Kerkisme
1983-11-11
Dat is een term) die ik voor het eerst hoorde toen ik als jongen een kandidaat in de theoloqie in de Tuindorpkerk in Utrecht hoorde preken. Ik snapte toen die term helemaal niet. Maar later ben ik gaan verstaan wat de bedoeling is van de hantering van die term. Het is misschien niet altijd even gemakkelijk het precies te omschrijven) maar het komt hierop neer) dat iemand exclusief gehecht is aan èn gesteld is op zijn eigen kerkgenootschap waarvan hij of zij lid is.- Jaargang 27
- nummer 42
Nu weet ik wel, dat die term: kerkgenootschap terecht gekritiseerd kan worden. Maar is het eigenlijk niet 2l0, dat een kerkist van de kerk een genootschap heeft gemaakt in de letterlijke zin van het woord?! Je voelt je thuis in de vaste kring van gelijkgezinden en gelijkdenkenden.
Daarin kan je met je gezin eventueel ademen. Daarom wil je je voor die gemeenschap van harte inzetten en zal je die kerk vurig verdedigen tegenover allerlei aanvallen van buiten af. Die kerk is dan een soort heilige koe geworden.
Ieder moet er met zijn vingers afblijven en heeft die kerkgemeenschap alleen maar te ontzien. U begrijpt intussen ongetwijfeld, dat een zinnig gesprek met een kerkist in wezen tot de onmogelijkheden behoort. In de eerste plaats zal alles in de Loop van het gesprek met man en macht gerubriceerd worden onder de noemer van die bepaalde kerk waarvan je gesprekspartner fervent lid is. En voorts zal de bewuste persoon in de gang van het gesprek zijn uiterste best doen u terug te voeren naar of voor het eerst binnen te leiden in zijn kerkelijke gemeenschap!
Bij die laatste uitdrukking sta ik nu even nader stil. Ik schreef: ZIJN kerkelijke gemeenschap. Zo leeft eigenlijk de kerkist. Die kerk is van hèm, of mede van hèm!
Daarom functioneert hij als wachter op Sions muren. Maar hij maakt een grove fout. Want die kerk is helemaal niet van hem. Hij moet eerst leren belijden metterdaad, dat het genáde van God is, dat hij tot die kerk is verkoren en daarom ertoe mag behoren. Dat is verkiezende genade en liefde van God. Dat is uiting en bewijs van Gods milde Vaderschap. Dan ga je als mens, overweldigd door die liefde en genade van je God, al een toontje lager zingen. Dan leer je je te verootmoedigen voor het aangezicht van Gods Majesteit om met de H.C. te spreken.
Die kerk is niet van ons. Die kerk is van Christus! Niet wij hebben die kerk gekocht, maar HIJ heeft Zich die kerk verworven als zijn bezit voor de prijs van zijn dure bloed. Daaruit vloeit nog iets anders voort. Als die kerk het eigendom is van Christus en Hij het daarin voor het zeggen heeft, zal men steeds weer zijn kerk zijn moeten normeren naar de Schriften als het getuigenis van Christus. Kerk zijn is een gebeuren. Daar zit dynamiek in.
Die kerk is in beweging. Die kerk kan nooit bij een bepaald punt blijven staan. Je zult meer moeten leven uit de opdracht om metterdaad in de praktijk kerk te zijn, dan dat je steeds weer zelfvergenoegd vaststelt, dat je kerk bent.
Dan .ebt de dynamiek weg en verwordt de kerk tot een statisch en statistisch gegeven. De kerkist is niet de uitgezochte figuur om een vervallen kerk op te roepen tot reformatie. Hij ziet de feilen van zijn kerkgemeenschap niet. Net zo min als iemand, die heerlijk ligt te zonnen op het strand merkt, dat een drenkeling niet ver van hem vandaan in levensgevaar verkeert.
De kerkist geeft ook een verkeerd beeld van de kerk waarvan hij lid is tegenover de buitenwacht! Hij doet alsof de aansluiting bij die kerkgemeenschap het einde betekent.
Als je daarvoor kiest ben je binnen en die binnen zijn, zijn de besten. Zo wek je de indruk, dat het leven uit de verlossing door het evangelie van de vrije genade een gepasseerd station is en vermink je de kenmerken van de kerk naar de belijdenis en vul je de kenmerken van de ware christen eigenmachtig aan. De kerkist wordt beheerst door een vorm van ontiegelijke hoogmoed, die hem incapabel maakt iets voor de ander buiten zijn kerkelijke kring te betekenen. Hij ziet geen gemeenschappelijk front meer en verwijdert zich tegen wil en dank van de kern van het klassieke belijden.
Hij voelt zich in zijn kerkelijk isolement het meest op zijn gemak. Maar het is meer een vorm van isolationisme dan van isolement.
Elk -isme vertegenwoordigt een bepaalde eenzijdigheid. Zo ook hier.
Wie de afzondering zoekt en zich moedwillig al pochend op kerkelijke prestaties in eigen kerkelijke kring terugtrekt, verzwakt zichzelf.
Hij heeft geen oog meer voor wat de Heilige Geest bij anderen werkt. Dat zie je pas als je in ootmoed eigen zondigheid en kleinheid hebt leren belijden. Dan roem je in God en prijs je het onfeilbaar Woord! En dan verheerlijk je niet jezelf en drink je je geen roes aan je eigen vrome woorden, Het is wat anders als de kerk door haar opstelling in de wereld via het vasthouden aan het onvervalste evangelie en het staan voor haar belijden in een isolement gedrongen wordt. Dan durven we met Groen van Prinsterer te zeggen en te blijven zeggen: "In het isolement ligt onze kracht". Dan zeggen we vrijmoedig met Jonathan, de zoon van Saul, de vriend van David: "Misschien zal de HERE voor ons handelen, want de HERE kan evengoed verlossen door weinigen als door velen". (1 Sam. 14: 6b). Het valt bij herlezing op, dat er tot tweemaal toe staat: De HERE! Dat vertolkt duidelijk Gods Verbondstrouw!
Hij staat voor ons in. Hij trekt met ons mee op de horizontale levenslijn. Dat is tevens blijk van zijn gerechtigheid. Hij gaat recht door zee en Hij vraagt dat van ons. Er is nergens in de wereld een volmaakte kerk te vinden. We moeten ook nooit de indruk naar binnen of naar buiten wekken alsof dat wèl het geval is. Wat anders is, dat we ons naar onze keus en overeenkomstig de aanvaarde roeping inzetten voor de opbouw van de plaatselijke kerk waarvan we lid zijn. De keerzijde van het geconstateerde kerkisme is, dat iemand verzandt in het criticisme. Kritiek mag en móet er zijn, maar dan wel tot onderlinge opbouwen niet om af te reageren op anderen.
Wie zijn we zèlf? Die vraag moeten we steeds weer onszelf stellen! Op basis van de Schriften mogen we een open oor verwachten bij de ander. Als de broederlijke en zusterlijke liefde maar blijft! En die liefde vindt geen bron in ons mens zijn, maar wordt gevoed door het luisteren naar en het geloven in het ware evangelie. Dan word je boven jezelf en de kerk waarvan je positief lid bent uitgetild en kom je steeds dichter bij de hemel. Daarop mikt de christelijke zondagsviering!
Het gaat erom, dat we stap voor stap opschuiven naar de stad van de eeuwige vrede!!