Over waarheid en leugen (2, slot)

1976-11-26
  • Jaargang 20
  • nummer 46
Ds De Vries heeft nog een onwaarheid in mijn schrijven ontdekt. Ik citeer hem weer letterlijk:

"Het is -niet de eerste maal dat het geheugen prof. Veenhof parten speelt: hij heeft een paar jaar geleden in 'Opbouw' geschreven dat de synode van Rotterdam-Delfshaven hem niet meer in aanmerking liet komen voor de benoeming in een deputaatschap waarvan hij al jarenlang lid en voorzitter was geweest; de synode zou hem hebben gepasseerd.
Prof. J. Kamphuis heeft toen met citaten uit de acta van Delfshaven onweerlegbaar aangetoond dat prof. Veenhof zich vergiste: in de lijst van benoemde deputaten komt ook zijn naam voor.
Nu is een geheugenfout van een 70-jarige niet zo erg. Maar na het door prof. Kamphuis gepubliceerde bewijs dat prof. Veenhof zich vergiste, heeft deze zich niet gehaast zijn fout te herstellen, maar er het zwijgen aan toegedaan.
- u kan iemand volkomen te goeder trouw een geheugenfout maken - dan is het wel een onwaarheid maar geen leugen - maar, als hij daarna z'n fout niet herstelt, wordt het een leugen. Zie hoe Zondag 43 van de H. Catechismus daarover oordeelt."

Wat deze kwestie betreft moet ik schuld belijden. De synode van Delfshaven heeft mij, dat bleek mij uit het controleren van de acta, niet uit de verschillende deputaatschappen gestoten. Dat heeft de volgende synode, die van Amersfoort gedaan!
Dat prof. Kamphuis over die zaak geschreven had wist ik niet. Zijn artikel daarover is mij niet onder ogen gekomen. Anders zou ik uiteraard die zaak reeds eerder hebben gecorrigeerd.
Toen ik het artikel van ds De Vries gelezen had dacht ik aan een geestige opmerking van mijn diep betreurde vriend Gerrit Visee. Deze zei eens dit: Er wordt in de vrijgemaakte wereld soms op deze wijze gepolemiseerd: Veronderstel eens dat er op een zondag, 's morgens om tien uur een moord plaatsvindt in de Oudestraat en een journalist schrijft een verslag daarover en zegt daarin dat er op die zondag om negen uur een moord in de Oudestraat plaats vond. Dan zijn er sommige polemisten die verontwaardigd zeggen: Wat is die journalist een leugenaar! Op die zondag om negen uur vond er absoluut geen moord plaats- alle mensen die op dat uur in de Oudestraat liepen kunnen dat getuigen!

Bladerend in de Acta van die synode van Amersfoort - het is een boek van liefst 541 grote pagina's - vond ik nog een belangwekkend fragment. Ik laat dat hier volgen. Het is te vinden op pag. 7. "En de nood aan de Hogeschool der kerken was toch tastbaar. Niet enkel moest prof. dr H. J. Jager ontslag vragen uit de actieve dienst als hoogleraar in de Nieuwtestamentische vakken met ingang van de cursus 1966/67 en hebben deputaten-curatoren, overeenkomstig art. 6 van hun instructie, dit ontslag verleend en wel "eervol en onder betuiging van dank voor het gegeven onderwijs"; maar ten gevolge van de langdurige ziekte van prof. Jager is in het bijzonder onderwijs onregelmatig geweest." En op pag. 12 vond ik het volgende:

"Thans is ook prof. dr. H.J. Jager ter vergadering aanwezig, die eveneens zijn instemming met de belijdenis betuigt. Hij wordt door de praeses hartelijk welkom geheten.
Het doet ons leed, aldus drs. Deddens, dat u nu reeds uw werk om gezondheidsredenen moet neerleggen. Het is 18 jaar geleden dat ook een Amersfoortse synode u tot hoogleraar benoemde. Onze synode vandaag dankt de Here hartelijk voor wat u als professor voor de kerken hebt betekend. U hebt in Gods kracht mogen werken. In den beginne hebt u laten zien wat Johannes 3 betekent voor de wetenschap. Wij weten dat u zelf In déze geest uw werk verricht hebt. Het is onze bede, dat de Here u doe staan in de zekerheid des geloofs (waarover u in uw proefschrift gehandeld hebt) en dat u nóg vruchten moogt dragen voor het koninkrijk Gods. De Here schenke u bij de voortduur genade en sterkte."

Twee jaar nadat deze woorden werden gesproken - terwijl prof. Jager in niets veranderd was - werd het bovenvermelde vonnis over hem uitgesproken!

Ik wil ten slotte nog een paar opmerkingen maken. In de eerste plaats deze: Toen ik kandidaat in de theologie was geworden werd ik gefeliciteerd door prof. dr A. Noordzij. Ik had veel contact met hem gehad in mijn studententijd. Hij woonde ook vlak bij ons. Hij zei mij toen: "Veenhof, ik wil je nu iets zeggen dat je nooit vergeten moet. Dat is dit: de kerk is Gods zaak, want er is daarin altijd zoveel ongerechtigheid openbaar geworden dat, als ze een zaak van mensen was geweest, ze reeds lang zou zijn ondergaan." Ik begreep die woorden toen niet. Vooral na 1944 en 1969 heb ik deze woorden leren verstaan. Ze hebben mij dikwijls zeer vertroost en kracht gegeven verder te gaan.
De tweede opmerking is deze, dat ondanks alles wat er gebeurd is, wat mij betreft, morgen hereniging met de binnenverbandse kerken kan plaats vinden. Maar dan zó dat ze ons "nemen" zoals we zijn! En er hoeven daarvoor geen schuldbelijdenissen te worden afgelegd, rapporten opgesteld en verklaringen afgegeven.
De derde opmerking is, dat het vanzelf spreekt dat ds De Vries die zo sterk pleit voor waarheid in de pers zijn lezers in kennis zal stellen van wat ik heb geschreven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief