Dat God zo begaan is met ons mensen!

2005-01-28
  • Jaargang 49
  • nummer 2
‘Ik verbaas me steeds weer over Jozef: als tiener bepaald niet aardig, voorgetrokken door zijn vader... een klikspaan... niet fijngevoelig; trekt zijn mooie mantel aan als hij zijn broers zoekt (hij zal toch ook wel een dagelijks kloffie hebben gehad). En dan in Egypte een toonbeeld van gehoorzaamheid aan God en later van geloofsinzicht als hij in zijn gedwongen gang naar Egypte de hand van God ziet om zijn familie te redden: wonderlijk’, zo schrijft Tineke Plooij uit Ede.

Tineke Plooij is een van de lezers in mijn ‘reisgezelschap’. U zult in de komende maanden wel vaker van haar leeservaringen (en van die van anderen) kunnen meegenieten. En samen willen we elke keer graag iets doorgeven uit het boek dat we gezamenlijk doortrokken. Dit keer Genesis.

Overstroming
Het was boeiend om te zien hoe de leeservaringen op allerlei momenten spoorden. Dezelfde Tineke las op 28 december Genesis 6-9 over Noach en de zondvloed. Ze schrijft: ‘Het is haast wrang om dit nu te lezen; met die belofte bij de regenboog; met op je netvlies de beelden uit Zuidoost-Azië en in je gedachten de steeds hogere getallen slachtoffers’. Ook ik las deze hoofdstukken met beelden voor ogen van een volstrekt onverwachte vloedgolf in het hier en nu. Zoiets was het bij Noach dus ook! Beklemmend! Het was een redding van enkelingen uit een gebeuren dat verder alleen maar ondergang was. Waarbij me een schriftwoord uit latere tijden te binnen schoot - dat de rechtvaardige ternauwernood gered wordt.

Gods teleurstellingen
Ook het vervolg is weinig vanzelfsprekend - als je ziet hoe God zijn weg met Abraham, Izaak, Jakob, Jozef en al die anderen vervolgt. Corrie Sonke uit het Zeeuwse Yerseke verwonderde zich daar al lezend over: ‘Bijzonder vind ik dit alles hoe God toch eigenlijk begaan is met de mens, terwijl de mens God eigenlijk steeds maar teleurstelt ... waarom is God zo begaan met de mens, als God steeds zo diep gekwetst/ teleurgesteld wordt?’ Dat komt natuurlijk ook sterker op je af als je in nauwelijks twee weken het boek Genesis leest en zodoende in korte tijd de weg met de aartsvaders afloopt. Dan verbaast en schokt maar al te vaak het klein-menselijk gedoe, zoals tussen Jakob en Laban. En misschien juist daarom valt het op hoe, ondanks ‘dat verwaterde godsvolk en die onbetrouwbare schoonvader, Tamar iets leert zien van Gods aanwezigheid ... het is de eerste heidense vrouw in het geslachtsregister van Jezus’, zoals Kees Bos uit Wageningen signaleert.
En hij merkt bij de bizarre geschiedenis van Lot op, dat ‘Genesis vol zit met kleine aanwijzingen van Gods leiding, zelfs als mensen verkeerde keuzes maken.’

Zus
Verschillende lezers stuitten op het eigenaardige verhaal van de aartsvader die zijn vrouw voor zus laat doorgaan.
Abraham overkwam dat twee keer (Genesis 12 en 20) en bij Isaak (26) herhaalt het zich. ‘Zo vader, zo zoon’, reageert Margreet Maljers (Alkmaar) laconiek, terwijl Hans en Corrie de Vlieger uit Nunspeet het wel konden plaatsen in de wereld van koningen en paleizen: ‘We vroegen ons eerst af of dit niet van weinig geloof getuigde dat God hen zou bewaren, tot ons opeens te binnen schoot dat David - nota bene een man naar Gods hart - ook een man doodde om een mooie vrouw.’ Maar minstens zo opvallend is, dat in de tijd van de aartsvaders de eerbied voor God gedeeld werd met koningen als Melchizedek (14) en Abimelech (20 en 21). Verder opende de NBV de ogen voor veel ongewone zaken, zoals het gebruik van het zweren van de eed (de hand in de lies - b.v. Genesis 24:2,9). En meer dan één lezer werd getroffen door de put met die prachtige naam (Lachai Roï), die spreekt van Gods omzien naar Hagar (16) en Isaak (24,25).

