Johannes is zijn naam

1983-12-23
  • Jaargang 27
  • nummer 46
Het is een regelmatig terugkerende vraag in de prediking van advents- en kers tijd) welk gebed van Zacharias het wel geweest mag zijn dat volgens de engel Gabriël nu door God zou worden verhoord. Zijn we inderdaad gehouden te denken aan het gebed dat hij lang geleden samen met zijn vrouw Elizabeth regelmatig tot God gericht had om een kind? De woorden van de engel schijnen dat te zeggen: “... uw gebed is verhoord en uw vrouw Elizabeth zal u een zoon baren…", Maar als mensen oud geworden zijn) kun je dan nog wel van gebedsverhoring spreken wanneer ze kinderen krijgen? Krijgen ze die kinderen dan nog als geschenk, of krijgen zij ze veel meer op? Ik bedoel: zijn ze dan niet meer opgave dan gave? Dit geldt te meer wanneer je je realiseert om wat voor een bijzonder kind het. bij Johannes de Doper ging. De opvoedingstaak die op de oude schouders van Zacharias en Elizabeth kwam te rusten, is niet gering geweest.

We zullen daarom de twee zinsdelen van zo even: uw gebed is verhoord, en: uw vrouw zal een zoon baren, niet kort moeten sluiten, alsof er stond dat het gebed om een kind verhoord zou gaan worden. Het zal niet zonder betekenis zijn dat de boodschap van Gabriël Zacharias bereikte op het ogenblik dat hij de ambtelijke voorbede voor Israël verrichtte, (zoals dat eens ook het geval was met Daniël, Dan 9: 20, 21).
Ik althans houd het voor onmogelijk dat terwijl heel het volk buiten in gebed was, de vrome priester binnen zich beperkt zal hebben tot de uiterlijke voltrekking van het reukofferritueel. Op zijn minst in het hárt van Zacharias zal een gebed geweest zijn, een voorbede voor zijn volk. Dat ambtelijke gebed kan door de engel óók bedoeld zijn, toen hij sprak: Uw gebed is verhoord. En waarom zouden wij geen poging doen het een met het ander te combineren en die twee gebeden tezamen te nemen? Hier dan zo'n poging.

Wat zou de priester Zacharias in de tempel gebeden hebben? Twee opmerkingen zijn te maken. In de eerste plaats was Zacharias een vrome priester temidden van veel ongelovige collega's. Zijn hart zal getrild hebben van 'Ontroering en vreugde, toen het lot hem aanwees om in deze publieke gebedsdienst voor te gaan. Wat hij zeggen zou?
Dat zal hij beslist niet aan de opwelling van het ogenblik hebben overgelaten. Het zal het gebed geweest zijn dat hij plácht te bidden, als hij nadacht over de nood van Gods volk. Maar nu kreeg hij de gelegenheid om dit gebed als een reukoffer voor Gods aangezicht te stellen (Psalm 141 : 2), in de tempel waar 't volk vergaderd was.
Het mocht aan hèm niet liggen, dat Israëls gebedsleven ingezakt en tot sleur geworden was.

In de tweede plaats was Zacharias als mens een geoefend bidder. Het leed van de kinderloosheid - toen een scherper pijn veroorzakend dan nu! - had hem en zijn vrouw daarin geschoold. Toen zij merkten dat ze alleen zouden blijven, hadden zij al biddend hun verdriet daarover opgetild tot het niveau van het leed om Sion. Zoals we dat bijvoorbeeld aantreffen in Psalm 102, waar een ellendige die voor de Here God zijn klacht uitstort, zich vanuit zijn persoonlijk verdriet naar het Sionsleed toehuilt.
Als we de lijnen van deze twee opmerkingen bij elkaar laten komen, dan mogen we zeggen dat Zacharias gebeden zal hebben: ,,O God, verlos Israël uit al zijn benauwdheden!" (Psalm 25 : 22) of iets dergelijks. Zijn ambtelijk gebed in de tempel zal z'n voedsel getrokken hebben uit zijn persoonlijk gebedsleven dat hij samen met zijn vrouw had opgebouwd, (zoals dat vaker toegaat onder Gods volk). En dat geheel ging nu verhoord worden.

Lukas maakt in zijn evangelie en in de Handelingen nogal werk van het bidden. Telkens wanneer hij een belangrijke gebeurtenis vertelt, maakt hij melding van voorafgaande gebedsactiviteit: bij de doop van Jezus in de Jordaan (Luk. 3 : 21), bij de belijdenis van Petrus (Luk. 9 : 18), bij de uitstorting van de Heilige Geest (Hand. 1 : 14; 2 : 1), bij de doorbraak van het evangelie naar de niet-Joden (Hand. 10 : 2 en 30) en bij het grote zendingsinitiatief vanuit Antiochië (Hand. 13 : 2 en 3). Duidelijk wil hij laten zien dat de Here God de beslissende dingen van zijn koninkrijk aan het rollen brengt op het gebed dat van de aarde opstijgt.
Zo nu ook plaatst hij in de ouverture van zijn evangelie het persoonlijke en priesterlijke gebed van de oude Zacharias om ons te boodschappen dat het Nieuwe Testament zelf de verhoring is van de gebeden, persoonlijk en gemeentelijk, die uit het Oude Testament opklinken.
Maar dat wil nu niet zeggen dat de oude Zacharias door de verhoring van zijn gebeden niet meer verrast heeft kunnen worden, Het Nieuwe Testament is de vervulling van het Oude, maar ver boven alle bidden en denken uit! Als immers de Here God op ons gebed aan de gang gaat, dan past Hij Zich niet aan bij de beperktheden van onze voorstelling of bij de letterlijke tekst van ons verlanglijstje. Zelfs moeten we zeggen dat we al biddend ongewenste dingen naar ons kunnen toehalen. Zoals in de Openbaring gezegd wordt: "En de rook van het reukwerk, mèt de gebeden der heiligen, steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op... en er kwamen donderslagen en stemmen en bliksemstralen en aardbeving" (Openb. 8 : 4, 5). Wij weten dan ook niet wat we bidden zullen naar behoren, maar de Geest bidt voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. Deze Geest was ook in Zacharias' gebed. Het teken van zijn aanwezigheid was het brandende reukwerk.

Op het persoonlijke en ambtelijke gebed van Zacharias nu heeft de Here God Johannes de Doper doen komen. Een profeet in de geest en de kracht van Elia, dat wil inderdaad zeggen: bekleed met 'donderslagen en stemmen en bliksemstralen en aardbeving'. Echt geen zoon die de oude dag van zijn vader en moeder kwam veraangenamen.
We mogen zelfs voor hen hopen dat zij de last van deze opvoeding niet te lang hebben behoeven te dragen, want die zal niet licht geweest zijn. Toch zei de engel: “Blijdschap en vreugde zal uw deel zijn", omdat hij met mensen te doen had die zich op God en zijn koninkrijk hadden afgestemd. Dat stempelde hun vreugde, zoals dat ook het geval was bij de velen die zich over de geboorte van de Doper verblijdden. Want Johannes de Doper vertegenwoordigde wel de sombere en dreigende kant van het koninkrijk Gods, maar de naam die hem door de engel gegeven werd luidde toch: Johannes: 'de HERE is genadig'. God zou Zich van dit ongepolijste werktuig bedienen voor wat toch een klinkklaar heilswerk zou zijn: het Zich bereiden van een weltoegerust volk.

De adventsgemeente is een biddende gemeente, ook nu. Persoonlijk en gemeentelijk smeken wij om Christus' wederkomst. Het is daarbij ook nu zo dat wat wij allen in ons eigen leven ondervinden aan verdriet en teleurstelling het gemeentelijke gebedsleven kan verdiepen en verrijken: Kom, Here Jezus, ja, kom haastig! Maar wat halen we al biddend naar ons toe en wat maken wij met onze gebeden wel niet los? Dat weten we niet. Waarschijnlijk geen comfort en gemak. Als God in onze dagen in de geest en de kracht van Elia aan de gang gaat om Zich met het oog op Christus' wederkomst een volk toe te bereiden, dan keert Hij onze leunstoelen om. Dat is zeker. Toch staat ook dan boven alles wat Hij doet de vertroostende naam van Johannes; de HERE is ook dan genadig.

Of zouden wij het optreden van Johannes de Doper als een boze droom mogen vergeten? Is het Nieuwe Testament voor ons nu wel van deze onaangename verpakking ontdaan? Johannes de Doper, die gekomen is 'geen brood etende en geen wijn drinkende', en van wie men gezegd heek hij heeft een boze geest, - is hij achterhaald? Heeft het Nieuwe Verbond met hem een te sombere start gemaakt? Ik denk dat de geest en de kracht van Elia een doorgaande actualiteit hebben tot de jongste dag toe. Jezus zegt immers dat EHa zál komen en gekomen is (Matth. 17: 10-13)? Zo moeten wij blijvend langs de prediking van de Doper heen om bij Jezus te komen, Maar zo krijgt de Here God ook door het geweld van deze grote heen een weltoegerust volk. ÁI zijn werk immers staat in het teken van deze eerste nieuwe naam van het Nieuwe Testament? Daarom mogen we ook van het nieuwe jaar met al z'n dreigende onzekerheden zeggen: Johannes is zijn naam.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief