Activering van de catechisanten
1976-10-08
Omdat de catechese een boodschapkarakter heeft, blijft (didaxologisch gesproken) de docerende methode de aangewezene. Omdat anderzijds de leermeester in Israël de ruimte creëert voor de discipel om vragen te stellen, zal de docerende methode steeds overgaan in de activerende. Daar komt bij dat leren in Israël = leren doen. In dit artikel proberen we na te gaan, wat we uit moderne methodieken kunnen overnemen om de zelfwerkzaamheid van de catechisanten te bevorderen. Daarbij staat voorop, dat we spreken over een catechisatie-uur van 55 minuten, met 5 minuten rijd voor wisseling met de volgende groep. Aansluitende catechisaties van 45 minuten, waarbij nog tijd verloren gaat voor wisseling, zijn veel te kort.- Jaargang 20
- nummer 39
Zingen op catechisatie
Natuurlijk wordt het catechisatie-uur geopend met zang. Een vriend van ons zegt altijd tegen de kinderen: "Als je niet zingt, neem je een stukje van de troon van de Here God weg". Deze uitspraak slaat uiteraard terug op Psalm 22 : 3. Andersom geldt: "Uw lofzang is de troon des Heren" (Miskorte's berijming van psalm 149, Als de Goden zwijgen, bl, 229). Bijlsma vraagt voor het zingen veel aandacht.
Hier volgen enkele citaten uit zijn Kleine Catechetiek. "Het zingen van psalmen en christelijke liederen behoorde gewoonlijk bij de orde van het onderricht. De betekenis van het geestelijk lied, dat op volkswijzen werd gezongen, is bijzonder groot geweest voor de doorwerking van de Reformatie als volksbeweging" (8). "Uit de liederen der kerk moet natuurlijk op het catechisatie-uur regelmatig worden gezongen" (157). "Ook het zingen van het kerklied mag niet achterwege blijven" (196). "Het gemeenschappelijk zingen is een belangrijke bezigheid tijdens het catechisatie-uur" (198). "In elk geval, vergere men niet te zingen uit het kerkboek, Dat is een wekelijkse oefening, die onopzettelijk het kerklied dicht bij de leerlingen brengt" (203). "Men begint met een lied en eindigt weer vijf à tien minuten zingen uit het liedboek" (213). Fijn dat dr Bijlsma hiervoor zoveel aandacht vraagt! Kinderen houden van zingen. Als de catecheet er niet van houdt, mogen ze hem erom vragen: "Dominee, waarom zingen we niet?". En de kerkenraad moet zorgen voor stevige psalm- en liedboeken, die niet uit de band liggen en na afloop in de kast kunnen.
Vragen en opdrachten
Iedere leermeester, zo ook de catecheet, kent de praktijk van het stellen van activerende vragen tijdens zijn les. Tegenwoordig pleegt men de vragen wetenschappelijk te onderscheiden in verschillende soorten. Zo spreekt men van reproducerende en producerende vragen, ook wel les- en denkvragen genoemd. Zo maakt men onderscheid tussen inleidende vragen, leidende vragen en slotvragen. Dit onderscheid brengt men dan aan, lettende op het verloop van de les. Of men spreekt over controlevragen, probleemvragen en definitievragen. Voor de catechese wil ik graag aandacht vragen voor ten eerste de voorvragen, die de catecheet stelt aan het begin van de les om de interesse te wekken. Ds G. Spilt bedient zich ervan in Werkboekje 2. De les over zondag 1 van de catechismus begint dan zo: "Jongens, we gaan praten over de christelijke troost. Weten jullie waarin ongelovige mensen hun troost zoeken?". Dan komen ze al gauw op het thema van alcohol, drugs enz. En de interesse is gewekt. Het eerste geheugenmateriaal is opgeroepen.
Een les over het zesde gebod kan beginnen met de opdracht een lijstje samen te stenen van de onderwerpen, die hierbij te pas komen. Als de catecheet de groep gelegenheid geeft hierover onderling te praten, en de lijst gezamenlijk vast te stellen, dan komen ze al gauw op abortus, euthanasie en dan gaat de reeks vanzelf wel groeien met: verkeersveiligheid, teveel eten, nicotine (gevaar van kanker en infarcten) enz.
Wat de geheugenvragen betreft: men kan van dit genre in de loop van de jaren een heel fonds aanleggen. Ik denk aan korte vragen, die b.v. de laatste vijf minuten van elke les in spelvorm wonden afgevuurd.
Bijvoorbeeld: hoe heette de koning tijdens wiens regering het wetboek werd gevonden? Waar staat het zgn. hogepriesterlijk gebed? Hoe henen onze zendelingen?
Welke zijn de Drie Formulieren van Enigheid? Enzovoort. Belangrijk zijn de vragen, die gericht zijn op het verdiepen van het inzicht en het zelfstandig werken ermee. Bijvoorbeeld het zelfstandig laten parafraseren van enkele Schriftgedeelten, waarin een zojuist besproken. kernwoord voorkomt.
De catecheet kan dan tegelijk zien of zijn les begrepen is. In het algemeen zijn alle doe-vragen belangrijk. Dat begint al bij de opdrachten aan de kleintjes om zelf Bijbelplaatsen op te zoeken.
Ze moeten zo dikwijls in hun Bijbel bladeren, dat ze er helemaal in thuis raken. Mensen, die dat in hun vingers hebben, kunnen met de kleintjes heel wat bereiken via plaatjes, mooie werkschriften, plakboeken enz. Een nadeel is dat het zoveel tijd vraagt. Maar de opdracht om van een bepaalde preek of een bepaalde les nu thuis eens een tekening te maken kan een enorm succes worden, vooral als de tekeningen aangeplakt worden in de hal van de kerk. En de kinderen vergeten die preek niet meer en de prediker kan achteraf van die tekeningen veel leren (als b.v. één wezenlijk dement uit de tekst op alle tekeningen ontbreekt!).
Belangrijk is het gebruik van een concordantie op catechisatie. De kerkenraad hoort alweer te zorgen dat zo'n boek aanwezig is. Evenals een Nieuwe Vertaling met Kanttekeningen. Op elk gewenst moment moei de opdracht kunnen worden gegeven om parallelle plaatsen te zoeken, of voor te lezen, wat de Kanttekenaar ervan zegt). Dat geldt dan de catechisatie voor ouderen. Tot de goede opdrachten wil ik spreekbeurten rekenen. Met mate gebruikt zijn ze erg nuttig. Er kunnen zelfs kleine specialismen door ontstaan. Vragen over sekten worden doorgespeeld naar Jan, omdat hij een spreekbeurt had over de Jehova's getuigen. En Annie heeft het gehad over de zending. Enz.
Als men toe is aan een bespreking van het ambt van ouderling en diaken kunnen ontmoetingen gearrangeerd worden van kleine groepjes bij een ambtsdrager thuis. Ze kunnen hem dan vragen naar zijn ambt en werk Zo zijn ontmoetingen met de zendingscommissie of evangelisatiecommissie goede voorbereidingen voor de catechese over zending en evangelisatie. Er zijn nog heel veel opdrachten te bedenken, waardoor de catechese een levende plaats krijgt in 'het leven en wenk van de gemeente van Christus in de wereld.
De groepsopdrachten zullen veel collega's goed bevallen. Niet alleen omdat zij dan even tijd hebben om rustig hun koffie te drinken, maar vooral, omdat -ze sterk activerend werken kunnen. Men kan dan nog weer op verschillende wijze te werk gaan. Men kan alle groepen één en dezelfde opdracht geven. Dat loopt dan makkelijk uit op een groepsgesprek. Men kan ook verschillende opdrachten geven aan verschillende groepen.
B.v. ter voorbereiding van de catechese over het gebed schrijft groep één een paar voorbeelden op van gebeden, die de HERE God beslist niet wil horen, gebeden waarvan Hij gruwt. Groep twee schrijft voorbeelden op van beden, die de Here graag in Zijn overwegingen wil betrekken, om ze te verhoren, ah dat even kan. Groep drie schrijft voorbeelden op van gebeden, die zeker verhoord zullen worden. Hiermee zullen niet meer dan 15 minuten gemoeid zijn. 'tenslotte mag ik ,niet voorbijgaan aan de vragen, die zich richten op het diepe hart van de kinderen. Bij mij is blijven haken een voorbeeld dat prof. Veenhof gaf over het "van nature geneigd tot alle kwaad", De opdracht aan de kleintjes was: "Gaan jullie nu maar naar huis en probeer eens een hele week lang a1tleen maar lief te zijn voor je broers en zusjes ,en vriendjes en je vader en moeder en kom me dan de volgende week eens vertellen of het is gelukt". Ze kwamen uiteraard sip en teleurgesteld terug. Het was niet gelukt! En de weg was vrijgemaakt voor het verklaren van het roggebroodachtige "van nature". Zo zal de catecheet spaarzamelijk de regelrechte geloofsvraag mogen stellen: "Geloof jij dat nu?" en als er dan een overtuigd "Ja dominee" door de zaal klinkt. is het even feest!
Integratie in het geheel van het jeugdwerk
Het is mijns inziens erg belangrijk de catechese te integreren in het geheel van het (jeugdwerk. We zijn immers niet bezig Gereformeerde bolleboosjes te maken, maar we zoeken daders des woords. En leren = leren doen. Joodse discipelen mochten nooit aantekeningen maken. Ze moesten in de voetstappen van hun meester treden en hem navolgen. Een magnifiek voorbeeld van geloofscatechese geeft Caleb (Jozua 14). Ondanks zijn 85 jaar verovert hij aan het hoofd van de jeugdige strijders Helbron en verslaat de reuzen Sesai, Ahiman en Talmai, Dan treedt hij terzijde en zegt: "Nou jongens, nou jullie!", Wie dan achter de HERE aangaat en Kirjath Sepher inneemt, krijgt Calebs dochter Achsa tot vrouw. Dat is catechiseren: leren op de Here te vertrouwen. Ah de dominee met zijn oudere catechisanten op pad kan gaan om Bijbels te verkopen voor het Ned. Bijbelgenootschap, moet hij het niet laten. Kinderevangelisatie volgens de methode van "Timotheus" (Eindhoven) is dáárom van zo ontzaglijk groot belang, dat hele gezinnen worden geactiveerd en kinderen van 12, 13 jaar al een raak krijgen op de vakantie-
bijbelschool (het ophangen van jasjes, begeleiden van de zang, het' voorbereiden van werkjes enz.). Ze werken al in dienst van de Heer. Zomerkampen mogen niet een louter recreatief karakter dragen. Het zijn werkweken en bieden jongere predikanten machtige kansen om de christelijke omgang met elkaar te beoefenen, Bijvoorbeeld de zorg voor elkaar, de zorg voor wat (onder kinderen) niet in "aanzien" is. Ze zijn soms zo hard voor elkaar! Verder moet de catecheet betrokken zijn bij het maken van Kerststukjes voor maken (niet in die zin, dat dat op een catechisatie-uur gebeurt!), het brengen van bloemen aan bejaarden enz. De kinderen moeten betrokken worden op een kledingactie voor India, een actie voor de broederschap ion het Oosten enz. Misschien moet de tuin rond de kerk schoongemaakt worden. Kortom: op alle mogelijke manieren moeten de ouderen bedacht zijn op het inschakelen van de jeugd. Caleb had Kirjath Sepher best zelf kunnen innemen. Maar hij ging opzij en zei: "En nu jullie!" Laten wij ouderen alstublieft niet denken dat wij alles moeten doen, omdat wij zo "geroutineerd" (!) zijn. Overal liggen opvoedingsmogelijkheden in Christus Jezus. Niemand verachte hun jonkheid.