Geen aardse macht...
1983-12-02
“Ik weet niet wat er zal gebeuren en ik ben ook niet verlangend om het te weten. Ik weet zeker dat Hij die in de hemel is en alle dingen bestuurt, van eeuwigheid af het begin, de voortzetting en het einde van deze onderneming heeft voorzien. Ik wacht af. Wat het lot verder moge beslissen, het zal mij niet beroeren, want het zal slechts beslissen in overeenstemming met de hoogste wil. Maakt u dus geen zorgen, uw Vader weet wat gij nodig hebt nog vóór gij erom vraagt."- Jaargang 27
- nummer 43
Luther in brief aan vriend, september 1520.
Kerk en Staat gaan samen
Al kon Luther een banbul van de paus aan het eeuwige vuur prijsgeven, daarmee was hij wel in levensgevaar gekomen. Het leven van een ketter, door de Kerk veroordeeld, kon gewelddadig worden bekort... Veel gevaarlijker nog zou zijn situatie worden, als de pauselijke bul van een keizerlijke bul vergezeld zou gaan. Zodra wetten van Rijk en Kerk tezamen een mens vogelvrij verklaarden, kon je - menselijk gesproken - je maar beter gaan voorbereiden op de eeuwigheid.
En dat is nu precies wat gebeurde. Op 3 januari 1521, toen de drie maanden bedenktijd verstreken waren, verscheen de bul Decet Romanum Pontificem, waarmee de banvloek aan Luther werd uitgesproken. Hoe zou de staat hierop reageren? Ik citeer het vervolg uit het al eerder genoemde boek van Woord, Maarten Luther (uitgave Romen, Roermond, 1965): "De eerste raadsvergadering van de nieuwe 'keizer zou een van die dagen in Worms bijeenkomen, de rijksdag van Worms. Velen waren van oordeel dat het meest voor de hallid liggende was dat Luther zou worden bevolen daar te verschijnen.
Maar de kerkelijke autoriteiten verzetten zich daartegen, hetgeen natuurlijk was. Luther was geëxcommuniceerd en dat bracht mee dat christenen niet langer omgang met hem mochten hebben en dat zij, die het wereldlijk gezag vertegenwoordigden, verplicht waren overeenkomstig het wereldlijk recht tegen hem op te treden. De loop die de gebeurtenissen namen was... verward. Hij werd uitgenodigd naar Worms te komen. Deze uitnodiging werd weer ingetrokken. De keizer trachtte de rijksdag ertoe te bewegen een edict tegen Luther uit te vaardigen. maar zonder resultaat.
Opnieuw werd Luther uitgenodigd... Na veel gepraat en geïntrigeer van kerkelijke en wereldlijke autoriteiten werd Luther tenslotte verzocht naar Worms te komen.
Dit werd weer een van die reizen waarvan zoveel zou afhangen." (p. 225, 226).
In het krachtenveld der geesten
Allerlei krachten werkten, toen Luther naar Worms ging. De gewone man stond pal achter Luther.
We weten van mensen, die als vreemdeling in een stad kwamen en als eerste de vraag kregen: wat vind je van Maarten? Als men tégen de hervormer zich uitsprak, kreeg men een pak slaag!
Voor Luther werd de reis naar en van Worms - nog een hele afstand - een soort zegetocht.
Was de gewone man op de hand van Luther, hetzelfde gold van tal van edellieden en andere vooraanstaanden. Zijn beschermheer, Frederik de Wijze, stond - ondanks zijn kostbare reliekenverzameling helemaal achter "zijn' protegé.
Niet lang tevoren had Luther nog een soort prekenbundeltje voor Frederik samengesteld, waar deze hogelijk mee ingenomen bleek. Belangrijker, de adel had, niet lang tevoren, met grote belangstelling kennis genomen van Luthers werk Open Brief aan de Duitse Adel, waarin ze werden opgeroepen om als gedoopte christenen die door God op een verantwoordelijke plaats waren gesteld, op te treden tegen misstanden in de kerk. Die brief had hen veelal positief getroffen, al schrokken ze voor een aantal afwijzingen van het roomse dogma toch wel terug.
Adel en volk dus verenigd in soms fel Duits patriottisme. De keizer - die geen Latijn kende en slecht Duits sprak - was een andere mening toegedaan. De toespraak op de rijksdag van de 20-
jarige is door Todd "ogenschijnlijk een en al cliché" genoemd, maar toonden "zijn onwankelbare trouw aan de Kerk, de traditie, het verleden" (250).
Verder was daar de Kerk, die bij monde van zijn voorzitter op de rijksdag, Johann von Eek, (een ander dan Luthers grote tegenstander) hem voor de voeten gooide dat hij eigenzinnig was: "Maarten, hoe kun je wanen dat jij de enige bent die de zin van de Schrift begrijpt? Wil je je eigen oordeel stellen boven dat van zovele beroemde mannen en meen je meer te weten dan zij allen?"
"Hier sta ik" (of wat anders)
In twee zittingen werd over Luthers lot beslist. De eerste bijeenkomst vond plaats op 17 april om 4 uur. Luther werd door een achterdeur binnengebracht (vanwege het grote gedrang in de straten). Op de vraag of hij zijn ketterijen wilde herroepen, vroeg hij bedenktijd tot de volgende dag. Toen hij de volgende dag opnieuw tot de zitting werd toegelaten, sprak hij zijn bekende woorden, die bevestigden dat hij bij zijn mening bleef en niet kon buigen voor het gezag van pausen en concilies, die niet hoger stonden dan de Schrift. Ook kon hij niet in strijd met zijn geweten handelen. De beroemde woorden "Hier sta ik, ik kan niet anders" zijn mogelijk niet uitgesproken. Jammer voor mensen die van grootse redevoeringen houden, maar het effect was er niet minder om. En de woorden geven wel de feitelijke strekking weer.
Gamaliël en de overheid
Dat effect was gemengd. Er ontstond rumoer en twist, maar zelfs Luthers tegenstanders waren, volgens Todd, door zijn getuigenis onder de indruk te zijn gekomen.
"AI zijn vrienden waren tevreden. Keurvorst Frederik gaf op zijn gewone raadselachtige manier zijn goedkeuring te kennen: "Doctor Maarten heeft zeer goed gesproken zowel in het latijn als in het Duits in tegenwoordigheid van de keizer, de rijksvorsten en de standen. Maar veel te vrijmoedig, komt me voor." (253).
En de sfeer bleef redelijk en welwillend. Een aantal informele ontmoetingen vond plaats om de zaak door te praten, maar de zaak zat muurvast: traditie en gezag van de Kerk tegenover Luthers "sol a scriptura". Nadat hij eerder al een kardinaalsfunctie toegezegd had gekregen, werd hem nu de mogelijkheid geboden de leiding over een belangrijk klooster op zich te nemen. En opnieuw weigerde hij. Hij spreekt met een kardinaal en citeert de uitspraak van GamaIiël (Handelingen 5: 38 v.), als antwoord op de vraag wat men nu moet doen. Hij schrijft een korte brief aan de keizer, betuigt zijn trouwen vertrekt, beschermd door het keizerlijk vrijgeleide èn een lijfwacht. Zoals we weten, wordt hij dan "ontvoerd" en verblijft hij ruim een jaar op de Wartburg.
De keizer aarzelt zeer, weet wat hij r:iskeert, wacht tot de rijksdag officieel is afgelopen en b.v. Frederik vertrokken is. Dan tekent hij het “edict van Warms"; Luther krijgt 21 dagen uitstel. Daarna zal hij ook van rijkswege als ketter beschouwd worden. Op de Wartburg is hij echter veilig. Van de uitvoering van de rijksban komt niets terecht. Binnen tien jaar presenteert een deel der adel zich als Luthers. Opnieuw zal de keizer erbij zijn, in Augsburg in 1530. Maar er blijkt dan veel veranderd,
In het midden der cycloon
In drie artikelen iets over de geestelijke ontwikkeling van Luther tussen het jaar 1517 en het jaar 1521. Veel méér had kunnen worden gezegd, maar het ging hier om.
zeg maar, wat theologische èn wat menselijke details. Het verhaal van de reformator is in ons denken vaak wat èrg fragmentarisch. Wie weet, was zo'n “invulling" eens aardig om onder 'Ogen te krijgen. Dat hoop je dan als scribent.
Nog een paar opmerkingen achteraf. Die betreffen dan vooral de vraag: hadden de gebeurtenissen zo hoeven lopen als ze gedaan hebben? Altijd weer een hachelijke vraag; ze raakt al heel gauw aan de vraag hoe vrij degenen waren die in dit alles een rol speelden.
Ze raakt feitelijk ook al heel gauw aan de vraag: hoe is ook de Here in dit alles aanwezig geweest? Zonder dat ik me vermeet zelfs maar suggesties in die zin te gaan doen toch wat notities, voor een deel aan het boek van Todd ontleend. Deze suggereert meerdere malen dat de tegenspelers van Luther feitelijk veel minder vrij waren in hun handelen dan Luther zelf. Had deze het Woord van God, zijn geweten en zijn ervaring van door God geleid te worden, hoe stond het met de anderen? Luther riep dingen op, een storm. Maar zelf was hij in het middelpunt, waar veelal rust is.
De onmacht der machtigen
De Paus in Rome zat in eerste instantie wat ver bij de gebeurtenissen vandaan. Hij schatte de zaak niet zo goed in, zou je ook kunnen zeggen. Toen hij eenmaal de ernst van de situatie zag, probeerde hij beurtelings intimidatie, vleierij en beloning. Het werkte allemaal niet.
Maar er was nog iets. Luther was beschermeling van Frederik de Wijze. Deze was niet zomaar vorst van Saksen, maar keurvotsi van Saksen. Hij behoorde tot het college van mannen die een nieuwe keizer moesten kiezen. En die situatie werd actueel. "Keizer Maximiliaan stierf in januari 1519. In de zomer van dat jaar werd Karel V van Spanje in strijd met de verlangens van de Romeinse curie tot keizer gekozen. Tot kort daarvoor was de curie er alleen maar op bedacht geweest keurvorst Frederik van Saksen gunstig te stemmen en dus werd zijn beschermeling met rust gelaten." (Todd, 216; cursivering, PJvK). De paus had andere belangen, zaken van hogere Europese politiek. En dus was hij niet vrij Luther aan te pakken.
Dat kwam later. En toen was het - vanuit zijn standpunt bezien feitelijk te laat. Luthers theologische visies waren uitgekristalliseerd. Bovendien had de man uit Wittenberg zoveel intellectuele en nationalistische ontwikkelingen in zijn land opgeroepen dat bestrijding veel moeilijker werd.
De keizer, Karel die uit Spanje kwam, de Duitse taal niet kende en de verhoudingen niet aanvoelde, had ook zo z'n handicaps. Ik citeer opnieuw uit Todd: "Na de verkiezing van Karel V wist men niet welke houding de jonge keizer zou aannemen, noch met betrekking tot de curie noch met betrekking tot Luther: hij moest eerst orde op zaken stellen in zijn Spaanse zaken voor hij gelegenheid had naar Duitsland te komen...
De keizer bevond zich (te Worms) in een netelige positie, Verschillende omstandigheden maakten het hem onmogelijk onmiddellijk een edict tegen Luther uit te vaardigen... Hij riskeerde een openlijke opstand. (Todd, 216, 254). Hij wachtte eerst even voordat hij tot handelen overgaat. Dat is 1521. Maar dan komen zijn Spaanse zaken weer een tijdlang aan de orde.
De keizer is niet altijd zelfs in Duitsland. Het. Lutheranisme groeit inmiddels in kracht. De dreiging van de Turken aan de oostgrens van het Rijk neemt toe. De keizer heeft zijn handen vol aan die dreiging het hoofd te bieden. Pas na een aantal jaren komt voor hem de kwestie van het Lutheranisme weer echt aan de orde. Zo hebben (valt misschien te zeggen) de Turken aan de Reformatie bijgedragen, zij het zéér indirect!
Luther heeft voor die politieke aspecten niet veel oog gehad, lijkt het. Hij heeft geen berekening gekend, heeft zijn kansen te Worms niet nauwkeurig berekend, heeft niet weloverwogen een bepaalde groep mensen voor zich willen winnen. Hij heeft slechts in getrouwheid aan God willen handelen. Uit het citaat bovenaan dit artikel spreekt geen berekende man. Maar dat gezegd hebbend, hebben latere historici de vele kanten van zijn optreden, naar Duitsers en niet-Duitsers toe, naar hoog en laag op de maatschappelijke ladder, wèl onderkend. En heeft men onder andere bovengenoemde factoren opgemerkt.
Het maakt de mens Luther er bepaald niet kleiner op dat hij voor deze politieke kant van de zaak geen oog had. Hem kan moeilijk dubbelhartigheid of berekening worden verweten. Het laat ook zien dat de God waarin Luther zijn vertrouwen stelde - die een "vaste burcht" voor hem waswel degelijk dwars door "ontwikkelingen in de wereld" heen zijn Weg kan gaan.