Pluralisme in de Kerk

1983-10-07
  • Jaargang 27
  • nummer 37
Inleiding
Wie het kerkelijk leven in onze tijd vergelijkt met de kerk van 25 of 50 jaar geleden wordt getroffen door een andere atmosfeer. Vandaag kiezen vele mensen in toenemende mate voor een gemeente, niet zozeer omdat dat de kerk is waar je toe behoort, maar meer omdat dit de gemeente is die mij hier en nu aanspreekt.

Daar gaat een andere ontwikkeling mee gepaard nl. dat gemeenten uiteen groeien. Was het vroeger zó dat alle plaatselijke gemeenten, haast als afdelingen van dat éne grote landelijke kerkverband een gelijk karakter droegen door één uniforme Kerkenordening, landelijk vastgestelde liturgreen en vaste tradities, vandaag verandert dat zienderoog. Vroeger was het mogelijk om haast met gesloten ogen vast te stellen in welke kerk men was beland - of om bij het luisteren naar de radio feilloos aan te geven tot welke kerk deze dominee behoorde, vandaag is dat onmogelijk. Er zijn per gemeente en per predikant grote verschillen in één kerkverband en grote overeenkomsten dwars door verschillende kerkverbanden heen.
Men zegt wel dat zich vandaag nieuwe stroomgebieden gaan vormen in de brede delta van ons kerkelijk leven. Waar vroeger de tegenstelling lag tussen Rooms-katholiek en Protestant, vormen zich vandaag stroomgebieden die te onderscheiden zijn met benamingen als oecumenisch tegenover evangelisch, Maar alleen al het woordstroomgebied wijst op een verandering. Het is niet meer aan één kerkverband vastgehecht - er is veelkleurigheid gekomen waar vroeger eenstemmigheid en soms ook eentonigheid was. De vraag waarmee ik mij in dit artikel bezighoudt is: in hoeverre is die pluraliteit in de kerk in brede zin nu goed en waar is zij kwaad?
Hoe moeten wij ons in deze ontwikkeling oriënteren? Wat zegt de Schrift over dit onderwerp wat vandaag genoemd wordt: pluralisme in de Kerk!?

Kerk en Samenleving
Allereerst beginnen wij met een constatering. De constatering is deze dat de vorm en structuur van de kerk altijd nauw samenhangt met de vormen en structuren van de samenleving. In de middeleeuwse samenleving lijken de structuren van de door de Paus geregeerde kerk sterk op die door adel en keizer geregeerde staat.
Na de reformatie is er in ons land een kerkenorde gekomen waar niet alleen de Latijnse namen, maar ook de "bestuurslichamen" van de kerk sterk leken op de structuren van de bestuursvormen van de zeven provinciën. Als het eigene van de gemeente van Christus en haar uniekheid maar genoeg benadrukt wordt is dat niet erg, misschien zelfs voor de hand liggend of soms onvermijdelijk. Vandaag is onze samenleving pluralistisch, De moderne samenleving is door de toenemende arbeidsdeling - ieder werkt aan zijn eigen specialisme - en door de stijl van wonen heel erg gedifferentieerd. Dit laatste is een moeilijk woord voor: in 1000 eilandjes uiteen gevallen.
De eenheid van het leven in al zijn geledingen van werken en wonen en spelen zijn verdwenen om plaats te maken voor talloos veel samenlevingsverbanden en wijk- of wooneenheden.
Dezelfde man die 's morgens ontbijt met één groep mensen, werkt overdag met een andere groep mensen en speelt 's avonds volleybal met een derde groep mensen, maar deze groepen zijn elkaar geheel onbekend. Als hij zondags naar de kerk gaat ontmoet hij daar een vierde groep mensen die op zijn minst aan twee van de vori genoemden geen enkele kennis hebben. Al deze groepen en verbanden hebben hun eigen interesses en laten zich niet in een groter verband inordenen. Dat heet nu pluralisme in de samenleving.
Het gevaar van deze ontwikkeling is de isolatie, en gebrek aan gemeenschap, maar het heeft als positieve keerzijde de verhoging van de individuele verantwoordelijkheid.
De enkeling kan kiezen waar en hoe hij zijn gaven inzet en tot ontplooiing brengt.

Veelkleurigheid
De middeleeuwse kerk is in de loop van enkele eeuwen in vele kerken uiteengevallen. Ik zeg dat niet om de verschillen te relativeren. Soms was de breuk het gevolg van reformatie of revival.
Toch bleken de scheidslijnen niet altijd zuiver te lopen: er zijn plaatselijke gemeenten in het éne kerkverband (dat voor vrijzinnig doorgaat) waar het evangelie helderder verkondigd wordt dan in plaatselijke kerken die behoren tot het andere kerkverband dat als meer orthodox of gereformeerd bekend staat. Ook internationaal is de kerk van Christus niet meer éénvormig.
Er zijn vele kerken ontstaan in de landen op het zuidelijk halfrond die herkenbare gemeenten van Christus zijn en toch onderling enorm verschillen in liturgie, accent in de prediking en vroomheid.
Dat alles brengt ons vandaag ten volle in aanraking met dit vraagstuk: hoe moeten wij deze grote vormverscheidenheid in de kerk beoordelen? De moderne samenleving beïnvloedt vanzelfsprekend onze kerkelijke structuren door zijn pluralisme. Ook bij ons dreigt de eenheid van leven te verdwijnen en zoeken velen in de grote veelkleurigheid van de kerken en groepen naar dát wat hen ligt. Er is voor elk wat wils. Moeten wij dit uitsluitend negatief beoordelen en als een zondige aanpassing aan de mentaliteit van de 20e eeuwse pluralistische mens zien?
Of mogen wij het ook zien als een uitdaging? Sterker nog: verliezen wij niet het contact met onze 20e eeuw als wij ons niet bij deze 20e eeuwse mens en zijn samenleving aansluiten? In de zin van 1 Cor. 9 : 20 waar Paulus ons opdraagt dat wij de 20e eeuwse mens een 20e eeuws mens moeten worden. Het spreekt vanzelf dat dit niet zonder kritiek mag gebeuren.
Daarvoor is een bezinning nodig die zich allereerst richt op wat het N.T. hierover zegt. Wat lezen wij nu in het N.T. zelf over de vroegchristelijke kerk? Is daar een aandrang om alles onder één eenheid te brengen, om alle gemeenten in één eenheid van liturgie, prediking en vroomheid samen te smelten. Zodat het voor ons juist in de 20e eeuw normatief zou zijn om ten allen tijde alles te stroomlijnen en uniformeren?
Integendeel. Al direct van de aanvang af blijkt er in de N.T.ische gemeenten een enorme ruimte voor onderlinge verschillen. In Antiochië aten Joden- en heiden-christenen aan een tafel, maar in de kring van Jacobus in Jeruzalem lag dat anders. In de ene gemeente hield men zich aan de O.T.ische wetten, in de andere niet. Wat een verschillen als je denkt aan de praktijk van het eten van vlees, het besnijden van kinderen en de liturgie. Het wordt niet onbesproken gelaten en principieel wordt er één lijn aangegeven (Hand. 15 : 10) maar in de praktijk worden er compromissen gesmeed (Hand. 15 : 19-21) en in liefde gezocht naar vormen die aan ieders achtergrond en geaardheid tegemoet komen.
Zo zien wij grote verschillen tussen de gemeente in Corinthe en die te Efeze. Terwijl in Corinthe de gemeente in haar samenkomsten werd bepaald door de geestesgaven, lees je daarover in de Efeze-brief nauwelijks iets en lijkt de gemeente in Efeze veel meer gevoed en geleid te worden door ambten. Er is grote verscheidenheid ook binnen de gemeenten, die aanleiding gaf tot spanningen (1 Cor. 1) maar die ook niet werd weggedrongen - ze leidde tot een veelkleurig gemeenteleven in huiskringen, actiegroepen en gebedssamenkomsten (Hand. 5: 42 en 12 : 12). Ook in de accenten in de prediking zijn er grote verschillen: terwijl Paulus de nadruk legt op: rechtvaardiging door het geloof - zonder de werken, lezen wij in Jacobus juist over de rechtvaardiging door het geloof dat in werken moet uitkomen (vgl. Rom. 4 en Jac. 2). Dat kan allemaal in de vroeg-christelijke kerk omdat er in al die pluraliteit een onderliggende eenheid is - in de band met de levende Heer, die door Woord en Geest zijn gemeenten regeert.

De conclusie laat zich bij lezing van het N.T. niet ontwijken dat de N.T.ische gemeente een grote pluraliteit kende. Er waren verschillende soorten christenen (denk alleen aan de verschillen tussen Joden- en heiden-christenen) er waren verschillende soorten vroomheid, en verschillende accenten in de prediking (Paulus t.o. Jacobus). Dat kon omdat de gemeente van Christus niet gebouwd is op tijdloze regelingen en instituties. Maar gehecht is aan de waarheid in persoon: Jezus Christus. Hij leidt ons in alle waarheid en heeft ons in Zijn Woord niet een blauwdruk vooraf gegeven voor alle situaties en mensentypen en samenlevingsvormen die wij zullen ontmoeten.

De volgende keer zullen wij ons wat diepgaander met de vraag bezig houden wat de kansen en grenzen zijn van dit "pluralisme" in de Kerk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief