Romeinen 8: 26, 27 (3, slot)
1976-11-19
Ja - maar nu schrijft Paulus: in dit alles is er toch hulp: de Geest komt ons in onze zwakheid te hulp. Datzelfde woord vinden we ook in Luc. 10 : 40. Maria zit stil bij de Here Jezus te luisteren. Zij hangt Hem aan de lippen en vergeet alles om zich heen. Maar Martha is ondertussen jachtig bezig. om alles netjes en op tijd klaar te maken. Maria laat er haar alléén voor staan en er is nog zoveel te doen. Ze ziet er op 't laatst geen gat meer in en weet niet wat ze het eerste of het laatste aan moet pakken. En dan barst ze opeens los vol opgekropte nervositeit: Here zeg Maria toch dat zij mij komt helpen. dat zij eens mee gaat aanpakken! (Luc. 1 : 40) Nu. dat woord gebruikt Paulus hier: de Heilige Geest gaat van zijn kant onze problemen mee aanpakken. Hij laat ons er niet alleen voor staan. Hij wóónt immers in ons (vs. 9). Hij is toch in ons en blijft bij ons (Joh. 14 : 17).- Jaargang 20
- nummer 45
Hij laat ons niet in de steek. Maar "dat Hij in ons woont en werkt.
maakt geen einde aan onze zwakheid". (Jager) Integendeel. Wij blijven zwak.
Tot het einde van ons leven. Maar wij moeten daar niet opstandig om worden: we moeten juist leren in onze zwakheid op Hém te gaan steunen. hoe langer hoe meer. In dit geloof: Zijn kracht wordt in onze zwakheid volbracht. Daar moeten we oog voor leren krijgen. En daar mogen we ons in alle leed mee troosten: met het toétk van den H. Geest. waar we zo bitter weinig vaak van af weten. De H. Geest die in ons woont. is niet werkeloos: Hij werkt voor en in ons. Daarvoor is Hij juist gekomen en door onze Heiland gezonden. als de andere Trooster (Joh. 14: 16. 26)! Zo zegt Christus het zelf!
En dat troosten volvoert die Geest van God nu. ook en juist in ons “lijden".
In de donkere worsteling van ons gebed om licht en klaarheid is Hij in ons en bij ons en bidt Hij voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. Dat klinkt wel erg vreemd. Erg “ongoddelijk". dat de Geest zucht. Maar zo staat het er toch! Als wij, Gods kinderen, zuchten, zucht Hij mee. Zó nauw is Hij aan ons verbonden. Zó leeft Hij met ons mee. Hij blijft er niet buiten. Maar Hij is in dit opzicht één met ons.
Hij zegt niet dat zuchten een christen niet past. Maar Hij zucht zelf ook. met ons. Het gaat Hem ter harte. En in ons zuchten om licht. om uitzicht. om verlossing. om bevrijding is Zijn zuchten onuitsprekelijk. Niet onder woorden te brengen.
"Paulus wil zeggen, als ge in grote nood eigenlijk niet meer onder woorden kunt brengen.
wat ge bidden moet en er alleen maar een zuchten en steunen wordt voortgebracht, dan moogt ge weten. dat de H. Geest daarin voor u bidt. En dat God in de hemel wel weet wat de H. Geest voor u begeert." (Jager)
Inderdaad. want Hij die de harten doorzoekt. weet de bedoeling (beter: het bedenksel. de gedachte.
de conclusie) des Geestes. God doorzoekt de harten (vgl. Ps. 139 bijv.). De HERE let niet slechts op onze lippen en luistert niet alleen naar de woorden die onze mond vormt. Hij gaat verder.
dieper: Hij kent ons hart. de plaats waar onze gedachten zich vermenigvuldigen, waaruit onze begeerten en bedenkingen voortkomen. het centrum. het meest innerlijke van ons bestaan. van waaruit ons leven geregeerd worden. En dat hart doorzoekt Hij - tot in alle hoeken.
Wat vindt Hij er? Oók: de wirwar van onze gedachten, angst en vrees, vertwijfeling en verdriet.
Hij vindt er onze verlegenheid, onze bevende zwakheid, onze woordeloze moeheid en uitputting, ons zuchten. Maar Hij vindt er ook het woordeloos uitspreken. zuchten van de H. Geest: de bedoeling. het bedenksel van den Geest. die in ons woont. Het bedenksel: dat is: datgene wat de Geest "bedacht" heeft. We weten niet wat wij bidden moeten. Maar de H. Geest. die in ons woont gaat - menselijkerwijs gesproken - aan het denken. Hij gaat wikken en wegen wat het beste voor ons is. Want Hij weet wat maaksel wij zijn: Hij kent ons , als geen ander. Hij kent ons nog beter dan wij onszelf kennen. Hij weet hoe het met ons gesteld is.
wat wij dragen kunnen en dragen moeten..Hij bedenkt dus voor ons het beste. dat wat voor ieder van ons persoonlijk het beste is - in overeenstemming met onze omstandigheden, geloof, aard, omgeving.
En dat resultaat van Zijn overwegen. het bedenksel. Zijn conclusie - kan er dus zijn lang voordat wij een oplossing gevonden hebben. Welnu. God die de harten doorzoekt vindt en weet de bedoeling (de oplossing) des Geestes. Niet maar dat Hij er weet van heeft. Maar dit "weten"
wil zoveel zeggen als dat God er mee instemt. het er mee eens is.
Hoe zou het ook anders: wij geloven toch in een drie-enige God.
wij geloven toch dat de Vader en de Zoon en de H. Geest het dus ook altijd ééns zijn?
Zo is God het eens met het bedenksel van de Geest. die in ons is. En daarnaar handelt Hij. En zo verhoort Hij onze gebeden ook die woordeloze gebeden van de mens die niet meer weet wat en of hij nog bidden moet. En zo wordt ook het volgende glashelder: wij weten nu dat God alle dingen doet medewerken ten goede ... vs. 28!
Ook verhoort God dit bidden - dit verzuchtend bidden. Beter dan wij het vaak begrijpen of geneigd zijn aan te nemen op het eerste gezicht.
Hij verhoort, omdat de Geest bidt "naar God". d.w.z.: naar. in overeenstemming met. de wil van God.
die Hij duizendmaal beter kent dan wij. Wij weten niet te bidden “gelijk het behoort": wij doorzien niet altijd welk gebed God van ons vraagt. welke bede overeenstemt met Gods wil: door onze zwakheid is ons dat vaak duister. Maar de Geest. die alle dingen doorzoekt. zelfs de diepten Gods (1 Cor. 2 : 10). weet precies wat God wil - en in overeenstemming met Gods wil formuleert Hij de ..oplossing". Zijn bedenksel. Zijn conclusie. Zonder dat we het weten heeft de Geest de "oplossing" al gevonden en heeft God ons en Zijn zuchtend gebed al verhoord: ons ten goede. En pas later. veel later zien we het zelf! En moeten we het erkennen tot onze verbazing:O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods - wat heeft God wijselijk met ons gehandeld!
Laten we ons in al het lijden van dezen tegenwoordige tijd ons troosten dat Gods Geest - die God en ons kent - bidt met onuitsprekelijke verzuchtingen voor de heiligen. d.i. degenen die in Jezus Christus zijn. die niet wandelen naar het vlees maar naar den Geest (vs. 1. 4). die den Geest niet tegenstaan en tegenspreken, maar zich door Hem en Zijn woord kinderlijk gelovig laten leiden ook in hun leed. het lijden van dezen tegenwoordig en tijd.