Afstand
1983-09-23
Ze stonden wat onwennig en aarzelend in de hall van de kerkzaal, twee jonge mensen; nogal een "hippe toestand". Met die omschrijving ben ik, wat hel gebruik van woorden betreft, al weer ouderwets, maar de ontwikkeling van de taal is ook niet meer bij te houden. Ze vroegen mij, of de plaatsen vrij waren en die vraag confronteert je met een onduldbare situatie. Uiteraard zijn in de kerk de plaatsen vrij, maar niet overal wordt dit erkend. Ze zeiden: "Het is bij ons in de kerk niet fijn" en daarom wilden ze het eens ergens anders proberen. Waarom het niet fijn was, vroeg ik en ze zeiden: "De afstand is zo groot". Ze bedoelden de afstand tussen de preekstoel en de kerkbanken en de afstandelijkheid tussen de mensen onderling. Die klacht over de afstand kom je vaker tegen. Je krijgt de indruk, dat vooral jongeren alles in de kerk dichtbij willen hebben, zodat ze er bij kunnen. Waarom zouden we niet letten op die signalen? Er zijn taaie tradities, waarmee we zonder bezwaar kunnen breken. Zoals bijvoorbeeld de gewoonte, dat de dominee zich verbergt in de consistorie, voor en na de dienst. Voor de dienst begint, weet vrijwel niemand in de kerk "of hij er is" en wie er is. Na de dienst vlucht hij, via een achterdeur, weg. Ik weet wel waarom en ik kan het goed begrijpen. Vaak zou ik dat ook het liefste doen. In het buitenland krijgt iedere kerkganger na de dienst een hand van de dominee. Deze gewoonte lijkt me aan te bevelen. Waarom komt de kerkeraad op het laatste moment de kerk binnen, in gesloten gelid? Vroeger had je nog't zwarte pak, gelukkig dat dit in de kast blijft - maar er is nog steeds geen goed argument aan te voeren voor het in formatie binnentreden van de raad der kerk. Want we hebben in onze samenkomsten niet te maken met een rechtbank of een Hof, noch ook met een academische senaat die met waardigheidshabijt moet binnenschrijden, waarmee de aanvang van de zitting wordt aangeduid, maar wij hebben een onderlinge samenkomst, waarin we als gelijken, als broers en zussen samen feestvieren of samen bedroefd zijn onder de klank van Gods stem. Ook de preek kan afstand scheppen.- Jaargang 27
- nummer 35
Indertijd werd al maar weer betoogd, dat preken was: "ambtelijk spreken" en dat in de preek geen plaats mocht zijn voor een persoonlijk woord; iets waarin je jezelf blootgaf. En we moeten inderdaad niet terug hebben het gejammer van de prediker over zijn zielsverzoekingen en zijn strijd.
Maar toch mag iets daarvan wat mij betreft terugkeren. Ik hoorde deze zomer in Völs bij Innsbruck een preek van iemand, die als hoogleraar was aangekondigd.
Midden in de preek zei hij, naar aanleiding van z'n tekst, dat ook hij graag er onderuit zou willen. Het ging over de radicale eis inzake het volgen van de Here Jezus. Zo'n bewogen zinsnede maakt, dat je naast die man komt te staan; er is geen afstand meer.
Je zou na de dienst een uur met hem willen wandelen en praten met die vriend, die broeder.