Liturgische Formulieren
1976-12-10
Bijna een jaar geleden ontving de redactie van ons blad ter recensie een boekje met deels vernieuwde. deels nieuwe liturgische formulieren, vastgesteld door de generale synoden van de Chr. Geref. Kerken van 1968. 1971 en 1974.- Jaargang 20
- nummer 48
Door mijn nalatigheid bleef de recensie te lang achterwege. waarvoor mijn verontschuldiging. Om wat goed te maken wil ik er in enige artikelen nu graag wat meer aandacht aan wijden en voor vragen. Om meer dan één reden lijkt me dat gewenst. We zoeken immers al jarenlang toenadering tot de Chr. Geref. Kerken en dan mogen we wel met meer dan gewone belangstelling kennis nemen van serieuze pogingen tot liturgische vernieuwing in deze kerken. Daar komt nog bij. dat we daar waarschijnlijk onze winst mee kunnen doen. Wat het gebruik van liturgische formulieren betreft lopen we wel wat achter bij andere kerken. wat weer meebrengt. dat vele predikanten leentjebuur spelen.
Toen onlangs in een regiovergadering gevraagd werd. welke avondmaalsformulieren in de kerken van de regio gebruikt werden. antwoordde een afgevaardigde van een vakante gemeente: "We gebruiken het formulier, dat de dominee meebrengt. die bij ons het avondmaal komt bedienen." En dat bleek dan, zoals ook in de andere gemeenten. te . varleren tussen: het oude formulier. een formulier van Rijswijk. een formulier van Enschede. een formulier van de syn. Geref. Kerken. of ook wel het nieuwe chr. geref. formulier. lang of kort. Er heerst dus een ietwat chaotische toestand op dit gebied onder ons.
waar de een dan weer zwaarder aan zal tillen dan de ander. Ongetwijfeld zijn er ook onder ons. die een formulier overbodig vinden. Onlangs hoorde ik een trouwdienst op de band opgenomen. waarbij de predikant een formulier las, dat mij van nergens bekend was. maar waarin ik wel de stijl van de desbetreffende predikant zelf herkende.
In die gemeente is dus een huwelijksformulier, dat alleen daar in gebruik is.
Hoewel ik zelf ook wel andere formulieren gebruik dan de oude. voel ik wel het bezwaar van deze ongeregelde gang van zaken. Al was het alleen maar dit bezwaar, dat de gemeenteleden niet meer in staat zijn het formulier mee te lezen. Hopelijk verkeren we wat dit betreft alleen maar in een experimentele overgangsfase. Om met elkaar verder te komen lijkt me kennisname en beproevend gebruik van de hier door de Chr. Geref, Kerken aangeboden LF. zeer gewenst. Ik heb deze LF. voor u doorgelezen en ze kritisch vergeleken met de oude LF. en met de LF. die momenteel in andere kerken gebruik worden. Graag wil ik voorop stellen mijn grote waardering voor bet werk hieraan besteed. Uit ervaring weet ik er iets van wat er vast zit aan vernieuwing van kerkelijke formulieren. Er is ook moed voor nodig om het kerkvolk vertrouwde zinswendingen te ontnemen en te leren luisteren naar een formulering. die de mens van onze tij d aanspreekt, zonder dat iets verloren gaat van de bijbelse waarheid. die in de oude formulieren verwoord werd.
Dan volgen nu enkele kanttekeningen bij de verschillende formulieren.
Het Doopformulier
Evenals bij het avondmaalformulier wordt het doopformulier geopend met de instellingswoorden van Christus. Dat is een duidelijke verbetering van het wat moeilijke en dorre begin van het oude formulier. Daarvoor in de plaats laat het vernieuwde formulier op de instellinqswoorden van de Heer' deze regel volgen: "In zijn Woord heeft God ons geopenbaard hoe wij de Doop moeten verstaan." Dat klinkt heel wat warmer en kondigt ook duidelijker de volgende Schriftopening aan dan het oude begin: "De hoofdsom van de leer van de Heilige Doop is in deze drie stukken begrepen. Zoveel woorden. zoveel struikelstenen. bij het begin al!
"Hoofdsom", "leer", "heilig", "stukken" en "begrepen". Het vernieuwde formulier spreekt niet meer van "heilige" doop evenmin van "heilig" avondmaal. Een te waarderen poging tot desacratserinq van de "sacramenten"? Om niet langer voeding te geven aan de diepgewortelde dwaling . dat doop en avondmaal "heiliger" zouden zijn dan de prediking?
De "onreinheid onzer zielen" is geworden: de onreinheid van ons hart. Wat is het verschil? Dat blijft ook in dit formulier toch nog de vraag, als even verderop de zin uit het oude formulier blijft staan: God aanhangen met geheel ons hart en met geheel onze ziel.
Lange zinnen uit het oude, worden in dit vernieuwde formulier in de regel opgesplitst in kortere zinnen. Dat vergemakkelijkt het uitspreken en luisteren, hoewel daar kennelijk ook anders over gedacht kan worden, gehoord de diskussie rond de stijl van de Troonrede. Maar als een lange zin opgedeeld wordt in een aantal kortere zinnen zal men toch hier en daar verbindende woorden moeten inlassen, wil het redebeleid niet teloor gaan. Ik neem als voorbeeld de eerste lange zinnen van het oude formulier.
" ...Dat wij met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren en daarom kinderen des toorns zijn. zodat wij in het koninkrijk Gods niet kunnen komen. tenzij wij van nieuws geboren worden. Dat leert ons de onderdompeling in en de besprenging met het water. waardoor ons de onreinheid onzer zielen wordt aangewezen, opdat wij vermaand worden ...
Het vernieuwde formulier heeft deze twee lange zinnen door vier korte vervangen: " ...dat wij met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren en daarom kinderen des toorns zijn (herhaling van het woordje "zijn" is toch beter dan het helemaal achteraan te laten komen. P.). Wij kunnen in Gods Rijk niet komen. tenzij wij wedergeboren worden. De onderdompeling in of besprenging met het water stelt ons de onreinheid van ons hart voor ogen. Zo worden wij vermaand onszelf te mishagen ... "
Deze opdeling in vier korte zinnen is gegaan ten koste van de verbindende en redengevende woorden uit de oude tekst: zodat dit opdat. De vier korte zinnen volgen nu op elkaar zonder duidelijk aangegeven onderling verband. behalve een keer .met het kleurloze woordje "zo".
Beter zou dan ook geweest zijn. als de tweede zin begonnen was met "daarom": "Daarom kunnen wij in Gods Rijk niet komen". en de derde zin aldus: "Deze onreinheid van ons hart .... en de vierde zin: "Hier~ door worden wij vermaand ... "
Met dit voorbeeld wil ik attenderen op een gevaar bij het .op zichzelf gewenste uiteenbreken van al te lange zinnen. Nog een voorbeeld: is het geen verzwakking van de oude tekst als van de Heilige Geest gezegd wordt: "Hij toch eigent ons toe wat wij in Christus hebben"? Het oude formulier legde veel strakker verband tussen de inwoning van de Geest en de toe-eigening door de Geest van wat we in Christus hebben: Hij doet het eerste dóór het tweede. Door de opsplitsing kwam het "door" te vervallen. Maar dan moet men de nieuwe zin toch laten beginnen met een tekst die recht 'doet aan dat "door", b.v. zo: Hij doet dit door ons toe te eigenen... Men kan twee wegen inslaan: nieuwe formulieren schrijven. of de oude renoveren. In het laatste geval moet men er voor zorgen dat niets verloren gaat van de oude wijn. door de vernieuwing van de zakken.
De zin "Overmits in alle verbonden twee delen begrepen zijn". - waarover in het verleden al zoveel woorden vuil gemaakt zijn --. is vervallen en vervangen. m.i. terecht. Een zin. die zoveel vragen oproept en zoveel uitleg nodig heeft als deze. hoort in een liturgisch formulier niet thuis.
In het vernieuwde formulier van de syn. Geref. Kerken luidt deze zin nu als volgt: "Ten derde worden wij van Godswege door de doop vermaand en verplicht tot nieuwe gehoorzaamheid".
Het chr. geref. formulier heeft: "Ten derde worden wij krachtens het verbond door de Doop geroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid". Het valt te waarderen. dat men het verbond toch genoemd wil hebben als het kader waarin deze roeping tot de gedoopte bondeling komt. al klinkt de vervanging in het syn. geref. formulier wat warmer en directer: van Godswege.
Het "godzalig" van het oude formulier is terecht vertaald met "godvrezend", waaraan ik de voorkeur geef boven het "godvruchtig" van het syn. geref. formulier. omdat het aansluit op de bijbelse term: de vreze des HEREN. Het nadeel van korte. onduidelijk samenhangende zinnen doet zich opnieuw voor bij de motivering van de kinderdoop. Na de citaten uit Gen. 17 en Hand. 2 hangen de volgende zinnen er wat los bij: "God heeft voorheen de besnijdenis bevolen als een zegen van het verbond en van de gerechtigheid door het geloof. Christus heeft de kinderen omarmd enz. In de plaats van de besnijdenis is de doop gekomen. Daarom moeten de kinderen gedoopt worden".
(Tussen twee haakjes: waarom dat "moeten" niet eens af en toe vervangen door "mogen". dat maakt het geheel wat feestelijker!) In het oude formulier vloeit het een geleidelijk over in het andere, hier stokt het. De zin over Jezus, die de kinderen omarmt en zegent staat nu wat onderbrekend tussen de instelling van de besnijdenis in het oude verbond en de vervanging van de besnijdenis door de doop in het nieuwe verbond. In het gebed voor de Doop zijn uiteraard Noach en de Farao blijven staan, uiteraard, want men schreef geen nieuw formulier, maar vernieuwde het oude. Toch doet zich juist hier de behoefte aan iets nieuws heel sterk voelen. Hier worden nota bene zo even terloops. zo tussen neus en lippen, in de aanspraak van het gebed, twee geweldige gebeurtenissen uit het oude bedeling aangehaald. Niemand zal ontkennen dat de zondvloed en de doortocht door de Rode Zee alles met de Doop te maken hebben. maar in een nieuw doopformulier zou ik ze dan liever in het Schriftonderwijs vermeld zien. dan in een gebed.
Jammer ook. dat is blijven staan de zinsnede: dat dit leven toch niet anders is dan een gestadige dood. Zeer verklaarbaar in de tijd. toen het oude formulier werd geschreven. een tijd van vervolging en bedreiging van het leven. Deze zin zal ook wel hebben aangesproken in de bezettingsjaren. Maar om het zo algeméén 'te stellen, ja zelfs dat het leven "niet anders is" dan een gestadig sterven. lijkt me niet bijbels en ook niet dankbaar voor de God van ons leven. Ik bevind me wèl bij de woorden van de Prediker:
"Indien de mens vele jaren leeft. zo verheuge hij zich in die alle. maar hij bedenke. dat de dagen der duisternis vele zijn zullen" (11 : 8). Dat lijkt me evenwichtiger gesproken dan de taal van het Doopformulier. Hoewel er tijden kunnen en zullen aanbreken. dat we met Mozes in Psalm 90 diep gebogen worden onder moeite en verdriet (vers 10). ja onder de toorn des HEREN (vers 7). Wat overigens niet wegneemt. dat zelfs die 90e Psalm het perspectief naar betere tijden openhoudt: ontferming. goedertierenheid. heerlijkheid. lieflijkheid. jubel en verheuging! (verzen 13-17).
In de eerste doopvraag is blijven staan: "behoren gedoopt te wezen". Persoonlijk voeg ik daar graag in: "mogen gedoopt worden". Zouden we in de formulieren niet wat meer blijdschap verwerken? Ze worden er wat feestelijker van. Dat men bij deze renovatie toch niet teruggedeinsd is voor een toevoeging. blijkt wel uit de derde doopvraag. die is uitgebreid met de volgende woorden: "en het een voorbeeld van een christelijke levenswandel te geven".
Dit lijkt me alleen maar toe te juichen; evenals de vervanging van "voorzeide leer" door "de waarheid Gods", hoe stereotype ook de uitdrukking in gereformeerde kring is geworden (of moet ik zeggen: in het .verleden geweest is?) Liturgisch gezien is ze toch moeilijk te verdedigen.
Over heel de linie is trouwens in deze L.F. het woord "leer" vervangen door "de waarheid Gods". zie b.v. de belijdenisvragen. Hier wordt van de waarheid Gods gezegd. dat ze in de christelijke kerk geleerd wordt, terwijl in de oude vragen (ook in de doopvragen ) stond. dat de leer van het oude en nieuwe testament en van de apostolische geloofsbelijdenis in de kerk alhier geleerd wordt. Dat was wel wat teveel van de "leer". Daarom kunnen we hier zeker van verbetering spreken.
Hetzelfde kan helaas niet gezegd van wijzigingen in het dankgebed na de doop. Zo stuit ik op de woorden: wij bidden U om Jezus' wil voor dit kind. - ter vervanging van: wij bidden U door Hem. uw lieve Zoon. dat Gij dit kind ... Bidden wij om Jezus' wil. of vragen wij God ons gebed te willen verhoren om Jezus' wil? Bidden door Jezus Christus is m.i. wat anders dan bidden "om Jezus' wil".
Minder fraai acht ik ook een bede als: laat dit kind in alle gerechtigheid leven en met volharding strijden en overwinnen. Het oude formulier bezigt hier "mogen" en dat is beter dan "laten". Het ligt beter in de sfeer van het ootmoedig gebed. Als men de ouderwetse aanvoegende wijs wil vermijden. kan men zeggen: laat het kind mogen opgroeien en laat het mogen strijden en overwinnen.
Tot zover enkele opmerkingen bij dit vernieuwde doopformulier. die overigens niets tekort willen doen aan waardering voor wat hier op onze tafel wordt gelegd.