De Leviathan van Loch Ness (slot)
1976-10-29
De Amerikaanse biolooq-onderzoeker dr Roy Mackal (van Schotse origine natuurlijk) is sedert 20 jaar aan de universiteit van Chicago verbonden.- Jaargang 20
- nummer 42
Hij heeft alle resultaten van de overlevering, de getuigenverklaringen, de foto's, de films en vooral van het wetenschappelijk onderzoek betreffende het Loch Ness monster in een boek gebundeld, dat deze zomer uitkwam. Het boek heet "The Monsters of Loch Ness" en de titel. meervoud, is al een uitdaging. Mackal waagt er zijn reputatie als bioloog mee, door het monster als soort serieus te nemen en datgene wat de apparaten daarvan registreerden in de publiciteit te brengen.
Hij was verbonden aan het onderzoekingsbureau, dat 10 jaar lang stelselmatig Loch Ness observeerde. Zo kon hij beschikken over foto's, films, waarnemingen door sonar, geluidsonderzoek, stroboscopische camera's en andere wetenschappelijke methoden.
De inleiding begint met de volgende regels:
"De vragen, waar ik het meest voor kom te staan wanneer het over het Loch Ness fenomeen gaat, luiden: geloof je werkelijk dat er een monster is? Hoe kreeg je er mee te maken? Heb je het gezien? - De eerste en de laatste vragen worden beantwoord in de volgende hoofdstukken.
In feite (of er nu wel of niet grote dieren in Loch Ness aanwezig zijn en die zijn er) gaat dit boek er helemaal over. Massa's onzin is er geschreven over het beroemde "Loch Ness Monster". Dientengevolge kan men het niemand kwalijk nemen, die de hele zaak als kolder beziet.
Ik heb geprobeerd de feiten zonder verfraaiing op te dissen, in het geloof dat de volle naakte waarheid een van de meest boeiende uitdaging. en in het menselijk onderzoek betekent. De lezer moet zelf maar oordelen, of mijn conclusies redelijk zijn".
Zijn boek bevat drie delen. Het eerste gaat over het onderzoek van de feiten. De verschillende expedities van 1965 tot 1970 worden beschreven.
Wetenschap en marine komen hier al aan te pas. Het tweede deel behandelt de ooggetuigenverslagen, de foto's, de films en de sonarbeelden. Bij de ooggetuigen geeft Mackal, als bijlage, 251 genummerde rapporten weer; het eerste is het bekende verslag van Columba uit 565, het laatste van augustus 1969. In kolommen heeft hij, voor zover mogelijk, aangegeven: datum en uur, de namen van de waarnemers, de tijdsduur dat de dieren zich lieten waarnemen, de weersomstandigheden, de toestand van het water en de afstand tot het waargenomen dier. Uit al deze gegevens zijn conclusies getrokken.
Wanneer men gewoonlijk bij goed weer of kalme waterspiegel iets waarnam was dat niet omdat het monster dit prefereren zou - maar omdat niemand bij regenbuien naar het meer gaat kijken. Dat de waarnemingen alleen op voor het publiek toegankelijke plaatsen geschieden zegt niets ten aanzien van de door bossen begroeide delen. En niemand kan zeggen of de dieren niet ook s nachts boven water komen.
In het derde deel passeren de kandidaten de revue. Stelselmatig wordt nagegaan, of geen der thans bekende diersoorten in aanmerking komt om met de leviathan te worden verward. Vervolgens worden vormen en afmetingen nagegaan, in verband met andere diersoorten. De milieuomstandigheden, voedsel. zuurstof. temperatuur enzovoort zijn op alle diepten gemeten: er blijken miljoenen zalmen in Loch Ness te leven.
Het gedrag van de' betrokken diersoort wordt nagegaan; de verschillen met walvissen, zeehonden en andere kandidaten krijgen de aandacht. Daaruit worden conclusies getrokken. Na een epiloog is een boekwerk van 223 bladzijden compleet - maar de bijlagen maken het totaal op 401 pagina's. Dit materiaal tezamen genomen, gaat te ver voor legende, bijgeloof, gezichtsbedrog, massasuggestie of practical jokes. Wie, zoals schrijver dezes, reeds vele jaren open stond voor de werkelijkheid van een tot nu onbekende prehistorische diersoort, ziet zich volkomen bevredigd door de resultaten van langdurig, moeilijk, bespot en bespottelijk wetenschappelijk onderzoek.
De schrijver Roy Mackal noemt 127 boeken, die voor zijn publicatie van belang zijn geweest. Daaronder bekende schrijvers als Maurice Burton en Tim Dinsdale. Vele van hen beschrijven zeemonsters, leviathans of. zeeslangen. De een aanvaardt gegevens, die de ander als waardeloos terzijde legt. Ook Mackal heeft veel materiaal als waardeloos of niet voldoende overtuigend terzijde gelegd. Van de 17 geanalyseerde foto's beschouwt hij slechts 5 als waardevol bewijsmateriaal. Diverse films, met bijval door anderen begroet, worden door hem bekritiseerd.
Deze kritische instelling verhoogt uiteraard de positieve conclusie van Mackal: Ik concludeer dat een groep matig grote visetende dieren Loch Ness bewoont. Deze dieren zijn matig groot ten aanzien van andere diersoorten in het algemeen - maar groot vergeleken bij andere zoetwaterdieren."
