid - èn een wetenschappelijke kennis ten aanzien wat God ons openbaart. Die laatste noemen we theologie. Haar taak is opklaring, ordening, systematisering van de nuchtere, zakelijke geloofskennis wie de Heilige Geest door 'het Woord van God in de harten van alle gelovigen werkt, Al doet Hij dat in de een in meerdere mate dan in de ander. Die praktische geloofskennis is van oneindig meer waarde en belang dan de naar haar aard theoretische kennis die de wetenschappelijke üheoiogdscne arbeid verschaft. We moeten ons om onzes levens wil verzetten tegen de pretenties van een theologie welke meent ver verheven te zijn boven de geloofskennis van het ,,gewone kerkvolken” die vanuit het hoogland waarop zij opereert goedwillend en neerbuigend wie enkele kruimels van de rijke maaltijd van haar hoge Wetenschap wil laten neervallen in de gebieden waarin de niet-wetenschappelijke stumpers stuurloos en in duisternis ronddwalen.
Het is door en door vals de kennis Gods welke het deel is van alle gelovigen en die zij door een innige dagelijkse omgang met de Heilige Schrift verwerven, en die door die omgang met de Schrift steeds wordt verdiept "lager en van minder waarde te achten dan de theologische wetenschappelijke kennis die het deel is van slechts enkelen. Integendeel! de eerste kennis is van oneindig grotere waarde. Immers, en ik citeer letterlijk: "zal het een theoloog op zijn sterfbed niets baten of hij al duizelingwekkend veel van de Godgeleerdheid weet! Het zal bij zijn laatste snik alléén de vraag zijn of hij die kennis Gods bezit waarvan Johannes zegt: "Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enig waarachtige God en Jezus Christus, die Gij,gezonden hebt." Het is zonder meer een ramp als theologische wetenschap gaat heersen in de kerk. Dat leidt onherroepelijk tot een vertheologisering van het Ieven, die de dood is voor het ware leven des geloofs.
Maar men bedenke daarbij goed dat deze verwetenschappelijking van.
het kerkelijke leven en de vertheoretisering van het geloofsleven ook kunnen voorkomen bij mensen die de Heilige Schrift, als men dat zegt van kaft tot kaft" als Gods Woord aanvaarden!
Men denke slechts aan de na-reforrnatorische theelogen en nu aan de legpuzzel-theologie van b.v. Hall Lindsey, Met klem heb Ik er daarbij steeds op gewezen dat het ook door en door vals is de theologie als "koningin der wetenschappen" te beschouwen. Er zijn in de wereld van de wetenschappen geen onderdanen! En er is daarin geen wetenschap dat de wet stelt alsof zij koningin was. Die ook in de wetenschap alléén regeert en de wet stelt is de God der waarheid, die de mens óók voor zijn denken, en voor het leven van zijn bewustzijn, zijn ordinantiën gaf.
De oprichting van dit seminarie is een daad die rechtdraads ingaat tegen het met algemene stemmen door de kerken aanvaarde voorstel om a.s. studenten het advies te doen geven in "Apeldoorn'" te gaan studeren. In de brochure staat over "Apeldoorn" o.a. het volgende: "De Stichting richt zich niet tegen personen. Zij is ook niet gericht tegen de broeders in "Apeldoorn". Wij zijn in de gegeven situatie Wij, dat onze studenten daar mogen studeren, maar we kunnen daarom niet afzien van de strijd tegen de "verwetenschappelijking" van het onderwijs, die ook "Apeldoorn" bedreigt."
In verband hiermee wil ik vier dingen zeggen.
1e. De deputaten van het contact met de Chr. Geref. Kerken hebben niet lang geileden overeenstemming bereikt walt de belijdenis der wederzijdse kerken betreft. Het stuk, die "consensus", is alle kerken toegezonden, Staat "Apeldoorn" daar buiten? Geldt. die overeenstemming wèl de Chr. Geref. Kerken maar niet voor de hogeschool, daarvan?
2e. Wat die bedreiging" betreft: iedere hoogleraar in de theologie en iedere theoloog wordt door die "verwetenschappelijking" bedreigt!
En hij valt ook wel eens in de strik daarvan. De vraag is: Is de Apeldoornse school als geheel reeds een instituut waar die "verwetenschappelijking" heel het onderwijs beheerst?
3e. In onze gesprekken met de Apeldoornse hoogleraren heeft de commissie - ik mag dat wel zeggen, speciaal - ook deze kwestie in verband met heel het onderwijs aan de orde gesteld. En zoals men weet, was de oommissie unaniem van oordeel dat aan "Apeldoorn" volledig ventrouwen kon worden geschonken.
4e. Het heeft mij' zeer verbaasd en het is mij onverklaarbaar dat de geciteerde passage over Apeldoorn neergeschreven werd zonder dat men daarover contact heeft opgenomen en een gesprek heeft gevoerd.
met het college van hoogleraren van "Apeldoorn,". Toen men in strijd met het door de eigen kerken gegeven advies, en bewust tegenover "Apeldoorn", en terwijl de samensprekingen tussen de Chr. Geref. Kerken in volle gang zijn en goede voortgang vinden, had dat beslist moeten gebeuren.
Ik wil wel eerlijk zeggen dat ik dat een zeer ernstig verzuim acht.
Het geviel nu zo dat ik juist dezer dagen uit "Apeldoorn" een belangwekkende reactie over het seminarie ontving. Dat geschiedde zo: Prof. Van 't Spijker schreef in "De Wekker" een reeks voertreffelijke artikelen onder de titel: "De wijl dan nu de doop in de plaats van de besnijdenis gekomen is". Op uitnemende wijze zette hij daarin de reformatorische opvatting omtrent de kinderdoop uiteen, ik schreef hem daarover en zond hem mijn brochure toe over "De volkomenheid der sacramenten." Tot mijn vreugde was hij het geheel eens met wat ik daarin schreef. En in aansluiting daaraan maakte hij in zijn brief ook een paar opmerkingen over het seminarie. Ik vroeg hem lof die te mogen publiceren, En dat gaf hij. En daarom volgen die hier.
Over die brochure schreef hij: "Terecht wordt daar in de rijkdom van het reformatorisch denken over de belofte van God uiteengezet. Latere theologie heeft op allerlei manier op de belofte in mindering geraakt wat eigenlijk moest worden toegeschreven aan onze ongelovigheid. Op deze manier wilde men in overeenstemming brengen wat voor ons denken toch nooit te begrijpen is: het wonder van de efficaclia promissionis (de krachtdadigheid van de belofte) en de realiteit van ons verzet tegen de genade. Gelukkig begaf de reformatie zich niet in zulke rationalistische vragen en kon zij daardoor onbevangen het werk van God voor zijn rekening laten en er van prediken in de wetenschap dat het God behaagt door de dwaasheid der prediking te reden wie gelooft.
Hartelijk dank voor uw studie. Zo is ten minste déze winst geboren uit een donkere periode van kerkstrijd in de Gereformeerde Kerken."
Die zin, dat latere theologie op allerlei manier op de belofte in mindering heeft gebracht wat eigenlijk moest worden toegeschreven aan onze ongelovigheid, is prachtig, Ik wou dat ik die ooit had' geschreven! Zij is de raakste en scherpste kritiek op de scholastieke manipulaties met de belofte. En na deze opmerking over de brochure gin'g prof. Van 't Spijker zo verder: ,,O, wat is de geschiedenis van het gereformeerde kerke1ijlke leven er toch een van allerlei moeilijkheden geweest en dat vanaf het begin! Ook daarover hebt u het een en ander gepubliceerd en het zou de moeite waard zijn wanneer uw uitgave over de kerkordelijke moeilijkheden binnen de a:llgesdheiden kerken nog werd gevolgd door een uiteenzetting van de verschillende moeiten die er geweest zijn over de doop belijdenis en avondmaal. Ook daarin weerspiegelt zich iets van de strijd om datgene wat altijd een mysterie zal blijven en dat bij alle verscheidenheid in benadering nooit een punt van onderlinge twist, maar veeleer van gezamenlijke aanbidding moest wezen. Ik meen dat deze dingen tot op heden doorwerken en dat het juist daarom tegenover de algemeen doorgaande tendens van verwereldlijking zo brandend noodzakelijk is dat we binnen de gereformeerde gezindte eens ophouden met het beogen van wat in feite niets anders dan partijlucht is. De kerk is immers iets geheel anders dan een groep mensen die elkaar in een programma gevonden hebben en die op grond daarvan vertrouwen hebben in elkaar. Zij leeft uit het evangelie en uit het vertrouwen in God.
En dan gaat prof. Van 't Spijker zo verder: In dit licht verbaast het mij enigszins wat in de brochure "Waarom een nieuwe opleiding" ten beste wordt gegeven, Het antwoord uit de brochure: Omdat Gods Woord in het centrum behoort te staan en niet de "theologie" is zo vanzelfsprekend, dat het niets zegt. Zodra een mens het woord opleiding ter hand neemt komen reeds de vragen omtrent de theologie aan de orde. En het is onontkoombaar dat hij zich er op de een of andere manier mee bezig houdt. Wie enigszins op de hoogte is van wie juist de gereformeerden op het oog hadden met hun, vorming en toerusting tot het ambt zal moeten toegeven dat zij het allerbeste eerst goed genoeg vonden voor de aanstaande predikanten. De vraag is maar óf we ons door het Woord laten regeren, ook m ons theologisch denken. Veel van wat in de genoemde brochure staat onderschrijf Ik van, harte. Op sommige formuleringen zou men misschien iet:s kunnen afdingen, maar het geheel is voor mij bevredigend en het is met geen ander doel voor ogen dat hier in Apeldoorn de theologie wordt beoefend. De rooms opvatting van het onderscheid tussen geestelijke en leken wijzen we af. Even radicale en hardgrondig die tussen theologen en gewone gelovigen. De theologie moet geworteld zijn in de gemeente, anders wordt zij een allergevaarlijkste hybris (hoogmoed - C.V.), die voor niet één correctie tot ootmoed meer vatbaar is.
Ik vraag me af wat de broeders die de brochure schreven en haar lieten verspreiden, juist toen het convent in Kampen voor zulk een gewichtige beslissing stond, in werkelijkheid bedoelen En ook begrijp ik niet gloed een zinsnede aas op blz. 51: "Maar onze chr, geref. broeders moeten het kunnen verstaan, dat wij geen vrijmoedigheid hebben af te zien van het streven naar reformatie van de opleiding...". Deze zinsnede bevreemdt me, omdat ik vind dat zij, te veel van onze mogelijkheid tot verstaan vraagt. Ik althans versta het niet. Ik had me voorgenomen om deze vraag ook openlijk aan de orde te stellen, in de hoop dat de relatie die zich tussen onze kerken bezig is te ontwikkelen door verenigd zou kunnen worden."
Tot zover prof. Van "t Spijker, ik wil aan ieder vragen: is dit het woord van een man die zich schuldig maakt aan "verwetenschappelijking" van de kerk?