Pluraliteit en 'klassiek gereformeerd'
1983-10-21
In de beide vorige artikelen vergeleek ik de kerk in zijn naoorlogse verschijningsvorm met een rivierendeltagebied.- Jaargang 27
- nummer 39
Talloos veel rivierarmen) kanalen en dwarsverbindingen vervoeren het door een machtige rivier aangedragen water.
Identiteit
Wie temidden van dit deltagebied zelf meestroomt kan zich niet aan de uitdaging onttrekken na te denken over zijn eigen identiteit. Wat is het bijzondere van de rivierarm waarin ik meezwem. Daarom ligt het voor de band dat er juist vandaag stemmen opgaan die het eigene gaan zoeken in dat wat hun christen-zijn onderscheidt van dat van de ander. Daarin ligt iets onvermijdelijks èn tegelijk ook een gevaar. Om bij het laatste te beginnen: het is een gevaar om het eigene van 'onze' kerk of gemeente te zoeken in iets anders dan dat wat alle kerken, die het evangelie verkondigen, gemeen hebben, nl. de Here zelf. Paulus zei: ik heb besloten onder u niets te weten dan Jezus Christus en die gekruisigd (1 Cor. 2: 2). Onze identiteit ligt in Hem en Zijn Woord. Daar voegen wij niets aan toe en doen wij niets vanaf. Wie echt gereformeerd wil zijn, wil gewoon christen zijn zonder ook maar enig extra. Datzelfde geldt wonderlijk genoeg ook van een anglicaan of methodist.
Uitdaging
Toch is het een feit dat de kerk geschiedenis heeft gemaakt en dat in de loop van die geschiedenis zich sporen gevormd hebben. Het is een onmiskenbaar feit dat een gereformeerd christen een ander soort is dan een pinkstergelovige - of een broeder uit de vergadering, of een hoogkerkelijk hervormde. Waarin ligt dat eigene? en wil ik dat wel wezen? In het nu volgende artikel heb ik niet citaten verzameld van Bavinck, Kuyper of Schilder - of kerkhistorische argumenten geleverd. Het is meer een persoonlijke ontboezeming over pro en contra het gereformeerd zijn.
Contra
Herhaaldelijk heb ik de laatste jaren pleidooien gelezen voor het "klassiek gereformeerd" zijn. Juist als de stormen loeien en de golven slaan moeten wij vóór alles proberen om klassiek gereformeerd te blijven. Ik ben daar niet vóór. Want dat “klassiek gereformeerde" draagt een aantal kenmerken die mij zeer aanvechtbaar voorkomen of soms zelfs totaal verwerpelijk zijn.
Rechtvaardiging door het geloof
Veelal is dit het eerste wat ais kenmerk genoemd wordt voor klassiek gereformeerd zijn.
Tetzel verschijnt ten tonele en Luther die naar dit evangelie terugkeerde.
Dàt was ook reformatie. Toch moet er in ieder tijdsgewricht weer iets anders gezegd worden. Wat Luther toen en daar zó moest zeggen, kunnen wij niet machinaal en tijdloos herhalen.
Stel je voor dat opnieuw gebeurde wat in de tijd van het N.T. gebeurde nl. dat dàt evangelie tot een kussen werd waarop wij ons te slapen leggen. Dan moeten apostelen als Jacobus ons wakker roepen door vrij hardhandig in ons oor te schetteren: maar wat baat het, mijn broeders of iemand beweert geloof te hebben, als hij geen werken heeft? Kan dàt geloof hem behouden? (Jac. 2 : 14). In de gereformeerde traditie is er vaak een soort pessimisme geweest, een soort fatalisme haast, dat meende: onze enige hoop is dit dat God ons (om niet) vergééft, want wij zijn tot niets goeds in staat. Dan moeten andere tonen uit het evangelie gaan klinken dan steeds dezelfde van Romeinen 5. Paulus heeft ook een hoofdstuk als Romeinen 8 geschreven. De politieke theologie bepaalt de gereformeerden zoals Jacobus in het N.T. bij haar tekort.
Onbekwaam tot enig goed
Dat is zo’n andere typisch klassiek gereformeerde uitspraak. Wij zijn onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Hoeveel misverstand heeft deze uitspraak uit de Heidelbergse Catechismus niet gewekt. Het heeft tot vandaag toe gereformeerde mensen in de psychiatrische inrichtingen gedreven. Leert de bijbel dat? Ik denk dat een algemene uitspraak als deze met duizend zekeringen moet worden omgeven. Wat verstaat de Catechismus onder het "goede": is dat een mooi schilderij maken of een medemens in nood helpen? Maar dan klopt er van die uitspraak niets. Want talloos veel mensen zijn daartoe wel in staat met God en zonder God. Jezus zelf stelde de barmhartige Samaritaan aan de Joden ten voorbeeld.
Vandaag moot een klassiek gereformeerde zinsnede als deze op de helling. Er moet uitleg bij dat de Catechismus met dit "goede" het ware goed bedoelde nl. het loven en aanschouwen van God. In de theologie uit de 15e eeuw was dit het hoogste wat een mens tot mens maakte. Zonder Christus is een mens hiertoe niet in staat.
De bijbel leert echter niet dat de gevallen mens een onmens is, zo komt die uitspraak bij velen wei over. Integendeel juist de bijbel leert als uitgangspunt van ons nadenken over de mens dat hij naar Gods beeld gemaakt is. Het materiaal is goed. Fantastisch zelfs. De fout ligt in wat wij ermee doen. Onze Mercedes is prima. Wij rijden er alleen mee als een spookrijder - nl. in de verkeerde richting.
Psalmen
Een ander verschijnsel dat klassiek gereformeerd heet is het ringen van uitsluitend psalmen in de eredienst. Hoe diep dat erin rit blijkt nog uit de onlangs gehouden synode van de Christ. Geref. Kerken. Daar is het ringen van gezangen naast de psalmen niet toegestaan (op enkele "enige gezangen" na, die dan ook inderdaad enig zijn, maar in vergelijking met het Liedboek niet te ringen). Toch is die afweer van gezangen tegenschriftuurlijk.
Want het wordt in bijv. Efeze 5 : 19 letterlijk aan de gemeenten opgedragen: "Spreekt onder elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen". Hoe kan het ook anders, als wij beseffen dat het bezingen van het heilswerk van Christus, waar heel ons christen zijn bij staat of valt via de psalmen alleen maar schaduwachtig kan gebeuren. Als de Christelijk Gereformeerde Kerken echt bij zulk klassiek gereformeerde tradities zouden gaan zweren zou dat een verdere groei tot samengaan inderdaad verhinderen.
Uitverkiezing
Misschien heb ik echter in de opsomming van klassiek gereformeerde punten het voornaamste punt nog niet eens genoemd: de nadruk op de uiverkiezing. De leer dat er een dubbele uitverkiezing is, is echt klassiek gereformeerd in de zin van Gomarus, Wij mogen ons wel gelukkig prijzen dat dit vandaag nauwelijks meer geleerd wordt. Het is een onbijbelse leer dat God van voor de schepping een deel van het toekomstige menselijke geslacht voor eeuwig verdoemd zou hebben. Wat een afschuwelijke angsten heeft die leer niet opgeleverd. Ze is nergens in de bijbel terug te vinden, wals intussen door ds Venema (vrijgem. geref.) en professor Berkouwer (geref. syn.) is aangetoond.
Ik weet wel dat een theologie die uitgaat van de Raad Gods de menselijke verantwoordelijkheid niet behoeft uit te sluiten, In die zin kan je van veel dingen die afschuwelijk zijn toch ook zeggen dat ze op de een of andere wijze door God zijn toegelaten... maar steeds als ik dit zeg en ook nu terwijl ik dit schrijf blijven mij de woorden in de keel steken en denk ik: leidt dat er toch niet toe iets aan God toe te schrijven wat naar het grote woord van 1 Johannes 1 niet in God is: "want dit ,is het nu juist wat wij van Christus geleerd hebben: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis" (1 : 5).
Particulier of universeel
Heeft de Here dan niet Zijn volk uitgekozen? Is er geen verkiezing?
Jawel, maar de Schrift leert dat dat een handelen is van God in de tijd en ten tweede dat God in dat heilshandelen àlle mensen op het oog heeft. Zonder één uitzondering!
De liefde van Christus gaat uit naar alle mensen. De klassiek gereformeerde opvatting dat het heil van Christus naar zijn intentie alleen gericht is op de uitverkorenen, of de verbondskinderen is niet naar de bijbel zelf. Weer een stuk klassiek gereformeerd dat nodig moet worden gecorrigeerd. Voor dit moment volsta ik met enkele Schriftplaatsen, Joh. 8: 12: Ik ben het licht der wereld. Wie in Mij gelooft (wie ook ... ) zal nimmer in de duisternis wandelen.
Hier wordt ons uitdrukkelijk gezegd dat Christus het licht der wereld is. Zoals de zon, die met zijn licht zelfs de donkerste plekken wil bereiken.
In 2 Petrus 3 : 9 zegt de apostel Petrus: De Here talmt niet met de belofte, al zijn er die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil dat sommigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen. Voorbeden voor volk en overheid is belangrijk zegt Paulus: "dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen" (1 Tim. 2: 3, 4).
"Want de genade God is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadig, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven" (Titus 2 : 11).
Ik schrijf al deze plaatsen hier zo breedvoerig op om met de Schrift zelf u te laten zien hoe onschriftuurlijk de gedachte is dat Christus alleen voor een deel van de mensen gekomen is. Het heil dat in Christus verschenen is is universeel, bedoeld voor alle mensen en alle volkeren. Niemand hoeft te twijfelen of het nu wel ook voor hem is. Er is geen dubbele verkiezing, ten dode of ten leven. Er is maar één verkiezing namelijk ten leven. God zij dank.
Als er mensen zijn die tegen Gods liefde kiezen en blijven kiezen is dat tegen de uitdrukkelijke wil van God. De Schrift leert dat er inderdaad zulke mensen zijn (Op. 21 : 8) (een universalist ben ik niet) maar dat terug te projecteren in de eeuwige wil van God is niet naar de Schrift. Ik weet wel dat hiermee niet alle vragen zijn opgelost, alleen Luther zei al "das Wort soll man stehen lassen."
Tegen alle geforceerde verklaringen van de bovenstaande Schriftgedeelten in (bijv. dat "alle" bier ineens plotseling 'allerlei' zou betekenen etc.) moeten wij het wonder van de Schrift op dit centrale punt tegenover de klassiek gereformeerde leer vasthouden.
Hier is namelijk de eer van Christus in het geding en de evangelische bewogenheid van de gemeente.
Positief
U ziet: dat zijn heel wat punten, waar de klassiek gereformeerde leer aanvechtbaar was en ook veel schade heeft aangericht. Toch eindig ik dat artikel graag positief.
De gereformeerde kerk in de brede zin van het woord is mijn moeder (om met Augustinus te spreken). Dat betekent: ik voel mij er mep mee verbonden en heb er het evangelie leren kennen. Tot de kenmerkende waarden van het gereformeerd zijn reken ik de Kuyperiaanse uitspraak dat Christus Koning moet zijn op alle terreinen van het leven. Die houding vloeit voort uit de al eeuwen oude strijd tegen de scheiding tussen natuur en genade. Die strijd ligt weer verworteld in het herontdekt evangelie dat een radicaal verdorven schepping door het kruis en de opstanding van Christus weer totaal verlost wordt.
Dat heeft ons van vele krampachtigheden en ook van overgeestelijkheid bevrijd. Onder gereformeerden is er geen heiligheidskramp, er wordt genoten van een glas wijn, de actuele politiek en de discussie daarover wordt niet gemeden.
Heel het leven ligt binnen het gezichtsveld. Het gaat om heel de mens.
De vruchten van die typisch gereformeerde traditie zijn legio. Ze zijn niet onbedreigd vandaag en wie weet zijn wij ze morgen kwijt als die oude drijfveren gaan ontbreken.
Maar op dit moment zijn ze er nog: de christelijke scholen, professoren op alle terreinen van de wetenschap me bij het licht van de bijbel studeren, gereformeerde politici tot in de hoogste regionen en zelfs het stiefkind van de gereformeerden - de kunst - is de laatste tientallen jaren weer veel meer binnen het gezichtsveld gekomen.
Maar ook de gereformeerde persoonlijkheidsvorming is (als het goed is!) meer ontspannen dan bij vele andere protestantse of evangelische groepen. Er wordt niet gauw benauwd gedaan - je moet kunnen lachen - de aarde en het gevoel liggen dicht bij de hand en toch wordt de kern en hoofdzaak bij regelmatig en trouw bijbellezen en kerkgang geloofd en beleefd. Radicaal denken; gericht op heel de wereld, betrokken op heel de mens, vanuit de kern van het Evangelie (het verbond in het O.T. en Christus in N.T.) dat zijn de vruchten van gereformeerd zijn, die ik positief ontvangen heb. Het is vele andere gereformeerd opgevoede jongeren anders vergaan, en velen zijn in de gereformeerde opvoeding juist benauwd geworden of krampachtig. Mij is het zó niet vergaan en als ik midden tussen evangelische christenen zit, voel ik mijzelf altijd weer opgewekt gereformeerd.