Een verloren zoon

1976-12-10
  • Jaargang 20
  • nummer 48
'k Ontmoette hem enkele weken geleden in een café, waar ik een kop koffie dronk: Kees, een jongen van 17 jaar, die me om een paar gulden vroeg om een pakje sigeretten uit een automaat te halen. Toen hij weer terugkwam, ging hij uitgebreid aan de gang om een sigaret uit elkaar te halen teneinde er "wat" in te doen. Toen ik hierover iets zei, kregen we een heel gesprek.
Het bleek een jongen te zijn van vrijgemaakte huize; van binnen- en buitenverband wist hij ook wel iets, maar het werd me niet duidelijk waar hij terecht kwam zes, zeven jaar geleden. Maar dat is niet zo belangrijk. Het gaat me om zijn verhaal, dat ik hier wat verkort weergeef.
Om te lezen. En te huiveren!

"U vindt het niet goed, dat ik van m'n sigaret een stick maak? Och, waarom niet. 't erg onschuldig, vergeleken bij ander spul dat ik gebruik. 'k Pak nu dit, omdat ik niets anders bij de hand heb. Eigenlijk is dit goedje me te min. Trouwens, ik zal morgen echt wel wat sterkers nodig hebben ...
Wat ik precies gebruik?Och, van alles: L.S.D., cocaïne, och waarom zou ik het allemaal noemen, U zult het toch wel weten.
'k Weet, dat het slecht is voor m'n lichaam. Daarin hebt U helemaal gelijk. Zelfs dit sticky is slecht, 'k Weet dat er een heleboel jongens en meisjes zijn, die net doen of een sticky onschuldig is. Nu, dat is niet zo. Als je dit spul lang rookt, wordt je er zo arrogant van als ik weet niet wat. Lichamelijk zal het weinig uitrichten, maar geestelijk doet het je beslist wel wat, je verandert in je denken, je gaat je afzonderen van mensen die ander denken dan jij, je wordt..., hoe zal ik dat zeggen, zelfgenoegzaam, ja, dat is het goede woord.
U wilt weten, hoe lang ik al drugs gebruik. Och, dat is drie jaar geleden al begonnen (let U er even op, de jongen is nu 17!). M'n ouders wisten er toen niets van en ik ging zondags mee naar de kerk. "k Vond het soms wel mooi, maar op een gegeven moment wilde ik niet meer. In die tijd kwamen ze er ook achter, dat ik drugs gebruikte. Ze waren vreselijk kwaad, M'n vader heeft me geslagen, ze hebben me opgesloten. 'k Ben toen weggelopen.
Bijna 1 jaar later hebben ze me gevonden. 'k Ben toen een paar maanden thuis geweest. Toen ben ik weer weggegaan. Ze hebben er zich bij neergelegd, denk ik. Ze zullen het ook wel erg vinden, dat geloof ik wel. Maar ik kan niet anders. Af en toe bel ik naar huis op.
Dat deze rommel slecht is? Ja, dat weet ik, dat hoeft U me echt niet te vertellen, Moet U m'n armen eens zien. Rode plekken, morgen zijn ze weer weg, over een paar dagen zijn ze er weer, Oud zal ik niet worden, misschien haal ik de 25, Dan ben ik dood ...
Dood...
M'n moeder zei vroeger altijd: "als je dood gaat, ga je naar de hemel." Nu, daar reken ik dan maar op. 't Lijkt me wel leuk, dan ben ik van een boel rottigheid af.
U denkt, dat ik niet naar de hemel ga? 0, U bedoelt: als ik zo doorga kom ik er niet. Ja maar, die verloren zoon dan uit de gelijkenis. Die haalde ook een boel smerigheid uit, maar toen hij terug ging naar zijn vader, stond die op hem te wachten. Of niet soms?
U denkt, dat dat niet zo maar gaat. Ja, dan moet ik me bekeren, zo heet dat toch? Misschien hebt U wel gelijk, Maar me bekeren, lijkt me erg moeilijk. 'k Ben dit leventje zo gewend.
Die vader van die verloren zoon, stond toch maar te wachten. Of niet soms? Zou die ook op mij wachten? Als ik een sanders zou willen, weer zou gaan bidden..., vroeger kon ik erg goed bidden, vooral als we kerkje speelden. U denkt, dat God wel helpen wil, als ik dat aan Hem vraag.
Ja, ik weet het niet, Ja, ik weet het dat ik eigenlijk rot leef, maar toch vind ik het wel leuk zo. Als U wist, waar ik het geld voor al die rommel vandaan haal, schrikt U helemaal. 'k Heb zo'n vierhonderd gulden in de week nodig, Maar kom, laten we het daar maar niet over hebben.
Och, 'k zou best met U willen doorpraten, maar ik moet nu weg. Bedankt voor die paar gulden. M'n adres? Neen, dat geef ik liever niet."

'k Zal aan dit verhaal maar niets toevoegen, Alleen dit: we maken ons druk over van alles en nog wat, over allerlei zaken, Denken we ook wel eens aan mensen?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief