Gereformeerde Oecumenische Synode - Kaapstad 1976 (3)
1976-11-19
Men zou bijna uit mijn vorige artikeltjes de indruk krijgen dat de GOS zich vrijwel uitsluitend met nederlandse situaties heeft bezig gehouden. Gelukkig niet! In Sydney was in 1972 een resolutie aangenomen om een studiecomité aan te stellen met de opdracht het onderwerp van de doop met de Heilige Geest te bestuderen, als een bijzondere ondervinding volgend op wedergeboorte en bekering in het licht van de Schrift en de Gereformeerde Belijdenissen.- Jaargang 20
- nummer 45
Als gevolg hiervan was in de agenda aanwezig een naar mijn mening excellent rapport, ingediend door Klaas Runia, Herman Ridderbos en Anthony Hoekerna.
Het gaat nauwkeurig na wat de Bijbel zegt over de Doop met de Heilige Geest en wat in Pinksterkringen hieronder verstaan wordt.
De conclusie van het rapport is dat de uitdrukking 'gedoopt worden met de Heilige Geest' in de Evangeliën en in Hand. 1 gebruikt wordt om er de niet-herhaalbare historische uitstorting van de Heilige Geest mee aan te duiden. Nergens in de Bijbel wordt de uitdrukking gebruikt om er een ontvangst van de Geest mee aan te geven volgend op de bekering.
Wel spreekt de Bijbel over het vol worden met de Geest maar dat is een levenslang proces. Het rapport werd besproken na voorbereiding in een commissie, en na bespreking aanvaard als een gezonde verklaring van Gereformeerd gevoelen, en aan de lidkerken aanbevolen voor gebruik in preek- en leerdiensten.
Eén dag was ingeruimd voor het houden van een conferentie over de Heilige Geest waarbij we een referaat hoorden van Prof. R. B. Gaffin over 'De Heilige Geest en Charismatische Gaven', van Prof. K. Runia over 'De Heilige Geest en de Kerk', van Prof. G. C.
Oosthuizen over 'De Heilige Geest en Cultuur'. Als zendingsman mag ik wel even erbij stilstaan dat het laatste referaat handelde over het zo moeilijke probleem van de inheemswording van Christelijke Kerken. Ieder die Prof. Oosthuizen kent en zijn boek 'Post-Christianity in Africa' - om van de anderen maar te zwijgen - zal weten dat we hier met een bijzonder gedegen en prikkelend werkstuk te doen hadden.
Sabbat-Zondag
Als gevolg van meningsverschillen in één van de lidkerken had de vorige Synode al te doen gehad met de vraag naar de verhouding van Sabbat en Zondag en een studiecommissie ingesteld om in Kaapstad te rapporteren, en duidelijk aan te geven hoe de verschillende standpunten liggen in de Gereformeerde Kerken, speciaIe aandacht te schenken aan de hiermee verbonden hermeneutische vragen en aan de praktische toepassing van het 4e gebod in de situatie waarin zowel de oudere alsook de jongere kerken zich bevinden.
Het is immers bekend dat er binnen de Gereformeerde wereld twee verschillende tradities zijn, de Angelsaksische die de Sabbat aan de schepping verankert en vandaag Zondagsheiliging als een scheppingsordinantie aanvaart, en daarom in legalisme kan vastlopen, en de Continentale die de Sabbath met het Horeb-verbond verbindt en daarom op andere gronden tot Zondagsheiliging van gans andere aard komt en kan uitmonden in Libertinisme.
Het was de broeders van de studiecommissie - zoals te verwachten was - onmogelijk gebleke - om met één rapport voor de Synode te komen. Nu lag er een Noord-amerikaans rapport van Josef A. Hill, George W. Knight en Gordon J. Spykman, maar tevens een europees rapport van J. L. Koole, J. Rinzema, J. P. Versteeg en K. Runia. Men zegge niet te snel dat er sinds het begin van de Sabbatsstrijd van de 17e eeuw niets nieuws meer over deze zaak gezegd kan worden. Beide rapporten acht ik van goede kwaliteit.
De commissie, aangewezen om beide rapporten te beoordelen, wees in beide de zwakke en sterke kanten aan en stelde voor een boodschap aan de lid-kerken te zenden waarin deze worden gevraagd samen te staan in de overtuiging dat de Dag des Heren gegeven is om als alle gaven van God tot Zijn eer gebruikt te worden, als een dag van rust, van aanbidding, van goede werken en Christelijke blijdschap. Deze dag komt niet primair tot ons als een privé-dag of als een familiedag maar als een dag die aan de kerk hoort als het lichaam van de Opgestane Heer. De Synode vermaande de kerken elkaar in hun verschillende zienswijzen te verdragen, zonder veroordelende houdingen.
Werelddiakonaat
Op verzoek van een van de kerken hield de Synode zich ook met deze zaak bezig maar ging toch niet in op het verzoek om als de Wereldraad een wereldwijd hulplenigingsfonds te stichten. Wel worden de kerken gevraagd om in in zendingswerk de nadruk te leggen op de eenheid van woord en daad. Men was wel van mening dat Gereformeerde kerken niet klaar zijn met het bewaren van de belijdenissen. Laat elke kerk waar dat maar gevraagd wordt, de barmhartigheid van Jezus Christus laten zien. De Synode machtigde de Algemene Secretaris Dr Paul Schrotenboer van Grand Rapids materiaal te publiceren dat het volk van God in de Gereformeerde Kerken prikkelt in zijn betrokkenheid in de omstandigheden die bijdragen tot de grote ongelijkheid tussen rijk en arm, en in zijn taak om zoveel als mogelijk is leed te verlichten.
Zending
Ook in de kringen van de GOS is de zending tot hen die in duisternis leven, een bijzonder onderwerp.
Aan de Synode ging een zendingsconferentie van enkele dagen vooraf (die ik helaas niet kon bijwonen) waar indringend gesproken is over de zendingstaak van de kerken en hoe deze zijn toegerust voor deze taak. Het onderwerp 'opleiding' van de verschillende medewerkers heeft in de speciale belangstelling gestaan, een onderwerp dat ook onze zending in Natal, zowel in Nqutu als in Richmond, na aan het hart ligt.
Het valt onmiddellijk op hoeveel mensen die op zo'n Synode aanwezig zijn, op de een of andere manier bij het zendingswerk betrokken zijn, en hoevelen van hen weer bij de opleiding van inheemse zendingswerkers. Het is dan ook niet te verwonderen dat getracht zal worden een lijst van opleidingsscholen en theologische kweekscholen van Gereformeerde huize op te stellen met vermelding van de taal als onderwijsmiddel, en mogelijk centraal aanwijzingen te geven voor wat aan opleiding als wenselijk wordt beschouwd voor het pastoraat.
Het is teveel gevraagd om nog meer ruimte in beslag te nemen in Opbouw voor de vele andere onderwerpen die op de één of andere wijze de aandacht hadden van de GOS in Kaapstad. De algemene secretaris die een fulltime positie heeft. zal nog maandenlang bezig zijn om, uitvoering te geven aan alles wat besloten is. Ik zal me daarom beperken tot een zaak die men dagelijks in Nederland in de kranten tegenkomt. te weten die van rassenverhoudingen in Zuid-Afrika.