Geestelijk welzijn
1976-11-05
Het is een goed teken als iemand er bepaalde liefhebberijen op nahoudt. Behalve het gewone werk waartoe we krachtens ambt of beroep verplicht zijn, is er nog van allerlei dat we ter hand nemen in onze zogenaamde vrije tijd.- Jaargang 20
- nummer 43
De een is een natuurliefhebber en scharrelt wat in zijn tuintje. Een ander verzamelt postzegels en kan er uren mee bezig zijn. Een derde houdt van vissen of schaken.
Weer een ander is dol op lezen.
Bij mensen die zich in hun vrije tijd vervelen, schort er iets aan hun mentaliteit. Als kinderen bij ons komen met hun: ik weet niet wat ik doen zal; als ze nergens zin in hebben als ze uit zichzelf geen bezigheden zoeken; als ze een karweitje beginnen en nog maar nauwelijks begonnen het weer neerleggen, hapert er iets aan.
We moeten een hobby, een vermaak hebben. We moeten ergens vreugde in vinden. Dat is gezond.
Een mens, wiens beroepsbezigheid soms zeer inspannend kan zijn, heeft ontspanning nodig en vindt die ontspanning juist in z'n liefhebberijen.
Op de nieuwe aarde zal de taak van de volmaakt verloste mens enkel 'liefhebberij' zijn: het zich verlustigen in het werk zijner handen.
In de vernieuwde scheppingswereld zal de van alle zonde en zondegevolgen verloste mens blijdschap vinden, blijdschap in de Here, blijdschap in zijn werk.
Het beginsel van die eeuwige vreugde mag ieder kind van God reeds nu in zijn hart gevoelen ..
Het is de opstanding van de nieuwe mens, welke onze Catechismus aldus omschrijft: Het is een hartelijke vreugde in God en lust en liefde, om naar de wil van God in alle goede werken te leven.
Het is de 'liefhebberij' van de Geestelijke mens. Het is de uiting van zijn Geestelijk welzijn. Het is die geestelijke blijdschap, welke hem te midden van aardse zorgen en moeiten doet staande blijven; welke hem boven zijn tegenslagen en teleurstellingen uit heft; welke hem onder alle droefenis en vervolgingen goede moed doet houden en kracht geeft om ook het kruis achter Christus vrolijk te kunnen dragen.
Waar die vreugde in God, die blijdschap in de Heer ontbreekt, daar is het geestelijk welzijn niet in orde. Geestelijk gezond is ieder mens, die belijdt: Gods liefde dient heeft mij nog nooit verdroten.