De kerk
2012-07-28
Welke kant gaat het op met de kerk?- Jaargang 56
- nummer 15
Daar kun je verschillend over denken.
In De Reformatie van 29 juni sluit Ad de Bruijne aan bij een recent boek (Oefenplaatsen van Herman Paul en Bart Wallet), waarin beschreven wordt dat er een ‘wending naar de kerk’ gaande is. De Bruijne meent dat deze beweging helemaal niet zo nieuw is:
In een voorhoede van westerse christenen zien wij vandaag een ‘wending naar de kerk’. Christenen waren eeuwenlang gewend aan een min of meer christelijke samenleving. Die ondersteunde christelijke waarden en praktijken en bood een natuurlijk platform voor christelijke maatschappelijke actie. Die situatie is voorbij.
De vroegere gewenning bewerkt dat wij nu zomaar met de samenleving mee seculariseren. Het is moeilijk om daarbinnen vast te houden aan de stijl van Gods koninkrijk, en ook om die samenleving positief te beïnvloeden.
De ‘wending naar de kerk’ zoekt daarvoor een alternatief. Zij verwortelt het christelijke leven nadrukkelijk in de kerk, als nieuwe samenleving van de toekomst die rond Jezus ontstaat.
Daar wordt met vallen en opstaan een gemeenschap van liefde ingeoefend, die gastvrij openstaat naar de omringende wereld.
Opmerkelijk, zeker voor christenen van ‘vrijgemaakte’ herkomst. Zo’n wending naar de kerk vond in hun traditie namelijk al eerder plaats, in het midden van de 20e eeuw, rond Klaas Schilder. () De vroege vrijgemaakten voorvoelden de breuk in de westerse cultuur en speelden daarop in.
De Vrijmaking als een eerste ritseling van het postmoderne levensgevoel?
Weliswaar, zoals De Bruijne erkent, bedorven door de debatten rond ware en valse kerk en door de ondertoon van hoogmoed daarin. Begrijpelijk dat velen zich uiteindelijk gefrustreerd van dat kerkisme afkeerden. Maar daarmee verloor men ook het besef dat de kerk voor christenen juist in een postmoderne wereld des te fundamenteler wordt.
Aardig detail: dit nummer van De Reformatie is in elk geval niet kerkelijk eenkennig. Er staan artikelen in van een hersteld hervormde, een christelijke-gereformeerde en een Nederlands-gereformeerde auteur (ds. Kleingeld). Wellicht dat sommigen ook dat zullen duiden als postmodern...
Over hetzelfde onderwerp schrijft in het Christelijke Weekblad (ook van 29 juni) Jan van Butselaar. In het recente verleden, zegt hij, werd de kerk nog wel gewaardeerd, niet zozeer vanwege de boodschap van heil, maar vanwege haar maatschappelijke inzet, voor armen, voor hongerigen, voor wees en weduwe. () Vandaag lijkt ook aan dat soort waardering een eind gekomen te zijn. De kerk lijkt uit beeld, met een plof achter de horizon van het maatschappelijk leven te zijn verdwenen. () In de samenleving zal ze als onbekende grootheid, steeds meer als bizar worden gezien. Het is wat je noemt echt gezichtsverlies. Punt is of dat erg is. Het is natuurlijk erg dat zo veel mensen in onze cultuur geen weet meer hebben van God en gebod. Niet zozeer voor de rol van de kerk, maar voor hun eigen welzijn. Het is triest te constateren dat de tijd dat ‘alle knie zich zal buigen’ voor die éne naam, bij ons verder weg lijkt dan ooit. Dat is duidelijk.
Tegelijk denk ik dat het een tijd voor nieuwe kansen is. Lange tijd hebben we in de zonde van het institutionalisme geleefd, ik bedoel dat steeds meer het idee opgeld deed dat ‘kerk’ het landelijk verband was, met zijn bureaucratie, ambtenaren en rapporten.
Dat was kerk. Vandaag is ze dat niet meer. ’t Is mooi dat er een landelijk verband is, maar de kerk, dat is waar mensen die bij Jezus horen, samenkomen.
Het wordt weer kerk waar gezongen, gebeden, geluisterd wordt. Veel mensen die zich hebben geërgerd aan de al dan niet vermeende arrogantie van ‘de kerk’ verliezen nu hun schuurpaal. De kerk zijn een paar oude vrouwtjes, een paar jonge moeders van de kindernevendienst, een verdwaalde jongere die het wel eens wil meemaken. Kerk wordt weer kerk, kerk wordt weer gemeenschap, kerk wordt steeds meer: geloven, en dat niet in mensen of in machthebbers.
De kerk is achter de horizon verdwenen.
Ze is vervangen door duizend sterren die stralen in de nacht.
Het verschil tussen De Bruijne en Van Butselaar is niet zo groot. Een postmoderne kerk zal het immers niet zoeken in het institutionele, maar juist in de mensen die samen de kerk vormen. En dan niet om een normatieve moraalgemeenschap te zijn, maar een geloofsgemeenschap.
Een kerk die er is, niet om zichzelf in stand te houden, maar voor anderen, voor hoeren en tollenaars en alle moderne equivalenten daarvan.
Een kerk die de gestalte van haar Heer weerspiegelt. Van Hem die sprak: ‘Komt tot Mij.’ Nee, niet allen die alles op een rij hebben en op wie niets aan te merken valt, maar allen die vermoeid en belast zijn. Wie goed om zich heen kijkt, ziet in onze tijd ongelooflijk veel vermoeide en belaste mensen.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK van Enschede.