Gereformeerde Oecumenische Synode - Kaapstad 1976 (5 - slot)

1976-12-03
  • Jaargang 20
  • nummer 47
In het verleden hebben de V rijgemaakte Kerken uitnodigingen om vergaderingen van de GOS bij te wonen, steeds afgewezen. De Generale Synode van Amersfoort, 1948, had al een uitnodiging om op de eerste GOS~vergadering in augustus 1949 aanwezig te willen zijn, van de hand gewezen. Latere Synoden hebben eveneens dergelijke uitnodigingen afgewezen. De redenen voor deze afwijzingen cirkelden voor het grootste deel om de verhouding tot de Gereformeerde Kerken-Synodaal) .
Er werd gezegd dat de uitnodiging oneerlijk is omdat ten onrechte verwacht wordt dat gevonnisten met hen die gevonnist hebben samen de kerk van Christus kunnen bouwen; vanwege deze inconsequentie en vanwege de houding van de uitnodigende kerken in Grand Rapids zijn deze laatste ook van de gehoorzame en ge~ trouwe Woordbediening afgeweken, zo werd gezegd.
Met redeneringen per consequentiam als deze kunnen geen gronden gelegd worden voor zulke oordeelvellingen. De vriend van een dief is per consequentie niet zelf ook een dief. Je mag verwachten van die vriend dat hij over die zonde zal spreken. Maar zelfs nalatigheid in dat spreken stempelt hem niet zelf tot een dief.
Deze per-consequentie redeneermethode heeft vele broeders zelfs parten gespeeld bij de beoordeling van het Kamper en Haarlemmer zendingswerk in het verleden.
Dat zendingswerk geschiedde immers in samenwerking met Bantoekerken die verbonden waren met die Gereformeerde Kerk in SA, welke weer correspondentie onderhield met de Synodale Kerken in Nederland. Hierbij werd de regel al uitgebreid tot de vriend van de vriend van de dief. Hoe ver kun je zo voortgaan?
Intussen is wel duidelijk geworden dat het gesprek met de Geref. Kerken-Synodaal wel degelijk gevoerd wordt door de GOS, en wel zodanig dat het langzaam maar zeker naar een zekere climax toeloopt.
Wat moeten wij zelf intussen doen? We hebben met de onontwijkbare werkelijkheid te maken dat we overal op aarde kerken aantreffen die min of meer in dezelfde Gereformeerde traditie als wij, de Heere dienen. In vele landen ter wereld verzamelt God Zijn kinderen door afscheidingen en doleanties, door vrijmakingen en wederkeer, en elders ondanks afscheidingen en doleanties. Onze geëmigreerde familieleden kunnen er alles van vertellen, en onze steeds verder zich .uitstrekkende vakantiereizen doen ons zulke kerken ontmoeten. Daarbij merken we dat onze pogingen om Gods werk in onze kerkelijke correspondenties zoals wij die kennen, vast te leggen en op te sluiten, falen. Merken we dat niet.
dan houden we tenslotte alleen onszelf over, en moeten we er haast toe komen om dat werk van de Heere dat buiten onze kanalen valt, illegaal te noemen.
Laten we oog houden voor Gods werkelijkheid op aarde. En denken aan het gebed van Paulus om samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten. hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is van het verlossingswerk (Ef. 3: 19).
Paulus bedoelt blijkbaar dat je op je eentje daarvoor niet zo makkelijk oog krijgt. Om wat van de wijde dimensies en de diepe dimensies... - het modewoord zij ons vergeven... - van Gods werk te zien. moet je met alle heiligen aan het werk. Natuurlijk zijn er Bijbelse regels om er achter te komen wie tot die heiligen behoren en wie niet. Dan gaat het om het betrouwbare spreken van God en om de genoegdoening van Christus en dergelijke fundamenten van de leer. Maar gaan we aldus op zoek naar alle heiligen om met hen die wijde dimensies te vatten.
dan merken we dat er niet zo verschrikkelijk veel van hen over zijn in de wereld. Laten we toch zuinig op de heiligen zijn en elkaar bewaren! Er wordt wel gezegd dat we oecumenische contacten moeten aangaan om gelegenheid te krijgen onze stem te laten horen. Ik zal niet ontkennen dat we als Gereformeerden van Nederland een slechtere afkomst konden hebben. Maar waarom zouden we niet beginnen met de begeerte door onze contacten iets te ontvangen. Wanneer Paulus spreekt van die, gemeenschap met alle heiligen, dan bedoelt hij dat wij in die gemeenschap ontvangen en leren hoe groot de breedte en diepte en hoogte en lengte is. In onze kleiner wordende wereld is het goed erachter te komen hoe broeders als wij in rassenproblemen worstelen om Gods weg te vinden. Van die rassenproblemen horen we wel via de radio en tv samen met alle onheiligen, maar bitter weinig nog hoorden we ervan samen met alle heiligen. Van de zending van die heiligen weten we ook niet veel, van de sociale vragen evenmin. Samen met alle heiligen sluit ook de zwarte heiligen in en de gele heiliqen onder wie de Heere ook gewerkt heeft; volgens Paulus lukt het slecht om zicht te krijgen op de totale verlossing met een enkele sectie van de heiligen.
Als buitenverband kerken zullen we ons moeten gaan bezinnen op onze oecumenische contacten. Naar resultaten die we in grafieken kunnen aflezen, zullen we niet hoeven zoeken. Onze mogelijke inspanningen zullen niet veel klinkende munt opleveren. Maar laten we eerst aan de inspanning toekomen en naar de mogelijkheden van oecumenische contacten zoeken. De artikelen over de GOS waar ik op verzoek van onze meeste vergadering aanwezig was, willen hiervoor graag een wegwijzer zijn.

Noot:
1) Zie artikel van J. Meester in "De Reformatie", 2ge jrg. no. 47, 28 augustus 1954. p. 377.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief