Klacht
1983-12-23
Zoals dat elk jaar gaat, worden we ook nu weer overspoeld met kerst versjes, kerstwijdingen en zondag dan tenslotte de kerstpreken. Woorden, woorden.- Jaargang 27
- nummer 46
Kunnen we er nog inkomen, als iemand over die woorden een bittere klacht schrijft? Ik denk nu aan Barend de Goede, in zijn vers "Advent". Het verscheen in 1954 in de bundel" Vloedlijn" van prot. chr. dichters, een uitgave van Bosch en Keuning in Baarn. De Goede wil vluchten van radio en krant; de woorden spoelen immers door een dolle kraan, de dichter "vlucht als geesteskranke in 't uiterste tot God" en bidt: "Geef, Heer, zo ga ik kreunen / een Zacharias-straf! / Als gij mij nog wilt steunen, sluit dan die kranen af / en laat dan in dat zwijgen / komen als nooit gehoord / tot mijn verbijsterd hijgen / uw vleesgeworden Woord."
Hij zou wel willen, dat velen gestraft werden als Zacharias, geslagen met stomheid. Het zou voor anderen een weldaad zijn als er weinig woorden vielen rondom de kerstdagen.
In een eerder vers sprak Barend de Goede van "de nachten / van vergeefs een streling wachten" en ik denk, dat er nogal wat mensen zijn, die hem in zijn klagen kunnen verstaan. We hebben onze bijeenkomsten, de kerstwijdingen op school of van de vereniging, de kerstdiensten en de kerstfeestvieringen met de kinderen; het is overal vol, er wordt verteld, gepreekt en gezongen, maar midden tussen al die mensen zit er wel één, of het zijn er meer dan tien, die graag zouden willen dat het stil werd en dat iemand kwam om jou, al is 't maar eventjes, te strelen of dat iemand eindelijk eens één woord van waardering zei. Dat je toch je best gedaan hebt. En dat hij of zij toch echt wel van je houdt.
Wij weten exact hoe het op de kerstdagen moet. De "verkondiging" moet centraal staan en in de verkondiging moet de Vleeswording des Woords weer centraal staan. We maken dus doorwrochte preken of we horen die met instemming aan. We willen geen sentimenteel gedoe en geen oppervlakkigheid en zeker geen horizontalisme; we doen het dus goed met z'n allen, we zijn belijnd en principieel, maar waarom loopt er nu opeens iemand snikkend weg?
Hebben wij soms iets verkeerds gezegd? Maar misschien hebben we wel teveel gezegd. Mogelijk had iemand de verdrietige zomaar een zoen moeten geven; dat was wellicht alles goed geweest. Maar dat staat zo gek, dat doe je niet.