GEMENGDE NOTEN

1976-12-03
  • Jaargang 20
  • nummer 47
Vandaag wat uiteenlopende opmerkingen van onze lezers. In oude almanakken noemde men dat "mengelwerk". Een Engelse catalogus veegt alles wat niet in een bepaalde rubriek thuishoort op de hoop "miscellaneous". In de krant heet dat "gemengd nieuws". Wij noemen de reacties van onze lezers vandaag met een modern woord uit de notenshop. Elke opmerking van lezers is welkom. Al kan niet op elke noot worden ingegaan.

Allereerst zond een lezer me een stukske uit de Sunday Times en daaruit een artikel van John Whale Over de kansen van een opleving van de Schotse taal. Een oud verhaal uit de betere Cambridqe kringen vertelt van een kruidenier, die op zijn sterfbed Hebreeuws studeerde, om straks tussen de bijbelheiligen niet met de mond vol tanden te staan.

Maar de tegenwoordige vertalingen van de Bijbel maken duidelijk aldus de schrijver - dat de engelen meer open staan voor vreemde talen dan een kruidenier zou denken.

Volgen citaten uit Welshe, Ierse en Schotse bijbelvertalingen, die zo ver van het Engels staan als het Fries van het Nederlands. Feit is dat de Schotten zichzelf en hun taal zo respecteren: dat zij voor plechtige gelegenheden, voor in memoriams, voor hun liederen en voor volksfeesten het liefst zich van het gaelic (Schots Keltisch) bedienen. Als de bemoeizucht van de betweterige Engelsen eens kon ophouden, zegt John Whale, zouden ze al een stuk geholpen worden (bij de ontwikkeling van een eigen cultuur) rana viridissima noemde; sinds Linnaeus heet het beestje rana esculenfa.

Dat is sedert 1758 en Linnaeus, die in Harderwijk woonde, kan de voorouders van onze groene kikvors nog hebben gekend. Ik had de naam van een oude vriend gekregen, die wel vreselijk veel van dat goed afweet, maar geen reguliere biologie studeerde. Hij beriep zich achteraf op een oud handboek, maar dat zal wel achterlopen. Toch leuk, zo'n kleine correctie; het is bemoedigend, door vaklieden serieus te worden genomen.

Bij de artikelen, in het "jaar van de vrouw" aan onze zusteren gewijd, trapte ik een liberale feministe op de tenen. Onhoffelijk gewoon! Die vond dat ik eens "zonder spot over vrouwenzaken" moest kunnen schrijven.
Ze vond ook, dat ik me een beetje laf indekte tegen de mannenkritiek van "neem jij wijven serieus?" Zulks noopte me tot enig zelfonderzoek.

Toch geloof ik dat deze schrijfster abuis was. Ik neem onze zusteren zo serieus als mezelf en ben eerlijk blij, een paar artikelen te hebben mogen plaatsen, die onze vrouwen enig recht deden. En helemaal abuis was ze, toen ze besloot: "die onbevlekte ontvangenis moet u toch ook eens op de emancipatorische toer onderzoeken. Daar' klopt beslist iets niet". Om dat laatste heb ik haar, omdat ik ook haar serieus neem, als volgt geantwoord: "Deze brief zou niet af (eerder laf) zijn, wanneer ik niet op uw slotregel inging. U kent God de Vader, zie ik met blijdschap? De gever van alle goeds, van IQ's, van talenten en van levensvreugde? Fijn.

Dan hoop ik dat U ook zijn Zoon Jezus Christus mag kennen, die zoals Jesaja al eeuwen tevoren voorzegde - uit een maagd geboren is.
Dat wonder kan voor U en voor mij onaanvaardbaar groot zijn - maar daar blijft het reëel om. Zo is een wonder. Deze onbevlekte ontvangenis staat vast: niet omdat zij een kerkelijk leerstuk is, niet omdat Grieken en Tibetanen en anderen ook goden~zonen kenden, niet omdat wij deze zaak tegen emancipatie moeten beschermen - maar omdat, zoals het Evangelie zegt, God de Vader op déze wijze "de wereld met Zichzelf verzoende". Een wonder? Ja, Goddank!"

Naar aanleiding van enkele zomerartikelen over slangen en kikvorsen in de tuin schreef me een bioloog: dat ik de groene kikvors ten onrechte Een zuster onder ons klaagde dat ze zich zo ongelukkig voelt met de platte wijze, waarop onder ons de kerkmuziek soms wordt getrakteerd.

Ze las van tijd tot tijd in Opbouw artikelen, die een goede kerkmuziek aanmoedigen - maar als ze zelf in haar milieu gehoor trachtte te vinden voor een verbetering van het treurige niveau ... vocht ze tegen de bierkaai. Bij muzikaal on- en minvermogende lieden vond ze onbegrip en hoon. "De meesten geven niet om muziek en als er weer zo iets gepasseerd is lachen ze een beetje van: heb je weer wat uitgehaald?" Ze vraagt zich af: "is dit nu een ijveren voor de Heere of vind alleen ikzelf het zo prettig om goede muziek te horen?"
Met die laatste vraag is ze u, vrolijke lacher, juist een slag voor. Waar u misschien niet voor open staat - dat is voor haar een gewetensvraag.

U denkt wellicht: ik geef niet om muziek en daarom kan me de muziek en zang in de kerk niets schelen. En u denkt vervolgens wellicht: zij geeft blijkbaar wel om muziek; en daarom mot het mens goede muziek in de kerk horen. En u lacht om haar kortzichtig egoïsme.
Maar lach niet te vroeg. Er is nog een derde mogelijkheid: dat de Heere God graag gediend wil zijn door schone zang en welluidende muziek. En laat dát nu op vele plaatsen in de Bijbel zo staan omschreven!

En laat de Heere God nu vele talenten geven aan sommigen en een zuiver gehoor aan anderen; een fijn gevoel aan derden en een nauw luisterend kunstzinnig geweten aan nog anderen. Bent u het lachen verleerd? Luister dan voortaan wat meer naar het muzikale geweten van uw gemeente. En zeg nooit: het is voor domme mensen goed genoeg; want dat hale u de koekoek. De vraag is: of ons lofoffer, de varren der lippen zegt de Schrift, voor de heilige God goed genoeg is.
Niet de middenmaat. niet de meerderheid moet hierin spreken - maar de muzikale voorwerker!

Een broeder schreef me aan over de artikelen inzake van de Leviathan.
Hartverwarmend, deze serieuze reactie. Hij gaf me een fotocopy van een deel, uit "De Bijbel ontdekt in aarde en steen" van G. Ernest Wright. Die wijst er op, dat van oude tijden af de leviathan, de zeeslang (ook de zee) symbool is geweest van de chaos, de satanische machten van voor de schepping, die in de eindtijd vernietigd worden ("En de zee was niet meer ... "). Misschien komen we daar nog wel eens op terug. Er was meer belangstelling voor de Leviathan dan ik durfde hopen; ik mocht er zelfs een lezing over houden, waarna de meest kritische hoorder zei: ik kan geen redenen vinden om niet aan de leviathan te geloven.

En dan hebt u een artikelenreeks doorgeworsteld over procentueel gelijke belastingplicht. Na de gedachte, die prof. Hartog uit Engeland naar hier importeerde, schreef br J. B. Vos te Amsterdam een breed betoog, dat geheel in Opbouw is afgedrukt. U vond het in de nummers 27 augustus, 3 en 10 september. Br Vos schreef eigenlijk twee dingen: 1) prof. Hartog vergist zich als hij het netto inkomen in Nederland op gemiddeld f 40.000 stelt want zo en zo; 2) een procentueel gelijke belastingplicht zou een onaanvaardbare denivellatie van inkomens geven want zo en zo.

Daar ik geen econoom ben ging ik uit van de cijfers van prof. Hartog.
Naderhand toonde br Vos echter met hulp van een beschouwing in de fiscale pers aan: dat prof. Hartog met zijn gemiddeld inkomen iets anders dan het gemiddelde belastbare inkomen had bedoeld. Prof. Hartog had namelijk een term van de financiële overheid (nationale rekeningen) gebruikt, waarbij het belastbare loon wordt verhoogd met sociale premies, lijfrenten, sociale uitkeringen en zo. Br Vos had dus op het eerste punt gelijk; wij danken hem voor zijn correctie en aanvaarden ons ongelijk.

Met het tweede deel van zijn betoog, dat sterk politiek getint was, ben ik nog steeds niet gelukkig. Het had weg kunnen blijven, wat mij betreft.
De redactie geeft de mogelijkheid, dat br Vos hier nog eens in het kort en meer genuanceerd op terug komt - maar dan buiten "mijn" kolom. Aangezien inkomensverdeling ons allen aangaat en wij allen worden geacht naar rechtvaardigheid te streven, kan het onderwerp ons allen boeien.

Tenslotte die broeder in Canada, die over dezelfde reeks schreef. Hij herinnerde zich ook de dertiger jaren. Ook hij zat, als ik, in 1931 zonder winterjas. Hij was toen kwekeling bij het lager onderwijs. Met acte - maar zonder salaris. Hij bofte: de schooljuf raakte ziek en hij mocht invallen voor haar. Zo verdiende hij haastig een winterjas. Voor de kou inviel. Want Gods voorzienigheid gaat verder dan een kruidenier soms zou denken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief