Liturgische Formulieren (2)
1976-12-17
Het Avondmaalformulier- Jaargang 20
- nummer 49
In het gedeelte over de zelfbeproeving valt op, dat de lijst van zonden is weggelaten. Opmerkelijker echter is dat ook de zinsnede over het zich een oordeel eten en drinken is geschrapt! Hoewel dit toch een bijbels gegeven is, het syn. geref. formulier heeft het dan ook laten staan. Wellicht heeft hier een pastoraal motief mee gespeeld: het niet recht verstaan van deze woorden heeft immers al veel geestelijke schade aangericht.
Waar door heel dit vernieuwde formulier heen op lofwaardige wijze gestreefd wordt naar hedendaags Nederlands, valt te meer op dat het woord "nochtans" toch gehandhaafd is. Het gaat hier om de merkwaardige opeenstapeling uit het oude formulier: "nochtans, desniettegenstaande, overmits". In het vernieuwde formulier is dat geworden: "nochtans, omdat enz." Waarom nog niet een stap verder gegaan op de weg der vereenvoudiging en er van gemaakt: "Maar wanneer ons door de genade van de H. Geest deze gebreken van harte leed zijn..."
Soms betreur je het dat een bepaald gedeelte niet wat ingekort is en soms dat"een andere gedeelte wel ingekort is. Een voorbeeld van het eerste is het gebed voor de viering van het avondmaal. Dat is vrijwel ongewijzigd gebleven, wat met meer gebeden in deze formulieren het geval blijkt te zijn. Vermoedelijk omdat deze meegebeden en daarom hen vertrouwd geworden zijn. Toch is het te meegebeden en daarom hen vertrouwd geworden zijn. Toch is het te betreuren, dat daardoor de opeenstapeling van woorden onaangetast gelaten is, terwijl we toch de duidelijke waarschuwing van Jezus zelf hebben tegen omhaal van woorden bij ons bidden. (Matth. 6 : 7). Ik denk nu aan een zin als deze: "Wil onze verslagen harten (moeten die altijd verslagen zijn? P.) met zijn waarachtig lichaam en bloed, ja, met Hem, waarachtig God en mens, het enige hemelse Brood, door de kracht van uw H. Geest voeden en versterken."
Had dat nu niet vereenvoudigd kunnen worden tot de bede: "Wil ons met Zijn lichaam en bloed voeden en laven"? Daarentegen valt weer te betreuren de inkorting bij de parafrase van de instellingswoorden van Jezus. Ik vind dat toch wel een heel fijn stukje in het oude formulier. Het is bij deze vernieuwing van de Ik-toon overgebracht in de Hij-toon. Daar is wel wat voor te zeggen, maar ik mis nu toch wel de warmte van het persoonlijk aangesproken worden door de Heer: dat Ik voor u... daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven... mijn lichaam aan het kruishout in de dood geef.
Zoals in het formulier van de syn. geref. kerken is ook in dit formulier een verwijzing naar de Bruiloft des Lams ingelast. Het motief van de verwachting van Christus' wederkomst kwam in het oude formulier zeker niet tot zijn recht. Niemand zal willen zeggen, dat de zaak opgelost is door "ergens" een zinnetje over de Bruiloft des Lams in te voegen - men zou veel eer een heel nieuw formulier moeten schrijven, waar de blijde toekomstverwachting helemaal door heen speelt. een formulier getoonzet op het "Maranatha". Maar goed, alles kan niet ineens. We zijn hier al blij mee.
In de bekerformule mis ik de woorden: die wij dankzeggende zegenen, of in de N.V. van 1 Kor. 10: 16: waarover wij de dankzegging uitspreken.
De bedoeling van deze woorden is, dat bij het opheffen van deze beker de lof des HEREN werd uitgesproken. Maar al te vaak heeft de oude formulering de indruk gewekt, alsof de beker of de inhoud ervan gezegend werd - iets wat in hetzelfde formulier nu juist valt onder de zonden, die een obstakel zijn voor de viering van het avondmaal. Zelf spreek ik de bekerformule dan ook liefst zo uit: de beker der dankzegging, waarbij wij de naam des HEREN prijzen...
Ook het gebed na het avondmaal is verbeterd. Een constatering als: Gij hebt tot sterking van ons geloof het avondmaal laten instellen, hoort in een gebed niet thuis. Het is nu harmonisch in het gebed opgenomen: wij loven U om uw genade, dat Gij ons geeft een waarachtig geloof, waardoor wij Uw weldaden deelachtig worden en dat Gij tot sterking daarvan het avondmaal liet instellen.
Beter dan "loven" had ik hier "danken" gevonden, waarbij ik dan het "danken" uit de eerste regel van dit gebed vervangen had door "loven".
