Boeken lezen (vervolg)

1983-10-28
  • Jaargang 27
  • nummer 40
De vorige keer heb ik een aantal boeken genoemd die uit "christelijke hoek" komen. Omdat ik gemerkt heb dat veel scholieren niet weten wát ze eigenlijk kunnen gaan lezen, en wáár ze moeten zoeken, wil ik nu eerst even een paar hulpmiddelen noemen. (Met mijn excuus aan degenen voor wie dit allemaal bekende kost is.)

Allereerst beveel ik van harte aan de serie "Uitgelezen", waarvan inmiddels vijf delen zijn verschenen. In het algemeen goede boekbesprekingen vanuit een christelijk perspectief. Ik neem aan dat ze in de bibliotheek van elke christelijke school aanwezig zijn, en anders moet dat tekort maar gauw aangevuld worden. Vervolgens noem ik de "Cahiers voor christelijke literatuur", vooral die over Van Eerbeek, Rijnsdorp en Nijenhuis.
Heel goed is ook: "Belangrijke letterkundige werken" door dr Jos J. Gielen, vooral deel 3. Verder: "Boeken uit onze eeuw" door B. A. Dijkstra en A. J. Schut. Er is nóg een reeks die ik moet noemen, namelijk "In contact met het werk van moderne schrijvers", uitgegeven door W. Versluys in Amsterdam.
Daarvan zijn 7 nummers verschenen, over: Wolkers, Muiisch, Hermans, Lampo, Ruyslinek, Raes, en Koolhaas, De boekjes bieden een goed en m.i. duidelijk beeld van het werk van een schrijver. En dan moet ik niet vergeten te verwijzen naar wat Openbare Bibliotheken kunnen leveren: knipseIs met recensies en een losbladig systeem waarin boeken en schrijvers heel kort worden getypeerd. De aanschaf van Literama, Studeo en Nederlandse Keur moet ik afraden. In feite staat daar weinig meer in dan een korte weergave van de inhoud van allerlei romans, en daar heeft een scholier toch maar weinig steun aan, hoogstens een geheugensteuntje. Voor alle zekerheid herhaal ik wel even de naam van het boek dat ik de vorige keer heb aanbevolen: "Aangekruist" door Hans Werkman.

Niet te moeilijk beginnen
De herhaling is de moeder der wijsheid, en daarom zeg ik het nog maar eens: wie niet te veel leeservaring heeft, moet niet met al te moeilijke boeken beginnen, Het beste is eerst maar eens iets te nemen uit de tijd tussen 1920 en 1940. Ik noem wat boeken die mijn persoonlijke voorkeur hebben, de toelichting laat ik nu maar achterwege, het gaat mij erom scholieren een beetje de helpende hand te bieden. Hier volgt een reeks:
C. v. Bruggen: Het huisje aan de sloot.
F. Timmermans: De pastoor uit de bloeiende wijngaard.
A. v. Schendel: Het fregatschip Johanna Maria; ook: De Waterman.
F.Bordewijk: Bint; Blokken; Karakter üets moeilijker misschien).
W. Elsschot: Lijmen; Het Been.
G. Walschap: Een mens van goede wil.
A. Ooolen: Het donkere licht; Dorp aan de rivier.
H. de Man: Het wassende water; Heilig Pietje de Booy.
Th. de Vries: Hoogverraad.
A. M. de Jong: Merijntje Gijzen (vooral deel I: Het verraad) ook: Frank van Wezels roemruchte jaren (om te lachen!) en: De Martelgang van kromme Lindert.
C. Lennart: De ogen van Roosje (niet zo héél eenvoudig).
A. v. d. Werlhorst: De grote stille knecht (wat "ouderwets", maar ik vind het een prachtig boek).
J. Mens: Mensen zonder geld.
T. Thijssen: Barend Wels; Kees de jongen.
J. van Velde: De grote zaal (niet zo "gemakkelijk", wel erg goed).
J. Fabrieius: Het meisje met de blauwe hoed.

Dat was zo maar een greep, zonder veel systeem, gewoon mijn eigen voorkeur. Er staat een enkel boek tussen dat na de oorlog is verschenen, maar de auteur hoort wel tot de vooroorlogse generatie. Vraag me nu niet waarom ik dit of dat boek niet genoemd heb: zo'n lijst is nooit volledig. Laat ik liever nog één naam eraan toevoegen, voor wie eens iets anders wil lezen dan de meesten: M. Székely-Lulofs. Van haar beveel ik aan: Koelie en: De hongertocht. Beide boeken spelen in het vooroorlogse Indië. (Ik heb leerlingen gehad die ál haar werk hebben gelezen.)

Wat doe je met zo'n boek?
Het dreigt allemaal wel wat droog te worden, daarom durf ik niet te lang bezig te blijven, Ik zal dan ook niet veel theorie geven, daar moeten de scholen maar voor zorgen.
Toch heb ik eens van een lezeres de vraag gekregen: hoe moet ik eigenlijk een uittreksel maken? Ik zal er zo kort mogelijk iets van zeggen. Allereerst: Zo'n "uittreksel" moet zo kort mogelijk zijn, en de lijn van het verhaal moet er duidelijk in naar voren komen.
Het is erg nuttig een lijstje te maken van alle personen die in het boek voorkomen, en dan erachter te zetten wat hun functies en relaties zijn; dat is een goede geheugensteun.
Natuurlijk moet je, als je een boek gelezen hebt, antwoord kunnen- geven op de vraag: waar gaat het over? Maar veel belangrijker is de vraag: waar gaat het om? Om maar iets te noemen: Bint, van Bordewijk, is niet zo maar een boek over een gekke school, het is een waarschuwing tegen dictatuur en fascisme!

De schrijver en de lezer
Wie iets schrijft, heeft een bepaald publiek op het oog; dat kan ook wel onbewust zijn. Als ik iets klaar maak voor Opbouw, vraag ik me vaak af: wie zou dat nou lezen?
Of: wie wil ik nu bereiken? Ik heb wel een vaag idee, maar toch ... Mijn geschrijf van de laatste weken was vooral bedoeld voor oudere scholieren, maar tegelijk hoopte ik dat ook ouderen er iets aan zouden hebben, Het vervelende is dat er geen wisselwerking bestaat. Wie tot een aantal mensen spréékt, kan merken of het "overkomt", wat hij zegt, maar wie schrijft, mist het contact. Daarom stel ik reacties van lezers zo op prijs!
De schrijver van een roman wil ook een bepááld publiek bereiken.
Wolkers schrijft echt niet voor kinderen beneden twaalf jaar. En wat doet de lezer met een boek? Ondergaat hij het gewoon? Kritiekloos?
Of is lezen een vrijblijvende zaak?· Dat laatste kan ik niet genoeg ontkennen. Wie leest, wordt meegenomen door de gedachten van iemand anders, en daarom is een kritische, zelfstandige houding beslist noodzakelijk. Er wordt wel gezegd dat elke lezer een boek op zijn eigen manier als het ware opnieuw "maakt": iedereen vormt zich een eigen beeld van de personen en gebeurtenissen. Dat is ook de oorzaak waardoor het vrijwel altijd op een teleurstelling uitloopt, als je een film gaat zien nadat je het boek gelezen hebt: de film is heel anders dan je eigen beeld, en valt daardoor tegen.

Analyseren of belevend lezen?
In het onderwijs is een verschuiving merkbaar. Een tijdlang was "analyseren" hét parool, naarstig moest worden gespeurd naar motieven, thema's en structuur. Nu is er meer waardering voor de wijze waarop iemand een boek persoonlijk beleefd heeft. Misschien kom ik daar bij. gelegenheid nog eens op terug. Voorlopig lijkt me de gulden middenweg nog het beste. Ter afsluiting geef ik enkele vragen die bij een boek gesteld kunnen worden: Wat betekent de titel? Hoe zijn de personen getekend?
Hoe de plaatsen? Hebben die plaatsen een bepaalde functie in het werk? (B.v.: contrastwerking?) Wat is het voornaamste dat er gebeurt? Wordt er een bepaald probleem aan de orde gesteld? Wat is de visie van de schrijver daarop? Is die visie juist? Is er verband tussen het werk en de tijd waarin het is geschreven?
En hiermee wil ik dan deze lessen in onze vrije tijd voorlopig maar besluiten. Er is geen einde aan het maken van veel boeken en veel doorvorsen is afmatting voor het lichaam. Van ál het gehoorde is het slotwoord: Vrees God en onderhoud zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. Of ze nu Van Sehendel heten of Wolkers of: Hoekstra.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief