Pastoraat

1983-11-04
  • Jaargang 27
  • nummer 41
In "De Waarheidsvriend" is ds G.S.A. de Knegt, Herv. pred. te Huizen (N.H.), begonnen met een serie artikelen te schrijven over pastorale prediking. In het eerste artikel vraagt hij zich af wat in het predikant-zijn de voorrang heeft. In dat verband citeert hij iets uit een boekje van zijn plaatselijke collega dr A. van Brummelen en merkt hij o.a. het volgende op:

In het boekje 'Met vreugde…’ onderscheidt dr A. van Brummelen drie typen predikanten, nl. de intellectuele, de pastorale en de administratieve. Van de intellectuele predikant zegt hij, dat het doorgaans een studiehoofd is, die veel werk maakt van zijn preken. De pastorale predikant is de man met het warme hart en de gemakkelijke omgang. Hij is veel minder onderzoeker in het Woord dan de intellectuele predikant. Oorspronkelijke preken en verrassende teksten hoort men niet vaak. Dat kan ook niet, omdat hij de meeste tijd in zijn gemeente te vinden is. En men kan maar op één plaats tegelijk zijn. Vervolgens is daar dan de administratieve predikant. Dat is bij uitstek de man van het bestuur en het beheer. Deze predikant voelt zich het best thuis op vergaderingen.
Als er maar iets te regelen valt, voelt hij zich in zijn nopjes. Terecht schrijft dr A. van Brummelen, dat het slechts 'typen' zijn. Men kan niet altijd zo strak zeggen: die is een intellectueel predikant óf die is een pastoraal predikant. Toch zijn de typen door hem op een rake wijze geschetst. Iedere predikant kan zich in meerdere of mindere mate in één van deze drie typen herkennen.

Wij willen wel eerlijk bekennen, dat wij niet erg gecharmeerd zijn van dergelijke onderscheidingen, De man, die op het zogenaamde pastorale vlak het volle accent legt, kan wel net zo intellectueel zijn als de figuur, die regelmatig de studeerkamer opzoekt om via bestudering van het nodige materiaal op de hoogte te blijven, En de predikant, die dan moet worden gerubriceerd onder de noemer van de administratieve dominees, kan theologisch heel erg bij de tijd zijn en een kei aIs het gaat om het wekelijkse gemeentewerk. Terecht schrijft collega v. d. Knegt, dat pastoraat in de eerste plaats vanaf de kansel wordt bedreven.
Zullen we het daar dan bij houden en goed beseffen, dat alle pastorale draden met die kansel verbonden zijn?! Als we dát loslaten kweken we dominees, die een prachtig verhaal kunnen vertellen op de preekstoel en die aIs een soort maatschappelijk werker bijzonder geslaagd mogen heten en uiteraard daarbij het bijgewerkte adresboek niet kunnen ontberen.
Maar dat houdt nog niet in, dat zij ook het Mrt van een echte hérder bezitten, die zijn schapen kent met naam en toenaam en weet waar zij huizen en hen in liefde zoekt, omdat hijzèlf door Christus gegrepen is! Dan rijst de vraag: "Wie is tot zulk een taak bekwaam?" Die vraag heeft de apostel Paulus zichzelf ook gesteld en zijn antwoord luidt in II Cor. 2: 17: "Want wij zijn niet als zovelen, die winst maken uit het Woord van God, maar wij spreken in Christus uit zuivere bedoelingen, ja, op gezag van God en voor Gods aangezicht".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief