Het Liedboek
1983-12-23
Lied 227- Jaargang 27
- nummer 46
Dit Lied van dezelfde dichtervertaler vertoont zeer veel overeenkomst met het voorgaande zowel wat vormgeving als inhoud aangaat. Daarmee zijn uiteraard de bezwaren ook van dezelfde aard: "Jezus maakt ons vrij, God die ons aller Schepper zijt" (strofe 1).
De melodie die uit de middeleeuwen stamt, is erg mooi.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 228
Het verschil met de beide voorgaande liederen springt hier duidelijk in 't oog: "Christus is ten hemel opgevaren en zit aan Gods rechterhand" (strofe 1 en 2) en "de Heer verleent zijn majesteit aan Davids Zoon in eewigheid" (strofe 4). "De eenvoud maakt dit Lied aantrekkelijk. Bij de psalm die vermeld wordt in strofe 3, kan men denken aan Psalm 47 maar vooral ook aan Psalm 110: 1"
(Comp. p. 560).
Het Lied heeft zijn bekendheid meer verkregen door de levendige meeslepende melodie dan door zijn tekst.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 229
Een goede schriftuurlijke tekst: daarmee kan dit Lied in het kort worden gekarakteriseerd. Het is van de hand van een Gereformeerd predikant, "die als man van eenvoud, prediker van het heil in Christus en zanger van de genade door de Levensvorst" terecht wordt getypeerd (Comp. p. 564).
"De auteur heeft zijn tekst gemaakt bij de melodie van Psalm 21 en het schema daarvan zorgvuldig gevolgd" (Comp.).
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 230
Dit Lied wordt gekenmerkt door de sterk subjectieve, piëtistische inslag van de dichter met alle bezwaren van dien voor een goed kerklied. Daarbij vallen dan nog enkele minder geslaagde uitdrukkingen op als b.v. "held van God" (strofe 2) en "zon der zonnen" (strofe 3), terwijl vraagtekens rijzen bij de uitspraak "alle heiligen roepen luid 't hemelse hosanna uit" (strofe 3) en bij de toepassing van het hemelvaartsfeit in strofe 6: "ook bij mij moet Gij inkeren".
De mening dat dit feestlied een enorme aanwinst voor de reeks hemelvaartsliederen betekent (Comp. p. 567) kunnen we dan ook niet onderschrijven.
Jammer dat bij afwijzen van dit Lied de mooie melodie voor de gemeentezang verloren gaat.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 231
T.a.v. de inhoud van dit Lied kan worden gezegd dat deze wel bijbels verantwoord is. De vormgeving laat evenwel te wensen over, zoals b.V. in strofe 1: "wij Heer en al Uw leden", "de moed van koningen gegeven" (strofe 2) en "die Hem heeft doorsteken" (strofe 3).
De melodie is naar haar afkomst eenvoudig van structuur en gemakkelijk te zingen.
Tekst: 2; melodie: 3.
Lied 232
De zeggingskracht van dit Lied is nogal zwak, zoals b.V. in strofe 1: "Gij, Jezus Christus, blijft ons nabij op onze wegen", in strofe 3: "dat eenmaal op de eeuwige morgen uw macht het veld behoudt" en "Gij kracht, verhuld in brood en wijn... maakt ons rein" en in strofe 4: "Ten troon verheven, ons nabij, staat Gij ons in de strijd terzij. Mijn kracht zijt Gij".
De blij klinkende melodie is gemakkelijk toe te eigenen. Een moeilijkheid zou kunnen zijn "de inzet van de 4e regel die gelijk is aan die van de 2e regel, maar na 3 noten een ander verloopt heeft" (Comp. p. 573).
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 233
In de toelichting op dit Lied zegt de dichter dat strofe 1 en 2 aansluiten op de vraag aan de discipelen uit Hand. 1: 6 (Comp. p. 573). Maar dan rijst daartegen toch wel deze bedenking, dat de gemeente van nu niet in een vergelijkbare situatie verkeert. De vraagstelling in het lied kan dan ook niet als gelijkwaardig worden beschouwd. "Strofen 3 en 4 preluderen op het Pinkstergebeuren", aldus de dichter. Maar in dit verband is de zin van het eerste gedeelte van strofe 3: "uit Uw verborgenheid hebt Gij vervuld het perk van deze tijd met Gods geduld" en een gedeelte van strofe 4: "wij gaan getroost de weg van alle vlees, die onverpoosd de Zoon des mensen gaat te allen tijde", toch wel erg problematisch.
De melodie, hoewel onbekend, zal bij het leren geen moeilijkheden opleveren.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 234
"Het onderhavige Lied is geheel vrij, zonder enige opdracht of aanleiding, ontstaan, uit een verbazing over bepaalde klanken en samenvoeging van woorden, en inhoudelijk uit blijvende verwondering over het vreemde verhaal van de Hemelvaart als contrasterend met de innige gedachte van de dichte nabijheid van Jezus, op de meest redeloze momenten", aldus de dichter (Comp. p. 574). Hieraan zal dan mogelijk moeten worden toegeschreven dat het geheel een o.i. weinig aansprekende tekst bezit, terwijl daaruit ook de vlakke, alledaagse uitdrukking "te veel om op te noemen" in strofe 1 na de uitspraak: "Wat wij in Hem bezaten" (?) valt te verklaren.
De melodie is algemeen bekend.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 235
Tekst en inhoud van dit Lied zijn geheel ingesteld op de tijd tussen hemelvaart en Pinksteren. Speciaal in strofe 1 valt met "wij" dan ook te denken aan de discipelen. De gemeente van nu kan toch moeilijk de woorden in de mond worden gelegd: "Wij hunkeren naar een teken, 0 laat ons niet alleen". En dan komt daar bij de vraag wat de betekenis kan zijn van de eerste regels van strofe 2: "Wijd open staan de deuren, nu is de toegang vrij".
De melodie is dezelfde als van Lied 3.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 236
Bij het overwegen van de tekst van dit Lied komt al meteen in strofe 1 de vraag op naar de beketenis van de woorden: "de jaarkring brengt ons in zijn keer de allerschoonste vreugde weer". En in strofe 3 is de constructie van de laatste beide regels niet geheel juist: de 4e regel kan niet zonder meer aansluiting vinden bij de voorgaande regel, daar deze niet meer de inhoud is van het "schimpen". De melodie is mooi, maar niet gemakkelijk.
Tekst: 2; melodie: 3.
Lied 237 t/m241
Wanneer we ons - naar onze mening terecht - in ons spreken (en zingen) laten leiden door hetgeen er o.m. staat in strofe 5 van het voorgaande lied 236: "Wij bidden U, getrouwe Heer, geeft dat vandaag ook ons doorstraalt de Geest die van de hemel daalt", dan is het gebed tot de H. Geest zoals dat in deze liederen onder woorden is gebracht (Kom Heilige Geest) niet aanvaardbaar (zie Joh. 14 : 16, 26; 16 : 13-15).
A. t.a.v. de tekst der liederen:
het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterke piëtistische inslag:
het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst;
het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen:
het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie;
het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort;
het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.