HEBREEËN 12:4-8

1976-12-03
  • Jaargang 20
  • nummer 47
Vieze woorden?
De uitgave van "De wereld van Cornelis Jetses" doet de tijd van "Ot en Sien" herleven. Schijnbaar --- want een school met spaans rietje en plak is beslist verleden tijd. En "je hand ophouden" heeft in de tegenwoordige tijd wel een andere klank gekregen.
Die "goeie ouwe tijd" is op vreemde wijze in zijn tegendeel verkeerd. Woorden als "tuchtiging" en "kastijding" zijn zo ongeveer vieze woorden geworden.
De schrijver van de brief aan de Hebreeën gebruikt ze echter vrijmoedig, terwijl hij met instemming de Spreukendichter citeert. In zijn tijd waren opvoeding en hardhandigheid nog geen tegenstelling, al was het toen ook geen spartaanse opvoeding meer.
Sterker nog: hij durft te beweren dat de HERE God daar ook niet afkerig van is, gezien het citaat van Spr. 3 : 11 v. (vgl. ook Spr. 13: 24; Job 5: 17v. en Deut. 8 : 5). Bepaald geen symptomen van een slappe opvoeding.
Slap was wel de houding der Hebreeën: slappe handen, knikkende knieën (Hebr. 12 : 12). Ze dreigden van het geloof af te vallen (3: 7 v.v.) - daarom is - deze brief geschreven.

"Volharding" het trefwoord
In dat stramien past het "verwijt": gij hebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde. "Het beeld van de wedloop (12 : 1) maakt plaats voor dat van de vuistkamp" .
De vuistkamp is geen slag in de lucht (vgl. 1 Cor. 9 : 26): er is een tegenstander. Die wordt met name genoemd: de zonde. Wat of wie wordt daarmee bedoeld? Hun eigen zondigheid? Gezien de aansporing alle "last en zonde" af te leggen (vs 1) is dat niet onmogelijk.
Maar dwingend is het ook weer niet: "de zonde" kan ook een personificatie zijn van de boze machten van buiten af, waarmee Gods kinderen te maken krijgen. In de gestalte van de keizer tot en met diens plunderende soldaten.
Niet voor niets heeft de schrijver eerst Jezus als de leidsman en voleinder des geloofs voor het voetlicht gebracht (vs 2). Wat ondervond Jezus? Tegenspraak en tegenstand van "de zondaren".
Maar Hij nam het kruis op zich en sloeg geen acht op de daaraan verbonden schande. Hij "verdroeg": Hij zette zijn schouders eronder. Hij volhardde en hield vol. Volharding schijnt het trefwoord in deze passage. Eerst: met volharding de wedloop lopen (vs 1). Verderop: volhardt tot (uw) opvoeding (vs 7; vert. Grosheide). Jezus stelde als leider des geloofs volharding tegenover de tegenstand. Wat moeten de Hebreeën doen? Hem volgen!

Neem goed en bloed ons af?
In dat kader past het "nog niet ten bloede toe weerstand geboden". Wel hebben zij met de gevangenen mede geleden (wat meer is dan medelijden). Ook hebben zij de roof van hun bezittingen blijmoedig aanvaard ( 10 : 334). Doe het ze maar eens na! Maar daar trokken ze dan ook een streep: het moest hun geen bloed (hun leven) gaan kosten. Zo was het mooi genoeg.
Wat hun bezit betrof gaan ze akkoord. Gaar het om hun leven.
dan laten ze het afweten: knikkende knieën, slappe handen. Ze vergeten dat hun Leidsman die streep niet trok: Hij nam het kruis op zijn schouders ...
Maar dan vergeten ze ook de vermaning en vertroosting: mijn zoon acht de tuchtiging (ook: opvoeding) des HEREN niet gering en wordt niet uitgeblust als gij door Hem besraft (ook: correctie) wordt!
Die tuchtiging en correctie is niet zin-loos, heeft een doe1. Wat staat God voor ogen bij Job?
Bij Jezus. die gehoorzaamheid geleerd (!) heeft uit hetgeen Hij heeft geleden (5 : 8) ? Wat wil God demonstreren en bereiken?
Zijn doel: het weerstaan van de macht der zonde tot het bittere einde. Het bewijs dat Hij niet -gediend wordt om het bezit (Job 1 : 8). maar "om niet". uit pure liefde. liefde zonder grenzen.
Jezus' liefde kende geen grens -- zelfs niet als het om Zijn bloed.
Zijn leven ging ...

Vaderlijke bezorgdheid
Wie vormen Gods demonstratiemateriaal in deze wereld? Luister: wien Hij liefheeft, tuchtigt de HERE, en Hij kastijdt lederen zoon, dien Hij liefheeft! Vandaar het verwijt, dat zij de vermaning/vertroosting vergeten, die tot hen als tot zonen spreekt ...
Zo bezien is het een hele eer. Zij moeten het zich tot een eer rekenen, dat God hen als zijn zonen behandelt. Ze zijn niet de eersten de besten!
Daarom (vs 7): volhardt tot (uw) opvoeding (vertaling Grosheide).
Parallel daarmee: God behandelt u als zonen! Inbegrepen alles wat daartoe dienen kan.
Is dat niet de praktijk van het alledaagse leven?
Is er wel een zoon. die zijn vader niet tuchtigt?
Dat betekent natuurlijk niet, dat het zonder meer pleizierig is. Zo dom is die schrijver ook niet en zo goedkoop doet hij Gods kinderen te lijden hebben ook niet af.
Even verder laat hij dat duidelijk blijken: alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen; doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid (vs 11)!
Sleutelwoord Blijft gij echter vrij van de tuchtiging.
die allen ondergaan hebben (waaraan geen kind ontkomt) ...
Dat "vrij blijven" kan nooit betekenen: er toevallig buiten vallen.
Want (allen die echt kind. zoon zijn) ondergaan haar. Geen kind/ zoon ontkomt eraan.
Maar je kunt je wel "vrijblijvend" opstellen, voor de eer bedanken, je er ver van houden, je distantiëren.
Je kunt er met een grote boog omheen lopen, je op een afstand houden. Je kunt een grens trekken of omgekeerd: God niet grenzeloos liefhebben als Vader,
je niet volledig inzetten. Het af laten weten op een gegeven ogenblik: afvallen van het geloof.
Je kunt zeggen (en die Hebreeën zeiden het) : dat wordt me te gortig. Dat kan. En het is, menselijk gesproken, begrijpelijk.
Maar één ding moet je dan wel onthouden: blijft gij echter vrij van de tuchtiging ... dan zijt gij bastaards, en geen zonen.
Naar een bastaard, naar een kind dat niet van hem is, kijkt de vader niet om. Zeker niet in de wereld van toen. Daar besteedt hij geen zorg aan, daaraan maakt hij zijn handen niet vuil. Daarvoor zet hij zich niet in en daarvoor doet hij geen moeite.
Maar voor een (eigen) zoon spaart hij kosten noch tijd. Diens toekomst staat hem altijd voor ogen: hij hoopt dat hij in zijn zoon een waardige opvolger vindt, waarvoor hij zich niet hoeft te schamen. Zijn evenbeeld.
God wil ons als zonen behandelen!
Niets meer of minder!
Terecht m.i. zegt een uitlegger zo ongeveer: die spreuk uit het Oude Testament kan tot hulp en troost zijn. omdat het de sleutel is tot een goed begrip van de situatie der nieuwtestamentische gemeente.
Dat sleutelwoord is: lijden heeft zin. Het kan, onder de goede hoek bezien, reden tot vreugde zijn (Hand. 5 : 41; 1 Petr. 1 : 6 v.v. enz.). Zelfs al doet het pijn ...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief