Normen en feiten in verband met het kernwapenvraagstuk (3)

1983-10-28
  • Jaargang 27
  • nummer 40
Vervolgens stelde de heer Van Driel mij ook nog de vraag hoe ik reageer op het accent dat met name prof. Goudzwaard legt op de relatie tussen de bewapeningswedloop en de groei van de westerse economie) en daarmee samenhangend de oplopende schuldenlast van de ontwikkelingslanden. Mijn antwoord was:

De plaats van het economische
Hierop moet ik met voorzichtigheid antwoorden, want ik ben geen econoom en overzie dus de gelegde verbanden niet. Voor zover ik prof. Goudzwaard begrijp (en hij maakt mij dat niet moeilijk. want hij schrijft benijdenswaardig helder) zeg ik tegen hem: Lost het iets op als we uit de door U gesignaleerde spiralen stappen? Gaan die spiralen na ons uitstappen niet gewoon verder? Is het daarom niet van meer betekenis dat wij als christenen een strategie ontwikkelen om in die spiralen en structuren te kunnen bijsturen en te kunnen afremmen, kortom: invloed ten goede uit te kunnen oefenen, - naar het advies van Jezus die ons niet gezegd heeft uit de onrechtvaardige mammon te stappen, maar er een goed gebruik van te maken (Luk. 16: 9). En ook deze vraag wil ik hem stellen: werken achter die spiralen niet nog andere krachten dan die welke U aanwijst? Of beter: krachten we U ook wel net maar toch mijns inziens onderschat? Ik voor mij ben namelijk meer geneigd de bewapeningswedloop met de communistische dreiging dan met de welvaartseconomie in verband te brengen. Om dit met een voorbeeld te verduidelijken: Het valt (niet alleen) mij op dat er in mijn stad juwelierszaken zijn die zo langzamerhand in ware verdedigingsburchten ontaarden.
Als klant moet je aanbenen in plaats van vrij naar binnen kunnen lopen en na enige tijd word je door een kier van de geketende deur heen begluurd en getaxeerd. Eindelijk binnen zie je pas na een poosje het ijs breken omdat de winkelier de ergste tekenen van zijn argwaan aflegt.
Zelfs zijn grommende bouvier krijgt hij tegen het einde van het bezoek zowaar nog stil. Wanneer je na je boodschap gedaan te hebben het pand verlaat klinkt er achter je rug een reeks van knarsende geluiden die je sterk aan het gevangeniswezen doen denken.
Wat ervan te zeggen? Je kunt er natuurlijk over klagen dat de welvaartszucht der burgers zo groot is dat zulke luxe zaken zich in de binnenstad koste wat het kost trachten te handhaven en zich daartoe met allerlei overdreven veiIigheidsmiddelen omringd. Mijn reactie is een andere: waar is hier voor de drommel de politie die de inbraak betoomt? Want de welvaartsverslaving van de burgers mag nog zo groot zijn, ~aar het eerste wat moet gebeuren rs dat er een meer effectief systeem van veiligheid voor de binnenstad wordt bedacht. Zo nu ook vind ik het op grote schaal niet reëel om voor de bewapeningsgroei het welvaartsdenken als de grootste boosdoener aan te wijzen. Ook het voorrang geven aan de noord-zuid-tegenstelling boven de oost-west-antithese kan ik weinig reëel vinden. Aan ons is hier trouwens niet eens de keuze; de tegensteliingen dringen zich in een onomkeerbare rangorde aan ons op. De antithese met het oosten is vooral geestelijk, die met het zuiden meer materieel, En zo zeker als de geest vóór het lichaam gaat ZJO vast staat ook de volgorde van west-oost vóór noord-zuid.
Dit laat zich trouwens ook aflezen uit de feiten, want wat presteert het oosten nu eigenlijk voor het zuiden? Wat doet het communisme in de ontwikkelingslanden anders dan stoken en propaganda bedrijven? Gaan er soms van Rusland uit zendelingen (Ja, inderdaad, ik bedoel verkondigers van het evangelie) naar alle delen van de wereld? Zoals dat vanuit Amerika het geval is? Zo'n Koninkrijksbelang mag toch ook wel eens in het midden worden gebracht.
Ik ben dus van mening dat het verlaten van de oost-westantithese met de bedoeling zo meer aandacht te kunnen schenken aan het wereld-armoede-probleem, tenslotte zal blijken toch nietzo voordelig te zijn voor de ontwikkelingslanden als we misschien denken.
Vergeet immers niet dat voor Rusland het verschil tussen deze beide tegenstellingen (oost-west en noord-zuid) niet bestaat. Voor hen vormen west en zuid één front, één missiegebied voor de communistische doctrine. En de fout om aan het economisch aspect voorrang te verlenen boven alle andere kanten van het leven makenzij niet - al noemen zij zich dan ook marxistisch.

Kiezen!
Maar hij al deze beschouwingen is één ding allesbeslissend: hoe denken we over de vijand? Valt hij mee? Dan is dát het wat de meest ingrijpende gevolgen voor onze defensie-inspanning heeft.
Zelfs als we de dreiging van de vijand reëel onder de ogen zien en we voegen daaraan toe: Ja maar het westen is ook niet alles, kan dat gevolgen hebben voor onze opstelling. Met behulp van dit tegen elkaar wegstrepen van oostelijk en westelijk gevaar kunnen wij de handen laten verslappen.
Moeten we dan het hele westen kritiekloos aanvaarden? Is dat wat ik bedoel? Zeker niet! Maar we moeten wel kiezen. Zeg voor mijn part dat het een kiezen van het beste uit twee kwaden is, maar gekozen moet er worden. En wel voor het beste en dat is voor het westen. Waarom? Is er niet aan heide kanten van de streep ideologie die ons christelijk geloof te vuur en te zwaard bestrijdt? Die althans er even vijandig tegen te keer gaat? Dat is waar. Maar hier in het westen valt het ideologische licht door matglas en daar in het oosten door een brandglas. Dat wil zeggen: hier is het licht diffuus en naar vele zijden zich verspreidend, daar is het gebundeld en gericht. Hier woelen er energieën in die elkaar tegenwerken en zelfs opheffen, daar worden ze samengebracht tot de kracht van één dwaling. Daarom is er voor ons christenen hier (nog) vrijheid en daar vervolging, hier (nog) zending en daar gesloten grenzen. Hier kan op allerlei' gebied hulp uitgaan, daar kan hulp nauwelijks ontvangen worden. Hier zijn alle kansen tot ontplooiing, daar zijn alle soorten van beknotting. Maar zijn zij desondanks daar geen betere christenen dan wij hier? Die indruk krijgen we soms. Zij zouden niet de eersten zijn die ervaren dat er van de grote moeiten een heiligende kracht uitgaat. Maar in hun geestelijke gezondheid steekt geen enkele garantie dat wij onder gelijke omstandigheden even goede christenen zullen zijn. Zeker met als wij die omstandigheden zelf mede in het leven zouden roepen door laksheid in de teweerstelling.
Daarom durf ik de stelling aan dat het wereldchristendom (inclusief dat achter het ijzeren gordijn) belang heeft bij een vrij westen.

Tenslotte nog drie kleine fragmenten
1) Het overheidszwaard weet toch te onderscheiden tussen bozen en goeden, zo vraag je. Naar vegen, is mijn antwoord. Er zijn immers genoeg situaties waarin de goeden onder de kwaden moeten lijden, de onschuldigen met de schuldigen. Denk aan de kinderen van Amalek denk aan de burgerbevolking van zo menig Duitse stad die in de tweede wereldoorlog nacht op nacht door bombardementen werd getroffen. Moet daarin berust worden? Zeker niet!
Maar het is met name degene die in een conflict de aanvaller is en de overmacht heeft welke door de bijbel tot matiging en zelfbeheersing wordt aangespoord. Je noemt Deuteronomium 20. Wel, kijk het maar na het gaat daar over Israël als 'aanvaller en als zodanig krijgt het van Mozes de pin op de neus. Tegenover de verdediger is de bijbel milder: de dingen die uil noodweer gedaan worden keurt hij af noch goed en zoals bij de noodleugen onthoudt hij zich van een oordeel. De bijbel rekent de wreedheden van de verdediger kennelijk tot de risico's van de aanvaller. Dat is inderdaad het niet-moralistische van de Heilige Schrift. Zij let in de ethiek op 'de sterkste schouders'. Nu is het waar dat we in de oost-westverhouding niet met de acute situatie van aanval en verdediging te maken hebben. Toch is het hier duidelijk zo dat de oorlogsdreiging van het oosten uitgaat. Het lijkt me daarom juister de aanvaller zijn risico's voor te houden dan de verdediger de wet te lezen. Het eigenaardige is dat bij de pacifisten het laatste wèl en het eerste niet of re weinig gebeurt. Maar moet juist de aanvalszuchtige niet bedreigd worden? En van avonturen weerhouden?

2) Interessant is wat je te berde brengt bij het punt 'binnen' en 'buiten' dat ik behandelde. Jij vindt mijn beschouwingen op dit punt pragmatisch en daartegenover stel je jezelf als meer theocratisch denkend. Nu moet ik je inderdaad toegeven dat ik met mijn opvatting gevaar loop pragmatisch te worden. In dat verband waardeer ik je waarschuwing: "Ben je niet bang als je jouw redenering strak volgt dat je weldra gevangen wordt in het schema van denken van deze wereld?" Dat is inderdaad het gevaar, vooral als ik mijn standpunt zou onderbrengen in een tweerijken-leer. Vandaar dat in de gereformeerde theologie deze leer steeds afgewezen is. Men zei: geen twee gescheiden rijken van kerk en wereld, maar de éne Christus houdt er twee regeerwijzen op na, één voor zijn gemeente en één voor de wereld. Zo blijven we dan ook in de wereld naar zijn regiment zoeken. Het is daarom uit dit oogpunt wat jammer dat je mijn uiteenzetting over de eerste en de tweede secularisatie afdoet met 'aardige gedachten', want daarin ondernam ik nu juist een poging om te onderzoeken wat er in een geseculariseerde cultuur aan christelijk normgoed nog aanwezig is, om daarbij in de politiek te kunnen aansluiten. Inderdaad tref ik dan in de wereld van de eerste secularisatie gezondere toestanden aan dan in die van de tweede. Om dit te concretiseren: Frankrijk, een duidelijk voorbeeld van de eerste secularisatie, vertrouw ik op het gebied van de defensie veel meer dan Nederland, het land dat het diepst door de tweede secularisatie is aangevreten.
Wat nu de theocratische gedachte betreft, waarvan jij je een aanhanger noemt, deze vervaagt het onderscheid tussen de twee regeerwijzen van Christus en is dientengevolge in staat om met het binnenste van het evangelie (de bergrede) de straat op te gaan in de verwachting dat de samenleving wals die is daar wel oren naar zal hebben. Ik vind dat hersenschimmig. Het verbaast me trouwens niet dat jij dit theocratische bloed in je aderen hebt. Je bent immers Nederlands Hervormd en deze kerk werkt sinds jaar en dag met de volkskerkgedachte. Voor mij als Nederlands Gereformeerde is dat een utopie.

3) Mag ik je tenslotte vragen waarom jij in de Shalom-krant schrijft? Ik vind jouw gevoelen een gemoedelijke, om niet te zeggen een sentimentele variant van de Vredeskrant. Wanneer jouw opinies over ons vraagstuik in Shalomkringen algemene bijval zouden vinden dan zou ik het naast elkaar bestaan van twee vredeskranten onverantwoord en verwarrend vinden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief