Gemeente ten behoeve van de wereld

2005-01-14
  • Jaargang 49
  • nummer 1
In een eerste artikel vorige maand stelde ik dat de mens naar zijn aard en opdracht cultuurwezen is. In zijn cultuurvormende activiteit geeft hij antwoord aan zijn Schepper. Wie daarin zoekt de Wil van zijn Schepper-
Vader te doen, stelt zich in dienst van zijn ‘Koninkrijk’. Wie de autonome mens centraal stelt, kiest voor ‘de wereld’ en bewerkt verlorenheid. De boodschap van de christelijke gemeente is, dat er alleen ‘in Christus’ redding is.

Eeuwenlang heette de kerk de hoedster van de goddelijke Waarheid te zijn. Die waarheid was dan vooral een in een confessie op formule gebrachte en daarmee als onaantastbaar geijkte visie op de bijbelse boodschap: de ware leer. En er waren ‘lichtelijk’ te hanteren kenmerken van de ware kerk - die hadden vooral met de (handhaving en de bewaking van de) leer te maken. En daarmee ging de kerk ‘intern’, nam ze afstand van ‘de wereld’ en omhulde ze zich met mantelorganisaties binnen haar invloedssfeer, zoals een christelijke politieke partij, een zoveel mogelijk kerkelijke school, christelijke maatschappelijke verbanden, een christelijke universiteit.
De kerk werd bolwerk, compleet met muren en grachten. Kerk tegenover (onder andere) de staat, kerk tegenóver ‘de wereld’. De kerk als machtsfactor. De kerk als bewaakster van het interne belang. Het was ongetwijfeld ook een keus ten aanzien van ‘cultuurvorming’ Was daar dan geen plaats voor de boodschap van vergeving en verzoening?
Natuurlijk, het waren zelfs ‘leerstukken’. En de eeuwen door heeft de kerk veel oprechte vromen gekend. Maar het was in de eerste plaats een interne aangelegenheid.
Is zo’n kerk er zo wel echt voor de wereld? O ja, ze deed zeker ook aan zending en elke plaatselijke kerk had wel een evangelisatiecommissie. Maar was ze zo vertolkster van de intense bewogenheid - van eeuwigheid - van de Schepper-Vader ten aanzien van zijn wereld?
De kerk deelde zich op in gesloten denominaties, elk met een eigen, muffe, nestgeur, een eigen, voor buitenstaanders onbegrijpelijk, jargon en eigen, betuttelende, regeltjes. En wie moet er nou zo’n club?
‘Kerk’ is zo bijna een vies woord geworden. Ik heb het dan ook liever over de christelijke gemeente(n).
Waardoor wordt die gemeente gekenmerkt?
Ik denk dat er drie haar kenmerkende aspecten zijn: a. Gods liefde verkondigen, b. Gods recht proclameren en c.
Voorbeeldgemeenschap zijn.

Voorbeeldgemeenschap
Zullen we eens bij dat laatste beginnen?
Ik bedoel er dit mee: in de gemeente van Christus gaat het zoals het in een gemeenschap van mensen behóórt te gaan. Daar heerst niet de ik-gerichtheid, daar gaat het ook niet om de wij-gerichtheid, waarbij het belang van de groep centraal staat, maar daar zijn we één in de gerichtheid op het doen van de Wil van onze Schepper-Vader voor de volle breedte van het aardse bestaan. Met een term uit het eerste artikel: daar staat cultuurvorming in het teken van onze gehoorzaamheid, ons antwoord in liefde op en gefundeerd in zijn Liefdeswoord in Christus waarmee alles begon.
Het is de gemeenschap waar ieder die Hem liefheeft zich als een vis in het water voelt, omdat hij of zij aandacht krijgt en aandacht geeft, omdat hij of zij naar eigen aard en begaafdheid gerespecteerd en ingezet wordt en zich er dus ten volle ontplooien kan.
Waar een plek en een taak is voor arm en rijk, oud en jong, intellectueel en minder ontwikkeld. Het is de eenheid waarover Jezus spreekt in zijn ‘hogepriesterlijk gebed’, de eenheid die anderen opvalt en overtuigt en trekt. Zo’n gemeenschap heeft de hoge intrinsieke waarde van een ‘godsvolk’ en is tegelijkertijd, juist zo, een ‘cultuurvoorbeeld’ voor de wereld: Kijk zo moet het. Zo, in diepe betrokkenheid op je Schepper-Vader, ga je met elkaar om. Zo maak je de in de schepping gegeven norm voor het samenleven waar.
Ik benadruk graag die intrinsieke waarde: de christelijke gemeente vormt een Verbondsgemeenschap. De eerste en hoogste relatie is die met haar Hoofd. Ze staat niet bij wijze van reclamestunt in de maatschappelijke etalage om religieuze koopjesjagers te verleiden, ze is er niet enkel voor de groei. Ze is de gemeenschap van Christus, deel van de wereldwijde kerk die de eeuwen verduurt. En zo manifesteert ze Gods Liefde en proclameert ze Gods Recht en zo nodigt ze uit. Dat is ze en dat doet ze wel op een transparante, eigentijdse wijze, want ieder moet de Boodschap horen in zijn eigen ‘taal’.
Ik mis vaak dat ‘messiaanse’ besef.

Gods Recht
De christelijke gemeente proclameert Gods Recht. Allereerst in de prediking ‘naar binnen’, want elk van haar leden heeft in zijn of haar cultureel-maatschappelijke verantwoordelijkheid binnen en buiten de kring van de gemeente - dat Recht te eerbiedigen.
Maar ook naar de wereld om haar heen benoemt ze profetisch het Recht van de Schepper. Daarom is ze alert op wat er in deze wereld gaande is. Ik noem een paar zaken: de wijze waarop wij mensen met de schepping omgaan en de desastreuze gevolgen daarvan. De in het eerste artikel al genoemde economistische en technicistische ideologieën die steeds meer de dienst gaan uitmaken. Het protectionisme waarmee de verbonden rijke landen zich verrijken en arme landen steeds armer maken. De geestelijke verloedering van de maatschappij.
Niet dat de gemeente op de directiestoel van overheid of organisatie moet gaan zitten, maar het behoort toch zeker tot haar (culturele) opdracht overheid en organisatie op haar specifieke verantwoordelijkheid naar de Schepper toe te wijzen? Waar is ze anders profetische gemeente voor! Ik mis vaak dat profetische elan.

Gods Liefde
Je kunt intense zorg hebben om wat er in deze wereld gaande is, om wat je kinderen en je kleinkinderen te wachten staat. En toch - heel de ontwikkeling rust in Gods Liefde. Niet alleen maar Zijn liefde voor zondaren - tot die notie wordt deze Liefde zo vaak versmald - maar voor de wereld, de kosmos (en binnen dát bestek ook voor elk schepsel afzonderlijk): ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad!’ Dat zit ‘m in de wijze waarop Hij van meet af aan positie koos ten opzichte van zijn schepping: in Christus!
Daarin, en daarin alleen, is de verlossing gegarandeerd. Hij zond zijn Zoon die die innige relatie representeerde, die zichzelf de Christus mag noemen.
In wie Hij verzoening aanbiedt. In wie Hij herschept en alle dingen nieuw maakt. En het is die Christus die de christelijke gemeente in de wereld, en ten behoeve van de wereld, representeert.
Dat is even wat!
Ik mis vaak dat brede perspectief.

Oké, nou schetste ik wel een ideale gemeente, ‘zonder vlek of rimpel’, bruid van Christus, beeldig voor God.
Maar goed, je mag toch, net als Hij, een ideaal hebben?
Tenslotte: De conclusie van de lezer mag niet zijn dat ik het met de prediking in mijn eigen gemeente maar slecht getroffen heb.

En dan nog even terug naar het begin: de christelijke gemeente is dat mag nu duidelijk zijn - in de gelovige uitvoering van haar opdracht cultuurdragende en cultuurvormende instantie bij uitstek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief