JEREMIA
1976-10-22
Begrip- Jaargang 20
- nummer 41
Alls de mensen die op de wegen van de dood lopen, ons werkelijk ter harte gaan, zullen we hen van die wegen moeten wegroepen in plaats van alleen maar begrip te tonen voor het feit dat ze er lopen.
Als regel willen ze ons dat niet in dank afnemen. Mensen willen doorgaans niet meer dan dat er begrip wordt opgebracht voor hun manier van leven en handelen. Dat is voor hen een stuik zelfbevestiging.
En een oproep tot bekering verwerpen ze doorgaans als een bewijs van liefdeloosheid, van onverdraagzaamheid, van wanbegrip.
Maar dat is het nu juist. Als de HERE zijn volk oproept zich niet te gewennen aan de wegen der heidense volken omdat hun goden niets waard zijn, dan ,is dat bij Hem geen uiting van liefdeloosheid, maar juist van liefde, Dan zit er bij Hem geen onbegrip achter, maar juist een begrip dat dat van Israël en de heidenen ver overtreft. Israël en de heidenen hebben helemaal niet door dat hun weg fataal is. Daar zijn ze blind voor. Maar de HERE blijft bij zijn beoordeling van de afgoden en van wat zij te bieden hebben, niet tegen de buitenkant aankijken.
Hij kijkt dwars door hen heen en signaleert hun innerlijke voosheid.
Majesteit
In Jer. 10: 10-16 geeft Jahweh tegenover de onmacht van de afgoden een tekening van Zichzelf in al zijn majesteitelijke luister.
Hij is waardijk God. De afgoden niet. Zij zijn niet meer dan een stuk hout en een produkt van menselijke vaardigheid. Maar Jahweh is geen produkt van mensenhanden, geen projectie van de menselijke geest. Hij is echt God.
Hij is ook de levende God. Dat ook weer in tegenstelling tot de afgoden.
Die zijn zo dood als vogelverschrikkers.
En Hij is ook Koning, Voor eeuwig.
Niets en niemand kan Hem zijn koningschap ontnemen.
Voor zijn toom beeft de aarde. De volken kunnen zijn gramschap niet verdragen. Die toorn en gramschap zijn ook levensgrote realiteiten.
Ze zullen onverdraaglijk blijken te zijn voor allen die weigeren de wegen der volken te verlaten en zich van de afgoden af te keren.
Die toorn van God is niet iets dat we in het Oude Testament kunnen opsluiten. Ook het boek Openbaringen geeft een beeld van de oordelen van God. die de wereld treffen vanwege de ongerechtigheden.
Het zijn zware oordelen. Zo zwaar, dat de mensen soms op hun tongen kauwen van pijn en met verbeten, verbitterde gezichten rondlopen (Openb. 16 : 9, 11, 21). En ondanks die oordelen bekeren ze zich toch niet van hun werken (Openb. 16: 9, 11). In Openb. 9 : 20, 21 vinden we dezelfde samenhang. Daar worden die werken bovendien gespecificeerde: het aanbidden van boze geesten en van alle mogelijke soorten afgoden, moorden, roverijen, hoererij en dieverijen. Vanwege die dingen breken Gods oordelen los over de wereld.
Actueel
Het zal u al opgevallen zijn, hoe actueel de profetieën van Jeremia nog zijn. Alles wat in Openb. genoemd wordt als zonden van de mensen uit de periode tot Christus wederkomst, vinden we ook in de tijd van Jeremia bij Juda en Jeruzalem. En vandaag zitten we er volop in.
We beleven in onze dagen b.v. een opbloei van de toverij, van witte en zwarte magie, van waarzegge rij en astrologie. Het aanbidden van boze geesten is niet alleen maar iets uit de middeleeuwen, maar gebeurt ook vandaag. Misschien hebt u wel eens gehoord van de Satanskerk, waarvan ook een afdeling bestaat in Amsterdam.
Daar vindt een eredienst plaats voor de satan, gepaard met allerlei occulte praktijken, Over geweld en diefstal en hoererij leest u dagelijks in de krant en de t.v, staat er bol van: Om een enkel voorbeeld te noemen: het bekende weekblad The Times onthulde in een artikel over Portugal, dat het meest kenmerkende verschijnsel kort na de staatsgreep bestond in het vrijkomen van een enorme stroom pornografie. De revolutie in Portugal ging in sex gekleed, of liever: ongekleed. Dergelijke dingen kunnen alleen maar het oordeel van de HERE aan trekken. En als Hij in actie komt, zijn alle afgoden machteloos.
Dan gaan ze af.
Boerenprotest
In 1974 zijn de Nederlandse hoeren nogal roerig geweest. Ze hebben verschillende acties gevoerd waarbij ze met hun tractoren en landbouwmachines 'n vuist maaktenen wegen blokkeerden. Op die manier eisten ze een groter aandeel in de welvaart. Het gaat hier niet om de vraag of hun omstandigheden al of niet verbetering behoefden. Het gaat er hier om dat ze dachten die verbeteringen wel even te kunnen afdwingen met behulp van hun tractoren.
En toen liet de Here het regenen en regenen (vgl. Jer. 10: 13). Hij liet het zo regenen dat de boeren wanhopig werden en niet meer wisten hoe het moest (vs. 14). En ook de afgoden stonden toen machteloos (vs. 15). De techniek, die moderne afgod, bleek niets te kunnen beginnen. Al die prachtige landbouwmachines en tractoren, waarmee men in de acties had gedacht verbeteringen te kunnen afdwingen, zakken weg in de modder en de blubber. Ze waren waardeloos.
Zo gaat het met de afgoden en met hen die erop vertrouwen, als de HERE in actie komt. En je vraagt je af: als men nu eens tot de HERE gebeden had in plaats van te proberen verbeteringen af dwingen met behulp van de afgod der techniek, zou het dan niet heel anders gegaan zijn? Je kunt alleen maar hopen dat zulke ervaringen de mensen nog tot het inzicht brengen, dat Jahweh de enige, levende God is.