Dat woont hier als vreemdeling
Bij de lezing van het boek Genesis raakte ik zelf onder de indruk van het levendige en spannende van de dialogen en dat zijn er niet weinige in dit bijbelboek. De eerste keer tekende ik het aan bij het moment dat God de zondige mens aanspreekt (Genesis 3), scherp en confronterend in bijna dichterlijk taal (en zo ook afgedrukt).
Maar ook Genesis 19 is zoveel levensechter dan in de NBG, alleen al als je de sneer van de mannen van Sodom richting Lot hoort: ‘Dat woont hier als vreemdeling en moet ons zo nodig de wet voorschrijven’.
Corrie Meijer uit Amsterdam las de ‘onderhandelingen’ van Abraham met de Hethieten over de aankoop van een graf voor zijn gestorven vrouw met nieuwe ogen: aarzelde Abraham, toen het land hem als geschenk werd aangeboden, zo vroeg ze zich af. Dat denk ik eigenlijk niet, maar je voelt wel sterker dan in de NBG vertaling, dat de dialoog behalve oosters, daarin toch uiterst ongewoon is. Zeker in de uitkomst, want Abraham dingt niet af en koopt voor een vermogen het land, wat hem als gegeven beloofd was, iets wat de Amsterdamse lezeres ook opviel.

‘U’ en ‘gij’
De levendigheid van de dialogen komt voor een niet gering deel door de vervanging van ‘u’ en ‘gij’ door ‘je’ en ‘jullie’, op al die plaatsen waar wij het ook zo zouden zeggen. Want geen vader zegt tegen zijn kind ‘u’ en broers onderling al helemaal niet.
Daardoor kon de NBG ook nooit levensecht worden! Vergelijk bijvoorbeeld het moment waarop de broers voor Jozef staan en je (typisch) de oudste broer hoort: Ruben zei: ‘Heb ik jullie niet gezegd dat je je niet aan de jongen moest vergrijpen? Maar jullie wilden niet luisteren. Nu wordt ons zijn dood betaald gezet.’ (waar de NBG had: Toen antwoordde Ruben hun: Heb ik u niet gezegd: bezondigt u niet aan de knaap! Maar gij hebt niet geluisterd. Nu wordt zijn bloed van ons geëist).

Abrahams zegen
Andries Mak uit Rijswijk werd (met anderen) verrast door de weergave van het vertrouwde ‘Met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden’ door: ‘Alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij’ (Genesis 12:3). In de voetnoot staat weliswaar als alternatief ‘Door jou zullen alle volken op aarde gezegend worden’, maar het ontgaat Mak waarom gekozen is voor de eerstgenoemde vertaling. Hij verwijst daarbij ook naar plaatsen in het Nieuwe Testament waar Paulus en Petrus ‘kozen’ voor de ons vertrouwde vertaling (Handelingen 3:25, Galaten 3:8).
Die plaatsen in het Nieuwe Testament zijn zeker niet weg te poetsen, maar de niet zo gebruikelijke werkwoordsvorm in het hebreeuws kan inderdaad op meer dan één wijze vertaald worden (dus naast ‘gezegend worden’ kan ook: ‘zich zegenen’, zegen ontvangen of ‘wensen gezegend te worden’).
Hoe de keus uitvalt is voor de werkers aan de NBV vooral een vertaaltechnische afweging geweest. En typisch voor de NBV is, dat de vertalers zich weinig aangetrokken hebben van de wijze, waarop Petrus en Paulus deze tekst hebben opgevat. Ik zag trouwens wel dat de Groot Nieuws Bijbel de NBV in deze ongebruikelijke vertaling is voorgegaan.

Film
De reacties over de NBV vanuit de leesgroep zijn ronduit positief. Frits Bijlenga (Amersfoort) kreeg het afgelopen jaar steeds meer behoefte om de bijbel in zijn verband te lezen en doet dat inmiddels vanuit de NBV.
‘Wat mij opvalt bij het lezen in de NBV is het mooie taalgebruik ... Het leest voor mij net zo makkelijk als de Groot Nieuws Bijbel, terwijl hij taalkundig mooier is’. Frits probeert de Bijbel ook zo veel mogelijk voor zich te laten spreken en vergelijkt dus niet met andere vertalingen. Kees Bos vindt het taalgebruik vooral in de Jakobsgeschiedenis heel mooi en direct. En Margreet Maljers typeert het zelfs als ‘ijzersterke liefdesgeschiedenissen, puur drama’. Ook Jaap Kanis uit Barendrecht is een zeer betrokken lezer: ‘Voor mij is lezen net film kijken.
Tijdens het lezen zie ik alles gebeuren.
Ik zit dan als het ware in het verhaal en ben bijna deelnemer. De NBV is erg beeldend vertaald.’ Nu goed, alle reden om voort te gaan, zullen we maar zeggen.

Etappe 2: Exodus: 12-1-2005 t/m 26-1-2005 (kopijdatum)
Etappe 3: Leviticus, Numeri 1-18: 27-1-2005 t/m 9-2-2005 (kopijdatum) Wie een keer een étappe mee wil lezen, kan ook rustig zijn bevindingen melden.
De reacties moeten wel steeds op laatstgenoemde datum binnen zijn (Bakemastraat 4, 3822 WJ Amersfoort; f.gerkema@solcon.nl)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief