Vergeving

1983-11-04
  • Jaargang 27
  • nummer 41
Een kostbare parel heeft Luther onder het middeleeuwse stof vandaan gehaald. De berouwvolle zondaar vindt bij God een gewillig oor, want onze God vergeeft graag en van harte. In hoeverre deze gelijkenis uit Matth. 18 ooit een rol gespeeld heeft in Luther's theologie weet ik niet, maar de theologie die Luther bestreed, was een theologie die een mens naar de strot grijpt en zegt: "Betaal wat gij schuldig zijt" (vs. 28). De theologie van "goede werken en je moet het zelf verdienen"
heeft onnoemelijk veel slachtoffers gemaakt. Want in de relatie tot God geldt: Een mens kan niet betalen wat hij schuldig is. En geldt datzelfde eigenlijk ook niet in tussenmenselijke relaties? Het evangelie houdt ons voor: in een zondige wereld krijgt het recht pas z'n loop door genade. God zij dank!

Het is een bekende gelijkenis die Jezus vertelt n.a.v. een vraag van Petrus: "Here, hoeveel maal zal mijn broeder zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe?" Petrus gaat er in z'n vraag van uit, dat er een grens is aan het schenken v..o vergeving. Je kunt immers niet aan de gang blijven.
Er komt eens een eind aan. U kent het antwoord van Jezus.
"Nee Petrus, Ik zeg je, niet tot zevenmaal toe je broeder vergeven, maar tot zeventig maal zeven maal." Het is opvallend, dat je deze getallen ook tegen komt in Gen. 4, dat al even bekende verbaal over· Lamech, die aan het brallen is tegen z'n vrouwen: “Ada en Zilla, hoort naar mijn stem; vrouwen van Lamech, neigt uw oor tot mijn rede. Ik sloeg een man dood om mijn wonde, een knaap om mijn striem; want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech zeven en zeventig maal".
Een knulletje, dat hem bij wijze van spreken, uit kwaadheid tegen de schenen geschopt heeft, krijgt een doodsklap. Hij breekt iemands nek in koele bloede. Wie aan mijn lijf komt, die breek ik z'n poten.
Waar mensen wrekend hun gang gaan, daar worden alle grenzen overschreden. Een eindeloze stroom van geweld en bloedvergieten komt op gang. Ja, zegt u, dat was Lamech. Lamech was een bruut, een stuk oergeweld. Dat gebeurt nu niet meer. Om dicht bij huis te blijven, hoe komt het dat een konflikt tussen mensen zo gruwelijk uit de altijd kan lopen, dat er levens door verziekt en vergald worden? Dat gebeurt, wanneer het woord vergeving uit het woordenboek geschrapt wordt. Dan haalt het één het ander uit en de duivel lacht stilletjes in z'n vuistje, Want het wreken gaat door!

In Matth. 18 proeven we een totaal andere mentaliteit dan men gewend is in de wereld van de Kaïns mensen, waar aan het haten en wreken geen eind komt. Tegenover de onbegrensde wraak in een verzondigde wereld stelt Jezus de onbegrensde vergiffenis in de wereld van Gods genade. "Indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, zult gij hem vergeven tot 70 maal 7 maal, d.w.z. zo vaak het maar nodig is. Zo is dat in het Koninkrijk der hemelen. "Daarom" zegt de Here Jezus, "is het Koninkrijk der hemelen te vergelijken met een koning, die afrekening Milde houden met z'n slaven. Toen hij begon te rekenen, werd één voor hem geleid, die tien duizend talenten schuldig was. Omdat hij niet kon betalen, beval zijn heer hem te verkopen, met zijn vrouwen kinderen en al wat hij bezat, opdat er betaald kon worden."

Voor alle duidelijkheid: de schuld, die de slaaf heeft is enorm. Onbetaalbaar.
Als u weet, rk heb dat ergens gelezen, dat b.V. het jaarinkomen van koning Herodes 900 talenten was, dan kunt u wel uitrekenen dat deze slaaf er niet best voor stond met z'n schuld van 10.000 talenten. De schuld is zo groot, dat de schuldenaar reddeloos verloren is.
Dat moet aan het begin van het verhaal direct al duidelijk zijn. Hier is geen redding meer mogelijk. Hij. valt op zijn knieën en smeekt z'n heer om toch geduld met hem te hebben. Wat, tussen haakjes, straks ook een medeslaaf hem zal vragen. Heb geduld met mij, ik zal alles betalen. Wat natuurlijk volstrekt onmogelijk is, maar wat moet de man anders roepen in z'n radeloosheid en ellende. Wat hij zijn heer vraagt, is: wees lankmoedig.
Heb geduld met mij. Hij vraagt geen kwijtschelding, maar uitstel van betaling. Lankmoedigheid is een oudtestamentische uitdrukking, die meestal in verband met Gods toorn gebruikt wordt. En wie denkt dan niet direct aan Psalm 103, aan die bekende woorden:

Barmhartig en genadig is de
HERE,
lankmoedig en rijk aan
goedertierenheid,
niet altoos blijft Hij twisten,
niet eeuwig zal Hij toornen."

Dat is lankmoedigheid, dat God geduldig is ook in het uitvoeren van zijn toorn. En daar pleit deze man op, op de lankmoedigheid van zijn heer. Heb geduld met mij. Duldt mij, ondanks mijn schuld. Verwerp mij niet voor uw aangezicht. Wat er dan gebeurt is iets ongelofelijks. De heer laat z'n boosheid varen. "De heer kreeg medelijden met hem, en liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt." Het woord "medelijden krijgen" heeft een hele krachtige zegging, wat in onze vertaling nog nauwelijks doorklinkt. Het is een woord dat een hele sterke menselijke emotie uitdrukt, waarop het lichaam reageert. Het gaat om een bewogen worden van de binnenste delen: het hart, de lever, de longen, de milt. Ook vertaalt men wel met ingewanden. Zo kan een moeder buikpijn krijgen als ze ziet dat haar kind doodziek is. Dat voel je van binnen.
De koning uit de gelijkenis krijgt medelijden en scheld hem de schuld kwijt. Dat is meer dan de man gevraagd heeft. De koning duldt hem niet slechts; vooruit maar, ik zie wel wat er van komt, maar hij haalt een dikke streep door de schuld heen. Er wordt schoon schip gemaakt. Punt uit!

Het is daarom ook zo verschrikkelijk wat dan de man doet, aan wie de schuld is kwijtgescholden. Dat is heel erg. Want hij is de deur nog niet uit, of hij grijpt een medeslaaf, knijpt hem de keel dicht en eist van hem dat hij zal betalen wat hij schuldig is. Onmiddellijk, zonder pardon.
En dan ziet u hetzelfde gebeuren, als wat er zo even in het huis van de heer gebeurd is. Een man die om geduld smeekt, die uitstel van De geschiedenis herhaalt zich letterlijk.
betaling vraagt. Exact hetzelfde. Alleen; het verschuldigde bedrag staat nu in geen enkele verhouding met wat eens zijn eigen schuld geweest is. Er is schuld, maar geen onoverkomelijke schuld. Hier was uitstel van betaling op z'n minst een uitkomst geweest.
Maar niets van dat alles. De man eist het volle pond en op staande voet. Er is geen spoor van medelijden. Geen greintje mededogen.
Je zou zeggen, waar haalt de man de moed vandaan om zo onbarmhartig te zijn. Hij die het zelf helemaal moet hebben van de vergeving van zijn heer. Hij die, om een oude term te gebruiken, zijn eigen leven verzondigd heeft. Eén en al schuld was z'n leven en nu dit!

God heeft in zijn genade een streep gehaald door onze schuld. Door onze onbetaalbare schuld. God, en daar heeft Luther onze ogen voor mogen openen, God is een genadig God voor wie berouw heeft over zijn/haar zonden. Vergeving! Het onbetaalde wordt betaald. De schuld wordt vereffend op een wijze die ons verstand te boven gaat. In Christus legt God een nieuw fundament onder het leven, Je bent geen gevangene meer van je schuld. Je bent vrij, je mag leven, want God wil niet de dood van de zondaar. En dan de spiegel. Ga heen, doe gij evenzo.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief