Volkszonden

1983-11-11
  • Jaargang 27
  • nummer 42
In Gorinchem verscheen een preek in druk; het was in 1656. Een predikant aldaar had op veler verzoek besloten, zijn indrukwekkende preek uit te geven, en ziedaar het resultaat. Een klein dik boekje, maar wel 900 bladzijden!
Een lange preek dus, maar dominee schrijft, dat hij haar niet geheel heeft kunnen uitspreken, "daer het uurglas uit was"; men had een zandloper in de preekstoel en als je langer preekte dan een uur, moest je een daalder boete betalen.
De preek, waarnaar zoveel vraag was, had tot titel: "Gorinchems Ys-lijke Water-Nood en heuglijke Verlossing, en daer in De bysondere Verderf-Sonden onses Vaderlands en heilzame Remedien daartegen".
Door Hieronymus Alutadus, predikant tot Gorinchem. Die naam heb ik niet kunnen thuisbrengen; misschien heette de man gewoon Jeroen van Leer.
De Yslijke waternood, dat is de dreiging van een overstroming door zware ijsgang op de Merwede. In november '55 was het al gaan vriezen, de rivier zat spoedig dicht; later begon het ijs te kruien; de toestand werd kritiek, maar plotseling was een ijsdam doormidden gebroken, zodat het water wegkon. Daarom werd er in de Grote Kerk een dankstond gehouden en ds Alutarius hield de helft van zijn preek. Het is dus meegevallen met de ramp, maar we hadden niet anders verdiend dan verdronken te zijn; dat is de lijn in de preek. Want ons volk heeft het zo zwaar verzondigd, luister maar. Nadab en Abihu hebben vreemd vuur op het altaar gebracht (dit slaat op de remonstranten), Elymas de tovenaar weerstond Paulus (dit slaat op Uittenbogaert), Simon' de Tovenaar verrukte de sinnen des volks (Met Simon is Episcopius bedoeld, de voorman der remonstranten) er waren oproeren tegen Mose en Aaron (Maurits en Willem Lodewijk) de Overste ging uit om Christum te vangen (de overste is Oldebarnevelt); men sag Agrippa (koning Jakobus v. Engeland) en Berenice (koningin Elizabetlt I) en Festus (Leycester) nog beschermen Paulum tegen de Joden, en dan zijn er natuurlijk nog bladzijden vol te schrijven over zonden des volks, kaartspelen, dronkenschappen, hoererijen enz.
Wanneer je een boetpredikatie uit de "gouden eeuw" leest, krijg je de indruk, dat het met 't volksleven toen niet beter gesteld was dan nu.
De laatste tijd lees ik opnieuw aankondigingen van Goddelijke gerichten: ze kunnen niet uitblijven, want ons volk leeft in zulke verschrikkelijke zonden. Zelis met het oog op de vredesmars is in die trant geschreven. Het zou geen zin hebben eraan mee te doen, want het gericht is aanstaande, en, die mensen die daar lopen, zijn ze óók niet voor aborteren en voor homofilie?
Dergelijke opmerkingen vind ik onzindelijk, want er zijn wel vóórstanders van kernraketten, die met "zwart geld" iets heel duurs gekocht hebben. Ik vind het trouwens toch opvallend, dat het zwarte werken nooit genoemd wordt in de lijst van volkszonden. Het lijkt me ook, dat het spreken in die trant ontmoedigend is voor degenen, die zich ijverig inzetten voor gerechtigheid of voor de vrede. En ik weet niet, of God nog in het bijzonder een "Nederlands volk" onderscheidt van de gehele wereld, die in het boze ligt, maar waarin ook Zijn Naam wordt aangeroepen en verheerlijkt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief