De dominee en z'n preek
1976-11-05
De titel hierboven is ontleend aan een brochure van Ds E. G. van Teylingen uit 1959 (Uitgave van de Willem de Zwijgerstichting ).- Jaargang 20
- nummer 43
De aanleiding tot dit artikeltje - als gevolg op de twee vorige in deze rubriek - is gelegen in het feit, dat mijn vrouw en ik enkele weken geleden tijdens ons verblijf in Londen iemand uit Zuid-Afrika ontmoetten met wie we een kort maar degelijk gesprek kregen. Deze broeder is Nederlander van geboorte en reeds bijna 25 jaar in Pretoria woonachtig. Hij was in Engeland voor het bestuderen van bepaalde onderwijsmethoden. Hij is lid van de zgn.Dopperkerken. Wie spraken met hem na afloop van de morgendienst in The Dutch Church (de Nederlandse kerk). Aan het slot van ons gesprek zei hij: "Eigenlijk zou ik met de dominee van vanmorgen ook nog moeten praten, want hij heeft wel een boel woorden gebruikt, maar hij heeft niet gepreekt." En hij voegde er aan toe - ik geef z'n woorden zo getrouw mogelijk weer -: "Och, bij ons is het al precies zo, van de 29 predikanten die we in Zuid-Afrika in onze kerken hebben, zijn er 25 koekenbakkers en 4 prekers." Het leek me de moeite waard deze opmerking door te geven.
Koekenbakkers en prekers.
De bedoeling kan wel duidelijk zijn. Onze broeder uit Pretoria bedoelde te zeggen, dat er zo weinig echt gepreekt wordt, dat zo weinig Gods Woord echt wordt verkondigd, wordt bediend.
In Nederland zal dit over het algemeen wel niet beter zijn. En wanneer je in eigen kring broeders en zusters spreekt, blijkt dat in verschillende gemeenten nogal wat kritiek is op de preken.
Met name onze jongelui hebben nogal wat aan te merken op het preekwerk van de dominees.
Dat is jammer, want juist de preek is in de kerkdienst van groot belang. Er zijn in het verleden veel toespraken gehouden over de preek, maar als ik voorzichtig naga wat ik in de afgelopen dertig jaren aan preken van vrijgemaakte predikers heb gehoord - dat waren er heel wat.
van studenten tot professoren en alles wat daar tussen in zit -, dan was er heel wat bij dat met Woordverkondiging niet zo veel te maken had. God wil door de preek iets doen. iets bewerken. Hij heeft Zijn woorden aan ons gegeven als krachten tot behoud. Dat is nogal wat: God wil door Zijn Woord en het verkondigen van dat Woord mensen redden, dwalende schapen terugbrengen, zoekers Hem doen vinden, vragers een antwoord geven, twijfelaars zekerheid schenken.
Zó krachtig is het Woord van onze God.
Het Woord verkondigen wil zeggen, dat het Woord gebracht moet worden. Eenvoudig maar goed. Daar hebben Gods gemeenten recht op, dat wil God die gemeenten geven. Dat betekent dat de prekers maar heel dicht bij de bijbel moeten blijven. heel eenvoudig die bijbel moeten opendoen en verklaren. Als ze zó aan het werk gaan, worden ze bewaard voor allerlei gepraat over de bijbel, dan worden ze ook bewaard voor allerlei eigen woorden - het zoeken naar die eigen woorden kan een moeilijke bezigheid zijn! -, die geen enkele kracht tot behoud bezitten. Als er zó gepreekt wordt, zal het steeds meer gaan blijken dat alleen Gods Woord ons voor de beslissende keus kan stellen. Allerlei juiste of onjuiste toepassingen, die hoe goed bedoeld ook vaak niet uitkomen boven het niveau van menselijk moraliseren, kunnen het Woord van God in de weg staan. Nogmaals: Gods Woorden kunnen redden. mensen woorden doen vaak het tegendeel.
Als we vandaag in deze wereld nog levende gemeenten willen zijn. zal juist de preek in het geheel een lévende plaats moeten hebben. De letter doodt, de Geest maakt levend. Als we onze jongelui vast willen houden, zullen ze in de kerkdiensten dat volle en levende Woord moeten kunnen beluisteren zonder allerlei poespas er om heen.
We hebben een voorbeeld aan de Here Jezus. Zijn onderwijzingen waren bijbels en dus concreet. Concreter zijn dan God is voor mensen een onmogelijke zaak.
'k Bladerde pas nog eens in "Predik het Woord" van Prof. C. Veenhof. waarin deze "gedachten en beschouwingen van Dr A. Kuyper over de prediking" weergeeft. Een boek voor vandaag. het lezen waard. Preken maken zal vaak wel moeilijk zijn.
Kritiek uiten op de preken is eveneens moeilijk. Maar hoe bijbelser er gepreekt wordt, hoe minder moeilijk het worden zal. Misschien worden de preken dan korter, misschien ook niet - tenslotte zijn 5 of 10 minuten langer voor een preek ook niet belangrijk - áls het maar een preek is. Maar als ze korter gaan worden, welnu, dan zingen we maar wat. Als we met het gehoorde de week maar weer in kunnen. Om echt te léven. En daarom: geen koekenbakkers, maar prekers.