Omgaan met psychische nood
2005-01-28
Vorig najaar werd in Opbouw (48/19 en 48/20) een aantal complexe pastorale situaties beschreven. Ook werden signalen in gedrag en taalgebruik van mensen genoemd die kunnen wijzen op onderliggende spanningen.- Jaargang 49
- nummer 2
Nu volgt het derde en laatste deel uit deze serie.
Christen ben je niet alleen. Er is dus altijd sprake is van relaties. Het boek ‘Helen door te delen’ noemt als kenmerken van een goede relatie o.a.:
- (toestaan van) nabijheid,
- openheid (ook open staan voor kritiek),
- kwetsbaarheid (je zwakke en zondige kanten durven vertellen en bereid zijn je mening ter discussie te stellen),
- trouw (elkaar door alles heen vast kunnen houden) en
- wederkerigheid in de relatie (geven en nemen).
In ongezonde relaties wordt nabijheid als bedreigend ervaren, er is geen openheid naar elkaar toe, er is geen trouw, geen wederkerigheid. Er wordt veel geoordeeld, slecht naar elkaar geluisterd, er is geen geven en nemen.
In bijbelse termen kun je zeggen dat de ootmoed ontbreekt.
Gebrokenheid
Soms denken we dat binnen de christelijke gemeente iedereen goed met elkaar op moet kunnen schieten. De praktijk is weerbarstiger. Er zijn gemeenteleden die veel van hun omgeving vragen, zó veel dat het geduld soms op raakt. Wat moet je als ambtsdrager met iemand die iedere maand een bezwaarschrift aan de kerkenraad stuurt? Hoe ga je om met iemand die – hoezeer je je ook inspant - toch vindt dat je te weinig aandacht aan haar besteedt? Op welke manier geef je vorm aan een contact met twee gemeenteleden die in haat met elkaar leven en die beiden van jou als ambtsdrager eisen dat je partij kiest?
Moeilijke mensen?
Er wordt wel eens gezegd dat moeilijke mensen niet bestaan, maar worden ervaren. Op zichzelf is dat een sympathieke redenering. Het geeft aan dat problemen in de relatie wederkerig zijn. Ik ervaar iemand als moeilijk, maar dat houdt dus verband met mijzelf. Psycholoog Jacques Heijkoop spreekt in dat verband consequent van vastgelopen mensen. Hij weigert te spreken in diagnoses als een ‘borderliner’, een ‘autist’, een ‘schizofreen’ omdat dat de werkelijkheid reduceert. Het probleem ligt niet alleen bij de ander, maar ook in de moeite van jou in relatie tot die persoon (Les Parrott). Het gezamenlijk perspectief ontbreekt, waardoor alle aandacht wordt gericht op de problemen die er zijn.
Toch kan anderzijds niet ontkend worden dat er gemeenteleden zijn die een buitengewoon grote inspanning van (o.a.) de ambtsdragers vragen.
'Ook al gaat het om een relatief gering aantal mensen, ze spelen soms toch een grote rol in de gemeente en in het pastoraat. Ze hebben iets ongrijpbaars; we raken bijvoorbeeld voortdurend met hen in conflict of we worden steeds door hen geclaimd.
Het is daarom in het pastoraat toch van belang dat we deze situaties herkennen' (Geluk en Schoonhoven).
Enige kennis van bepaalde psychiatrische beelden kan ons helpen om een persoon beter te begrijpen. Het mag echter niet het uitgangspunt zijn van waaruit we binnen de gemeente naar elkaar kijken. Iemand is méér dan een bepaald ziektebeeld, hij is een unieke – door God gewilde - persoon met een eigen levensgeschiedenis.
Belastende contacten
Als iemand vaak ruzie heeft of veel aandacht vraagt ervaren we het pastoraat als lastig. Daardoor zien we de achterliggende psychische nood vaak over het hoofd. Wie niet lekker in zijn vel zit heeft ook moeite met de omgang met anderen. Daarnaast kennen we in het pastoraat mensen die in hun leven psychische verwondingen hebben opgelopen die zich anders uiten, misschien soms juist bij de stille gemeenteleden.
Wat maakt nu dat bepaalde contacten als belastend worden ervaren? Dr. J. van der Wal heeft een aantal aspecten genoemd die hierbij een rol spelen.
a) het maakt mensen onzeker: wat kun je zeggen en wat niet?
b) het contact loopt vaak moeizaam, er is weinig sprake van wederkerigheid c) psychische nood schrikt ons af: het confronteert ons met de gebrokenheid van het leven en met onze eigen gevoelens van machteloosheid.
Wat heb je nodig om als bezoekend ambtsdrager of gemeentelid moeilijke contacten vol te houden? Moet iedereen nu maar een professionele opleiding volgen? In een aantal kerken krijgen ‘bezoekteams’ ondersteuning, zodat ze beter toegerust hun werk in de gemeente kunnen doen. Dit is zondermeer een goed initiatief dat navolging verdient. Het is belangrijk om zicht te krijgen op bepaalde pastorale situaties, op je eigen rol daarin én om ervaringen te kunnen delen met anderen.
Aandachtspunten
Tenslotte volgen nog enkele aandachtspunten voor het pastorale contact in moeilijke situaties (voor een deel ontleend aan een bijdrage van dr. J. van der Wal):
- Een ambtsdrager is geen therapeut.
Je bent niet degene die iemand beter maakt.
- Ken je zelf! Wees alert op valkuilen in je eigen functioneren. Wat zijn jouw allergieën? Met welk gedrag kun je moeilijk omgaan? Als iemand zich hulpeloos opstelt, heb je dan de neiging om de redder te gaan spelen? Hoe ga je om met kritiek die iemand uit?
- Wees alert op eigen gevoelens van machteloosheid. Machteloosheid slaat gemakkelijk om in woede en later in schuldgevoelens (het zgn.
rad van depressieve interactie). Wie in het pastoraat vaak in zo’n vicieuze cirkel terecht komt loopt een groot risico op een ‘burnout’.
- Je kunt als bezoekend gemeentelid opzien tegen een bepaald contact.
Voordat je het weet stel je bezoeken uit. Je gaat iemand vermijden, maar daarmee verhoog je de drempel en ook je eigen schuldgevoel. Probeer trouw te zijn in het contact, maar ga er niet te verkrampt mee om.
- Bewaar voldoende afstand om niet zelf meegezogen te worden in de problematiek. Stel niet al te persoonlijke vragen. Bovendien is een te grote mate van nabijheid voor vastgelopen mensen vaak bedreigend.
- Geef de persoon geen opdrachten mee die hij niet aan kan. Als iemand bijvoorbeeld erg depressief is moet je niet zeggen dat het toch wel mee valt, want de zomer komt er weer aan. Ook kun je van zo iemand in de diepte van een depressie niet vragen om zelf te bidden voor genezing, daarvoor is de put te diep. De verantwoordelijkheid van het gebed ligt dan bij anderen.
- Ook moeizame contacten kennen positieve en zegenrijke momenten.
- Zorg voldoende voor jezelf. Als je psychische accu leeg raakt heb je een periode van opladen nodig. Het is belangrijk om op de eigen lichaamssignalen te letten (vermoeidheid, slecht slapen enz.). Wat werkt voor jou als bezoekend gemeentelid goed om de accu te vullen?
- Veel ambtsdragers gaan tegenwoordig alleen op pad. Bij intensieve contacten kan zo’n contact teveel van je vragen. Neem de last niet alleen op je. Zorg - binnen de context van het ambtsgeheim - voor anderen met wie je de zwaarte van het bezoekwerk kunt delen.
- Steek niet alleen energie in intensieve contacten. Na een moeilijk bezoek kan het enorm verrijkend zijn om eens een ‘gewoon’ bezoek te brengen aan iemand uit je wijk.
- Geef je eigen grenzen aan. Wat kun je wel en wat kun je niet? Welk gedrag kun je accepteren en waar gaat de ander een grens over?
| Regelmatig werd de ouderling ’s avonds laat opgebeld door een zuster in de gemeente. Ze begon dan haar nood te klagen, maar dat eindigde niet zelden met het schelden op de ambtsdragers. De ouderling begreep dat deze zuster in nood verkeerde, en luisterde zoveel mogelijk naar haar verhaal. Na zo’n gesprek kon hij ’s nachts slecht slapen.Na een aantal maanden merkte hij dat hij emotioneel niet meer tegen deze telefoongesprekken opgewassen was. Na een contact met een hulpverlener besloot hij om duidelijk bij deze zuster aan te geven dat hij ’s avonds na 9 uur de telefoon niet meer op kon nemen. Ook gaf hij bij haar aan dat ze het niet eens hoefde te zijn met de kerkenraad, maar dat hij het niet meer zou accepteren als ze weer zou gaan schelden. |
Gaven in de gemeente
De gebrokenheid van deze wereld dringt ook door de muren van de kerk naar binnen. Dat zien we o.a. aan de vele fysiek en emotioneel beschadigde mensen binnen de kerkelijke gemeente. Aan de andere kant mogen we ook dankbaar zijn als gekwetste mensen nog een kerkelijk onderdak kunnen vinden. Daartoe heeft God mensen in de gemeente gaven gegeven om elkaar toe te rusten tot dienstbetoon, in praktisch, emotioneel en pastoraal opzicht.
Geciteerde literatuur:
C.G. Geluk en R. Schoonhoven: Helen door te delen (Boekencentrum, 1999) Jacques Heijkoop: Vastgelopen (Nelissen, 1995) Les Parrott: Moeilijke mensen (Gideon, 2000) J. van der Wal: Psychische nood (Groen, 1998)