Ik zou liever God willen lóven voor het heerlijkste van al zijn weldaden ons bewezen: Jezus Christus, en Hem willen dánken voor de gaven van het geloof en van het avondmaal.
Hoezeer men kennelijk de gebeden heeft willen ontzien, blijkt uit de ongerepte staat van een lange, ingewikkelde zin als deze: "Wij bidden U, dat Gij door de werking van uw H. Geest de gedachtenis van onze Here Jezus Christus en de verkondiging van zijn dood ons tot dagelijks toenemen in het rechte geloof en in de zalige gemeenschap met Christus wilt doen strekken".
De enige verandering is dat "gedijen" is vervangen door "strekken". Waarom vastgehouden aan de moeilijke constructie: dat Gij dit en dat ons wilt doen strekken tot dagelijks toenemen in ons geloof? Dat kan toch eenvoudiger zo: " ...dat door uw H. Geest de gedachtenis van onze Here Jezus Christus en de verkondiging van zijn dood ons moge doen toenemen in het rechte geloof enz."
Het Korte Avondmaalformulier
Het valt te loven. dat de meeste kerken tegenwoordig een kort avondmaalsformulier in gebruik hebben naast het lange. oud of vernieuwd. Gemeenten. die twee maal op één zondag avondmaal vieren en anderen. die vaker dan 4 of 6 maar per jaar de tafel des Heren aanrichten. zijn hier zeer bij gebaat. In onze kerken worden de 2 korte formulieren van Rijswijk veel gebruikt. soms ook het korte formulier van de syn. geref. kerken. De korte formulieren van Rijswijk hebben een heel andere opzet dan het oude formulier. al valt op dat ook hier aan de gebeden weinig veranderd is. Persoonlijk acht ik het een nadeel van deze formulieren. dat ze een aaneenrijging van teksten bieden. Het tweede formulier wordt trouwens veel minder door het bezwaar gedrukt dan het eerste.
Het lijkt vreemd om daar kwaad van te zeggen. Toch meen ik. dat een aaneenrijging van teksten nog geen preek is en ook nog geen belijdenisformulier is, maar ook nog geen liturgisch formulier. Daarom mag ik graag gebruik maken van het syn. geref. korte formulier -- wat dan weer gedrukt wordt door het niet kunnen meelezen van het formulier door de gemeente. Maar nu kunnen we ook het chr. geref. korte formulier gebruiken. Het volgt de lijn van het oude formulier. Het heeft een andere lofprijzing na het avondmaal, bestaande uit enkele passende gedeelten uit Ef. 2 en 3, terwijl de viering wordt besloten met het gebed des Heren. wat beter is dan het weinig zeggende slotgebed van het 'oude formulier.
Wat ál te rigoureus is er in het oude formulier geknipt. als er in dit korte formulier al heel weinig overblijft van wat wel het mooiste stuk is van het formulier, wat nl. volgt op: laat ons nu ook overdenken waartoe ons de Here Jezus het avondmaal heeft ingesteld. Van heel dit aangrijpende stuk over "de vrolijke ruil" (Luther) tussen Christus en ons ("Hij gebonden om ons te ontbinden enz.") is niets meer over dan: Hij heeft voor ons die de eeuwige dood verdiend hadden, willen lijden en sterven.
Niets van de vrijspraak door zijn verzoenend sterven voor ons. Dat maakt dit formulier vlak en arm. Het syn. geref. formulier heeft bij alle inkorting juist dit gedeelte "gespaard". Daarom blijf ik toch liever dat formulier gebruiken dan over te stappen op het chr. geref. formulier.
Het Formulier voor Openbare Geloofsbelijdenis
Dit formulier verschilt in de gestelde vragen niet veel van wat onder ons gebruikelijk is. Toch is er één verschil. dat wel zo essentieel is. dat ik dit formulier niet spoedig zou gebruiken'.
Verbond en doop komen er nl. niet in voor. Precies hetzelfde formulier zou gebruikt kunnen worden als een ongedoopte belijdenis zou doen. De onder ons gebruikte vragen noemen verbond en doop in de 3e belijdenisvraag: gelooft gij Gods verbondsbelofte, u in uw doop betekend en verzegeld? Een dergelijke vraag ontbreekt ten enenmale in het chr. geref. formulier. Zeer fraai vind ik het belijdenisformulier van de syn. geref. kerken (maar ik weet niet in hoeverre dit formulier nog wel overal metterdaad gebruikt wordt).
Aan de vragen gaat in dit formulier een brede inleiding vooraf, die duidelijk uitgaat van verbond en doop. Luistert u maar: "Als gemeente van de Here Jezus Christus mogen wij met onze kinderen leven in het verbond van Gods genade. Dit verbond wil de Drie-enige God, Vader, Zoon en H. Geest ons in de Doop bezegelen en bekrachtigen.
Hij neemt ons aan tot Zijn kinderen en erfgenamen, rekent ons in het bloed van Jezus Christus onze zonden niet meer toe. en vernieuwt en herschept ons door zijn H. Geest.
Tevens roept Hij ons in deze heilige gemeenschap Hem als onze God te erkenen, zijn Naam voor de wereld te belijden, en aan het Avondmaal de dood van onze Heiland te verkondigen, totdat Hij komt." Hier wordt dus een beknopte samenvatting gegeven van het doopformulier en een overgang gemaakt naar belijdenis en avondmaal.
Dan gaat het verder: "Tot onze vreugde heeft Hij aan enige broeders en zusters in het hart gegeven, dit heil des verbonds te aanvaarden en naar de eis van dit verbond te leven. Zij begeren in uw midden openlijk belijdenis te doen van de Naam, waarin zij gedoopt werden. en in hun geloof gesterkt te worden door het gebruik van het Avondmaal".
Daarna worden de vragen gesteld. Hier wordt duidelijk gesteld, waar deze jonge belijders vandaan komen: niet maar "ergens" uit de wereld, maar uit het verbond, gedoopt en wel, geen vreemden voor en in de gemeente, maar reeds lang daartoe behorende. In het chr. geref. formulier wordt dat helaas op geen enkele wijze duidelijk.
Ook miste ik na het ja-woord de bevestigingstekst uit 1 Petr. 5: 10 en 11. Lijkt dit niet wat op de herv. praktijk van "aanneming" in plaats van "bevestiging"? Toch kan ik me moeilijk indenken. dat de chr. geref. broeders bewust hier de achtergrond van verbond en doop hebben ge~ elimineerd. Hopelijk blijft dit formulier niet lang in gebruik.
De Bevestigingsformulieren
Hoewel het belijdenisformulier in feite ook een bevestigingsformulier is, denk ik nu speciaal aan de formulieren ter bevestiging van ambtsdragers en van gehuwden.
In de formulieren voor bevestiging van ambtsdragers heeft men zich aangesloten bij de herziene syn. geref. formulieren, zij het met aanzienlijke bekorting, wat alleen maar gunstig genoemd kan worden. De toespraken tot dé bevestigden zijn vervallen, slechts wordt nog de gemeente opgewekt de broeders te willen ontvangen. Ook het gebed is bekort. Van deze formulieren is niet dan goeds te zeggen; ze worden ook als ik me niet vergis hier en daar onder ons al ijverig gebruikt.
Wat het huwelijksformulier betreft: het is interessant dit te leggen naast het syn. geref. formulier, waarmee het sterk overeenkomt. Toch zijn er verschillen.
Het zal niemand verbazen, dat het chr. geref. formulier de tekst uit Ef. 5 over de onderdanigheid van de vrouw aan haar man letterlijk volgt, terwijl het syn. geref. formulier slechts spreekt van: verbonden zijn aan haar man. gelijk de gemeente aan Christus. Het wekt echter wel verbazing. dat het syn. geref. formulier gehoorzaamheid vergt van de vrouw. terwijl het chr. geref. formulier niet verder gaat dan de vrouw het volgen van haar man af te vergen. Verder klinkt het chr. geref. formulier vreugdevoller dan de oude en ook dan het syn. geref. formulier. Ik denk aan een zin als deze. en zo zijn er meer: "De gemeenschap voor heel het leven mag een vreugde zijn. waarin man en vrouw liefde en trouw. hulp en toewijding van elkaar ontvangen". Er kan zelfs gezegd worden. dat op een bepaald moment het chr. geref. formulier meer dan het syn. geref. tegemoet komt aan de huidige maatschappelijke positie van de vrouw. ook de gehuwde vrouw. terwijl nl. in het laatstgenoemde formulier alleen de man gewezen wordt op zijn "verantwoordelijkheid tegenover de samenleving en haar noden. in kerk en maatschappij" - worden in het chr. geref. formulier beiden tezamen op hun verantwoordelijkheid gewezen. wat een duidelijke verbetering is...
Het boekje Liturgische Formulieren
bevat verder nog enige formulieren van de afsnijding van de gemeente en van de wederopname in de gemeente. waar ik nu verder niet op inga. De formulieren. die onder ons het meest gebruikt worden. zijn hiermee nu wel besproken. Nogmaals wil ik predikanten en kerkenraden gaarne kennisname en waar mogelijk beproevend gebruik van deze formulieren aanbevelen. Het boekje heeft een handig formaat. zo in zak -of damestasje mee te nemen. en is een uitgave van D. J. van Drummen, Statenplein 53, Dordrecht. Giro 37982.
Prijs f 3.20 en bij 20 ex. en meer f 2.60.