De Messiaanse verwachting in de tijd van Mozes (1)

1976-12-10
  • Jaargang 20
  • nummer 48
Omdat ik slechts een kwartier heb om over de messiaanse verwachting in de tijd van Mozes te spreken, lijkt het mij het beste, mij te beperken tot het belangrijkste Schrift-gegeven op dit punt: het woord uit Deut. 18 : 15 v.v., waar Mozes zegt: "Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, gelijk ik ben, zal de Here uw God u verwekken; naar hem zult gij luisteren." Dit woord is in het Nieuwe Testament tot tweemaal toe op de Here Christus toegepast, door Petrus in Hand. 3: 22 v. en door Stephanus in Hand. 7: 37. In het N.T. dus functioneert dit woord als een messiaanse tekst: was dat ook al het geval in de tijd van Deuteronomium?
Heeft Mozes er de Messias mee aangekondigd?

In vroeger tijd zei men op deze vraag tamelijk gemakkelijk "ja".
Dat kwam doordat men de Bijbel heel sterk zag als het woord van de Heilige Geest en van de Heilige Geest alléén. Daardoor vielen tijdsafstanden binnen de Bijbel eigenlijk wat weg. Tegenwoordig let men, ook in kringen waar men de Bijbel als het Woord van God belijdt, toch tegelijk sterk op de mensen die de Heilige Geest bij het tot stand komen van de Bijbel heeft ingeschakeld. Daardoor komen tijdsverschillen meer tot hun recht. Als dan de vraag gesteld wordt: heeft Mozes met dit woord uit Deuteronomium de Christus aangekondigd. is men veel behoedzamer met het antwoord.
Het historisch besef ten aanzien van de Bijbel ziet dat de oude profeten gezocht en gevorst hebben (zoals in 1 Petr. 1 : 10 staat) en dus niet rondliepen met kant en klare voorstellingen omtrent het hoe van de vervulling van hun voorzeggingen. Het was wat dat betreft bij hen een tasten en een vermoeden.

Veel zekerder waren diezelfde profeten als het ging over de vraag wat hun boodschap te betekenen had voor hun eigen tijd en voor de direkte toekomst. En dus doet men nu in de bijbeluitleg z'n best die eerste dichtbije betekenis van de profetiën heel duidelijk in het licht te stellen. Het vraagstuk van de messiaanse voorzeggingen in het O.T. beantwoordt men vandaag dus meer langs een omweg dan vroeger.
Bekeek men vroeger de Bijbel als een foto: alle gegevens stonden alshetware tegen één wand, zodat alles een zekere gelijktijdigheid bezat - vandaag beziet men de Schrift meer als een dia: men ziet het historisch na elkaar beter en neemt de historische situatie waarin een woord gezegd is geworden, serieuzer.

Zo nu ook bij dat woord uit Deut. 18. In plaats van er rechtstreeks mee naar het N.T. te gaan. bekijkt men het eerst eens in z'n eigen situatie. Dat is winst, vind ik.
Daardoor namelijk zie je, hoe de Here God met zo'n woord Zijn volk in die tijd gespijzigd en gelaafd heeft; hoe Hij hen in dat heden hun dagelijks (geestelijk) brood gegeven heeft.

"Een profeet zal Ik u verwekken ... ". in wat voor verband wordt dat gezegd? Als we daar op letten. blijkt. dat de profetie hier verschijnt als het alternatief voor de waarzeggerij. Daarbij moeten wij vergeten, dat waarzeggerij voor ons iets is, dat voorkomt aan de randen van het leven. Wij zijn niet geneigd het helemaal serieus te nemen. Het oude nabije oosten daarentegen was gedrenkt in de waarzeggerij. Bij óns leidt het een subcultureel bestaan, maar in de hoogontwikkelde cultuur van Babel b.v. speelde het een officiële en geweldig grote rol. Kijk maar naar de uitgebreide omina-literatuur die daar gevonden is. De voortekenduiding stond daar in zeer hoog aanzien. Dat zal in Kanaän net zo geweest zijn, zodat het letterlijk te nemen is, als er staat in vers 14: "Want deze volken, die gij verdrijven zult, luisteren naar wichelaars en waarzeggers".
Als vólkeren luisteren zij er naar. Niet maar, dat de mensen zo af en toe, in 't geheim, een waarzegster bezochten, zoals later Saul deed bij de heks van Endor, maar het gehele openbare leven was er door gestempeld.

Denken we ons dat eens in. Het hele leven van die volkeren moet daardoor iets fataals gehad hebben,
een trek van berusting in het onvermijdelijke, want dat is het kenmerkende van de waarzeggerij, dat ze de eigen verantwoordelijkheid niet stimuleert. Verder valt ook te denken aan het vage van de waarzeggerij. Geen klare boodschappen, maar dubbelzinnige aanwijzingen, die expres dubbelzinnig gehouden werden om de kans op het gelijk te vergroten, want het gaat de waarzeggerij meer om haar eigen gelijk, dan om de toerusting der mensen.

In Israël is nu het leven op andere leest geschoeid geweest. Men behoefde in Israël niet wantrouwig de informatie uit de goddelijke wereld te stelen. (want inderdaad is de drijfveer van de waarzeggerij het wantrouwen jegens God) nee, - de Here zal een profeet verwekken, en die tal openbaring doorgeven, zoveel als Israël nodig heeft om volk van God te zijn.
Hier mogen we nog wel een ander woord uit Deut. bij betrekken, 29 : 29: "De verborgen dingen zijn voor de Here onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd, opdat wij al de woorden dezer wet volbrengen".

De verborgen dingen, daar werpt de waarzeggerij zich op. Men durft die niet aan de Here over te laten, omdat God o eigenlijk niet te vertrouwen is.
Zodat er in de waarzeggerij een aandachtsverschuiving is: vàn de verantwoordelijkheid, náár het lot. Te weten hoe het in bijzonderheden met je zal gaan is belangrijker dan te weten wat je als verantwoordelijk mens moet doen.
En dat is nu bij de profetie anders.
Hoe 't met je zal gaan. die verborgen dingen, geef die maar over. De Here is je verbondsgod.
Hij zal je niet bedriegen. Maar wat we zullen doen, hoe we ons zullen gedragen "opdat wij al de woorden dezer wet volbrengen" zoals er staat. ja, daar gaat de belangstelling van de profetie naar uit. Profetie wil mondige mensen maken.
Natuurlijk heeft profetie het ook over de toekomst, over wat er zal gaan gebeuren. Het is niet enkel afkondiging van geboden. Maar ook als de profetie 't over de toekomst heeft. over wat God zal gaan doen. krijgt de mens daar toch altijd een verantwoordelijke plaats in aangewezen.

Wanneer Mozes 't over deze dingen heeft. haalt hij zichzelf aan als voorbeeld. Een profeet zal de Here verwekken, gelijk mij. En inderdaad. als we in Mozes' wet lezen, treft ons de klaarheid en overzichtelijkheid. Hij opent een wereld, waarin de mens z'n verantwoordelijke plaats duidelijk krijgt aangewezen. Mozes' wet daarvan zegt Psalm 19 zo fijn: “De wet des Heren is volmaakt.
zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandigen.
De bevelen des Heren zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des Heren is louter, het verlicht de ogen ... Ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen, in het houden ervan ligt een rijke beloning."
Zeker, in Mozes' wet staat veel, dat we ook in andere wetsverzamelingen, bijvoorbeeld uit Babel, kunnen vinden. Dat heeft de wetenschap van de spade wel aan het licht gebracht. Maar het heeft daar allemaal niets met God en het dienen van Hem te maken.
Het staat daar buiten de religie.
Gaat 't daarover, over de religie, dan kom jein een onscherpe schemerwereld terecht. Dan wordt de mens geen duidelijke weg en verantwoordelijk handelen gewezen. Je treed dan een wereld vol tegenstrijdigheden binnen.

Bij Mozes is het religieus en toch klaar en duidelijk. Bij Mozes is er de Here en toch tegelijk een helder klimaat waarin de mens geleerd wordt hoe hij wandelen moet.
En, zegt Mozes, zo zal het nu ook in de toekomst zijn. Een profeet zal de Here verwekken, gelijk mij.
Let daarbij op het enkelvoud.
Juist dat enkelvoud deed de mensen vroeger zeggen: 't gaat over de Christus. Dat was niet fout.
We moeten dat alleen niet te vlug zeggen. Dat enkelvoud heeft ook een betekenis die nog dichterbij Mozes staat. Het steekt namelijk opmerkelijk af tegen de meervouden, die Mozes gebruikt als hij 't over de waarzeggerij heeft. De verscheidenheid van termen eerst al, in de verzen 10 en 11: de waarzegger, de wichlaar, de uitlegger van voortekenen, de tovenaar, de bezweerder, degene, die de geest van een dode ondervraagt, degene die de doden raadpleegt. Zeven aanduidingen" die er op wijzen, over wat voor een hoog ontwikkeld gebied 't hier gaat in die oude cultuur. En dan, vers 14: deze volken luisteren naar wichelaars en waarzeggers, meervoud. Maar de Here zal u een profeet verwekken, enkelvoud.

Natuurlijk zijn er later reeksen profeten gekomen, meervoud dus.
En toch zegt Mozes: een profeet.
Me dunkt, dat wijst op de eenheid van de profetie. Die gaat dan ook terug op de éne Here. En hier mag je dan ook wel denken aan het woord uit Deut. 6: Hoor, Israël, de Here onze God, de Here is één. In het heidendom was er een veelheid van goden en daardoor een veelheid van tegenstrijdige belangen. De mensen moesten daar tussendoor schipperen.
Geen wonder, dat de wereld van het goddelijke geen vertrouwen inboezemde. Geen wonder, dat er zoveel religieuze technieken bestonden, om deze goddelijke wereld de informatie te ontfutselen.
Maar in Israël heerst eenheid en eenvoud.

Welnu, van hieruit kijken we nu naar het N.T. Naar Jezus Christus.
Inderdaad is Hij de vervulling van wat Mozes hier aangekondigd heeft. Bij elke profeet die na Mozes in Israël optrad, was er een stukje vervulling, maar bij Christus is er de uiteindelijke vervulling. Hij is de profeet die in de wereld komen zou, zoals 't in Joh. 6 staat. Hij heeft, zegt de Heidelbergse Catechismus, de verborgen raad en wil Gods tot onze verlossing volkomen geopenbaard. En bij Hem is er ook de duidelijke weg van echt menselijk, verantwoordelijk handelen.
Zo komen wij dus óók bij Christus uit. Alleen langs de omweg van het ingaan op Mozes en zijn tijd. Wat levert ons deze omweg nu op? Nu, de waarzeggerij is vandaag niet dood. Zij neemt toe.
Naarmate het evangelie van Jezus Christus uit de publieke samenleving verdwijnt, komt het oude alternatief, de waarzeggerij en aanverwante zaken, weer krachtiger op. Zodat we, als in Mozes' dagen, weer op een profetisch eilandje komen te staan in een zee van religieuze en semireligieuze technieken. Op 'n eilandje van verantwoordelijkheid in een zee van angstige nieuwsgierigheid. Welnu, dan roepen we elkaar nu duidelijk en meer bewust dan voorheen op om naar de stem der profetie te luisteren, naar de profeet gelijk Mozes, die de Here ons gegeven heeft.

1) Voordracht. gehouden voor de E.O.-(radio) op 29 oktober 1976.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief