Kerknieuws
1976-11-26
AANGENOMEN naar Steenwijk: Ds J. Verhoeff, legerpredikant te Zuidlaren.- Jaargang 20
- nummer 46
HEEMSTEDE - Uit de "Kerkbode van Gereformeerde Kerken in Noord- en Zuid-Holland nemen we het volgende verslag over van de Gemeentevergadering - Dinsdag 2 november mochten we onze eerste gemeentevergadering in dit seizoen houden. Os Schuurman opende deze vergadering met het laten zingen van Ps. 33: 1 N.B., ging voor in gebed en las uit de Schrift Openb. 5 : 6-14. Na zijn blijdschap uitgesproken te hebben over de goede opkomst (37 zusters en broeders) gaf hij een beschouwing over de vraag zijn we met alle vernieuwingen in de kerk op een hellend vlak? Waar gaan we naar toe? Is er nog wel verschil in de vorm van onze eredienst en van b.v. de synodale kerken, met tegelijk de tegenvraag, of dat beslist noodzakelijk is. Het belangrijkste is, houden zij zich, en houden wij ons aan de norm die de Here in zijn Woord heeft gesteld, en doen wij dat ook in het vertonen van een echt christelijke levenswandel. Daarbij vergeleken is de vorm van onze eredienst secundair. Een van de zaken die deze avond in discussie komen is het zingen van de geloofsbelijdenis, of dat moet blijven zoals het nu is, nl. alleen op de eerste zondag van de maand, of dat We dat meerdere malen moeten doen. Ds Schuurman meent dat ook de reformareren het zingen van de geloofsbelijdenis hebben voorgestaan; het bezwaar dat de melodie rooms aandoet acht hij geen voldoende grond. Een tweede punt dat aan de orde zal komen is het voornemen van de kerkeraad uit het Liedboek van de kerken een tiental liederen te selecteren voor gebruik in de eredienst. De kerkeraad heeft zich met betrekking tot deze zaak indertijd gewend tot de vergadering van de regio waartoe wij behoren. De kerken in "deze vergadering vertegenwoordigd waren hierover verdeeld, zoals er ook in de kerken een verschillende gedragslijn wordt gevolgd. Maar ook de uitbreiding van de bundel enige gezangen door de synode van 1933 kan als bewijs dienen, dat invoering via het gehele kerkverband geen garantie van slagen geeft. Nog kort spreekt Ds Schuurman over de achtergrond van de veranderde wijze van zitten in de kerk van de ouderlingen, nl. dat zij daardoor meer zicht op de gemeente hebben. Ook het afschaffen van de zgn. 'tafelwacht' bij de viering van het Avondmaal wordt door hem besproken. Hierna wordt gepauzeerd.
Na de pauze komt allereerst in bespreking het punt van het zingen van de geloofsbelijdenis. Meerdere broeders en zusters laten hierover hun licht schijnen.
Hoewel in deze zaak niet direct van voor- en tegenstanders gesproken kan worden waren de meningen wel verdeeld van geen bezwaar tot warme voorstanders.
Verschillende manieren waarop we als gemeente ons geloof kunnen belijden worden naar voren gebracht, waarbij een van de broeders op verdienstelijke wijze een solistisch optreden ten beste gaf. De indruk is dat een meerderheid van de leden er voor is de predikant of de ouderling die de dienst leidt daarin meer vrijheid te geven, niet meer vast te houden aan alleen de eerste zondag van de maand en met de in deze bespreking naar voren gebrachte wensen en bezwaren rekening te houden. Bij het punt selectief de meningen hierover sterk verschillend gebruik van het Liedboek bleek wel dat waren, en dat er broeders en zusters zijn die hier beslist tegen zijn. De een meent dat we onszelf een verarming opleggen door geen N.T. liederen te zingen (ook niet thuis?), en de ander vreest dat invoering van een selectie uit het Liedboek nu, t.z.t. op een normaal gebruik daarvan zal uitlopen. Ook meent men dat dit een zaak is die door het kerkverband moet worden beslist, en dat invoering / van deze selectie een struikelblok kan zijn op de weg naar hereniging met hen die' ons het naast staan. Behalve het Liedboek zijn er volgens een andere' broeder nog voldoende schriftuurlijke liederen die we zingen kunnen. De gedachte wordt geopperd wanneer de selectie gereed is deze aan de gemeente ter toetsing voor te leggen. Hiermede zijn de voornaamste punten uit deze vergadering vermeld. Op verzoek van ds Schuurman dankt br Wierenga met ons.
EINDHOVEN - Het leven van de Christenen - Voor hen, die de gespreksdag niet hebben bijgewoond, volgen hier de vragen, waarover met elkaar gesproken is.
1. Wanneer bij de heersende zeden en gewoonten steeds weer de normen van Gods Woord worden losgelaten, moet de kerk (b.v. kerkeraad. gemeentevergadering) dan in gewichtige zaken een uitspraak doen (b.v. abortus, samenleven buiten het huwelijk)?
2. Zou het zinvol zijn om zichzelf (en zijn kinderen) beperkingen op te leggen en om met elkaar als gemeente een zelfde gedragslijn te volgen in zaken waarin wij van mening verschillen, omdat de Schrift er geen (duidelijke) uitspraak over doet, of omdat wij de Schrift op een verschillende manier uitleggen( zoals b.v. sportbeoefening op zondag)? Zo ja, hoe zouden we zo'n afspraak met elkaar kunnen maken?
3. Hoe weten wij, wat Gods wil is voor ons leven en hoe wij ons moeten gedragen (zie b.v. Rom. 12: 2, Ef. 5: 17).
Mogen wij ook om tekenen bidden (zoals bij het vlies van Gideon, Richt. 6: 36-40)?
4. “Het leven van de christenen is de enige bijbel, die de wereld leest". Toch komen wij niet altijd over als leesbare brieven van Christus (2 Cor. 3 : 3). Ook vallen wij niet altijd op door onze wijsheid, hoewel de vreze des Heren daarvan het begin is.
a. Hoe komt dat en wat zouden wij er aan kunnen doen?
b. In welk opzicht zou ons leven zich van dat van ongelovigen moeten 'onderscheiden?
5. De bijbel zegt, dat we sober moeten leven (1 Tim. 6: 8). Moeten wij deze regel nog steeds precies zo toepassen?
Vindt u in verband hiermee, dat een christen voorstander moet zijn van het verkleinen van het verschil tussen rijken en armen (nivellering), ook als dit ten koste zou gaan van je eigen welvaart, of moeten wij juist trachten de bestaande maatschappelijke situatie te behouden?
6. Er zijn veel mensen buiten onze kring, die hulp nodig hebben, zoals eenzamen, ouden van dagen, armen, verslaafden.
Het Leger des Heils wordt ons vaak voorgehouden als voorbeeld van een goede manier van christelijke hulpverlening.
Ook door niet-christenen wordt vaak hulp geboden op een juiste wijze (denk b.v, aan het geven van warmte en gezelligheid in de zgn.”Kerst-inns").
Hebben wij persoonlijk en als gemeente ook een taak tegenover bovengenoemde mensen en ook tegenover de “derde wereld"
in onze naaste omgeving (Surinamers, gastarbeiders)? Zo ja, op welke konkrete manier zouden wij tot zegen kunnen zijn? Heeft de diakonie hierin ook een taak?
(Uit “Kontaktsleutel" - kerkblad van de Chr. Geref. en (Vrijgem.) Geref. Kerk te Eindhoven, d.d. 5 nov. 1976)