Hij zegt dat tussen 1933 en 1963 plm. 3000 rapporten zijn binnengekomen.
Dat zijn 100 per jaar. Daarvan vallen er 90 af wegens kans op fouten, dwalingen, verkeerde interpretatie en soms opzettelijk bedrog. De tien waardevolle waarnemingen per jaar, sinds het regelmatig onderzoek begon, steunen echter de zienswijze: dat een vaste bevolking van dieren, die goed aangepast zijn aan de mogelijkheden van Loch Ness, aanwezig is en ze bestrijden de idee als zou er slechts een enkel "monster" bestaan.
De reptielachtige dieren kunnen onder water ademen, hebben de oppervlakte bepaald niet nodig. Daarom .zijn ze zo zelden boven water te zien. De snelheid van klimmen en dalen wijst op het ontbreken van zwemblazen (als vissen bijvoorbeeld); wijst meer in de richting van zeealen of zoogdieren, hoewel ze dat niet zijn. Het vermogen om aan de oppervlakte van het water met snelheden van 16 km/u of meer te zwemmen wijst op een sterke staart. Dit betekent, dat ze minder goed te land zijn.
Er zijn waarnemingen van deze diersoort op het land geweest (hoewel veel zeldzamer) en wel van exemplaren, die zo snel mogelijk na ontdekking weer te water gingen. De beschrijvingen komen overigens onderling wel overeen en geven enige aanvulling op wat in het water gezien is. Een aantal schoolkinderen wees in 1930, na zulk een ontmoeting, eenparig het beeld van de plesiosaurus aan, als het door hen waargenomen dier.
Daar valt de naam: plesiosaurus. De waargenomen dieren in Loch Ness hebben een lange, giraffeachtige hals, een kleine kop, een zwaar bultig lichaam, uitlopend in een lange, machtige staart; voorts vier zwempoten, waarmee het zich moeilijk te land maar zeer snel in het water beweegt. De dieren leven alleen van vissen. Deze beschrijving doet het meest aan de plesiosaurus denken.
Het gaat dan om een diersoort, die voor miljoenen jaren in Europa heeft gewoond. De soort heette te zijn uitgestorven en alleen daarom al kwam hij niet in aanmerking voor Loch Ness. Andere thans bekende diersoorten komen nog minder in aanmerking. En, zegt Mackal, de dierkundigen hebben in korte tijd al twee zware dreunen moeten incasseren: eerste de coelacanth, een primitieve vis, die al 70 miljoen jaar heette te zijn uitgestorven, werd in 1938 voor West-Afrika uit grote diepte levend boven water gebracht; vervolgens de neopilina, een kleine primitieve mollusk, die 300 miljoen jaar moest zijn uitgestorven, werd in 1957 levend aangetroffen. Waarom dan de plesiosaurus nog langer uit te sluiten?
Al met al zijn de vragen niet opgelost. Slechts is aangetoond dat er - vrij dichtbij en op het ogenblik dat dit artikel geschreven wordt slechts op 80 km afstand - een diersoort leeft, binnen een afgesloten reservaat, die zich de eeuwen door als legendarisch liet benaderen. Een diersoort, die op grote diepten van zalm leeft, zich zelden laat waarnemen, vertrouwd is met een temperatuur van 6 graden Celsius en onder water kan ademen, paren en baren. Een diersoort vervolgens, die door zijn ongewoon uiterlijk, grote kracht en grilligheid altijd angst en ontzetting heeft verwekt bij zijn ontmoetingen met mensen. Geen wonder dat Dinsdale. die verschillende watermonsters en zeeslangen bestudeerde, hier van leviathan spreekt, anderen van "monsters", Er zijn meer onbekende en (daarom) afschrikwekkende wezens waargenomen: in Ierland, in Schotland, in Tibet, in Zuid-Amerika.
Iemand die verhalen over onwaarschijnlijke waarnemingen al te snel gelooft helpt de waarheid evenmin als wie de waarnemingen categorisch verwerpt. Het onderzoek van de laatste tien jaren is ten aanzien van Loch Ness positief uitgevallen.
Daarmee weten we nog volstrekt niet zeker, hoe de leviathan van Job en Jesaja, van psalm 74 en psalm 104 er heeft uitgezien. Maar toch zijn we misschien iets verder gekomen. We kunnen ons wat beter voorstellen, hoe dieren uit de verre oudheid, die slechts een beschrijving, een legendarische tekening nalieten, er kunnen hebben uitgezien. De plesiosaurus was waarschijnlijk allang "uitgestorven", toen Noach zijn ark bouwde (de ark, die trouwens geen vissen of reptielen zal hebben bevat); maar de naam van Leviathan, van een verschrikkelijk zeemonster, was blijven hangen. Bij Job, bij Asaf, bij Jesaja duikt hij op: als een naam, die genoemd en begrepen kon worden.
De Leviathan is een schepsel Gods, geformeerd zoals de mens qeformeerd is, uit aards materiaal. Hij eet, als alle predatoren. om niet gegeten te worden. Hij jaagt en is de laatste jaren bejaagd. Kortom hij is een deel van deze schepping, valt onder de zaken waarmee de kinderen der mensen zich hebben bezig te houden. En ook hij toont in al zijn eigenaardigheden de grote kracht Gods.