KOMPLIMENTEN
1976-12-10
Wie zoet is krijgt niets, maar, wie stout is de roe.- Jaargang 20
- nummer 48
Iemand zei me eens: ons christenvolk is zuinig met komplimenten. We zullen elkaar niet gauw prijzen om wat er goeds gedaan is. En dat is jammer. Want we staan wel klaar met onze afkeuring en kritiek. En elk mens heeft op tijd een aanmoediging nodig.
Dat oordeel was weloverwogen. De spreker wist wat hij zei. En denkt u eens mee alstublieft. Misschien kunnen we er samen was aan doen.
Wat zijn komplimenten? Als u Van Dale gelooft (en doe dat maar) dan bevat het woord weinig goeds. Het kan een betuiging van beleefdheid, vriendschap of eerbied bevatten --- maar dan gaat het al ver over een vriendschappelijke aanmoediging heen. En verder --- behalve dan de gelukwens --- bevat het woord kompliment: plichtplegingen, omslag, vleierij en veeleisendheid. Dat is allemaal niet zo best. Ja, er is ook een goede mogelijkheid bij: u kunt een artist een kompliment maken wegens zijn voortreffelijk spel. Het gaat dan om een paar loffelijke woorden. Maar als er naar "gevist" wordt ... is ook dit kompliment onwaarachtig, leeg.
Eigenlijk jammer, dat we zo zuinig zijn met onze lovende woorden; ze eigenlijk pas afstaan als er naar gevist wordt. Zoals u een invalide muzikant een geldstuk in zijn bakje gooit.
Heeft God dan de blijmoedige gever niet meer lief? Als u kunstenaars kent in uw omgeving, weet u dat hun carrière gemaakt en gebroken wordt door de bejegening van hun medemensen. Werkend op het gladde koord, dat tussen natuur en cultuur gespannen staat, leven ze op een aanmoediging --- of vallen te pletter door een schimpscheut. En een kunstenaar mag dan wat meer impressionabel zijn --- hij is in wezen niet anders dan een ander mens, niet anders dan u.
Ook u hebt immers meer plezier in uw werk wanneer u wordt aangemoedigd --- dan wanneer de rode potloden worden getrokken. Of niet soms? Een aanmoediging maakt u sterk, vraag het aan de sportlui.
Maar een eskadron rode potloden brengt u in het defensief en dan bent u waarschijnlijk niet op uw best.
Goede dresseurs --- of het om jachthonden of om circusdieren gaat gebruiken geen zweep maar beloningen. Ten hoogste wordt een waarschuwing gegeven, wanneer een handeling dreigt mis te gaan. Maar met aanmoedigingen en beloningen wordt snel geleerd. En zonder spanningen geleerd, zonder frustraties zogezeid.
Ook een goed onderwijzer zal aanmoediging prijzen, wanneer zijn leerlingen hun best doen --- maar weet ook, dat dagelijkse kritiek alle animo in zijn klas uitdooft.
Een werkgemeenschap, een kantoor bijvoorbeeld, zal goed samenspel leveren wanneer de leider alle goede prestaties prijst; heel wat meer dan wanneer de leider op alle slakjes zout legt.
Dit zo zijnde nijpt de vraag te meer: waarom zijn wij kerkmensen dan zo zuinig met komplimenten? Is het soms omdat de Bijbel waarschuwt voor de tong, die ons vleit? Die een net op onze schreden spant?
Misschien wel. Want de Bijbel waarschuwt ons voor elke vorm van vleierij. En dat element moet dan ook te enen male buiten onze lofprijzingen blijven. Vleien is een nare zaak: iemand zo naar de mond praten. dat hij u uw zin geeft. Zoals de vos van La Fontaine de raaf zodanig vleide, dat deze de gestolen kaas uit zijn bek liet vallen - vlak voor de vos!
Maar het moet toch mogelijk zijn. iemand eerlijk te prijzen om wat hij presteert? Zonder enige vuige bijbedoeling? Waarom zijn wij daar dan zo zuinig mee? Nauwelijks zien we iets bij de naaste dat ons niet aanstaat - of we gaan hem naarstiglijk berispen. Jawel en we slepen er getuigen bij. opdat in meervoudige mond alle zaken vast staan. Maar nauwelijks zien we hoe onze naaste onze verwachting overtreft - of we klappen onze mond dicht.
En zeg nu niet dat de Bijbel ons de lofprijzing ontzegt. Er staat een heel hoofdstuk vol lofprijzingen bij de Spreuken ten bate van de deugdelijke huisvrouw. En ook veel broeders krijgen hun portie wel in de Schrift-- ze komen niets te kort.
Wat dan? Zijn we benauwd om een voorbarige pluim weg te geven, die we straks terug moeten nemen? Nu, beter iemand overschat dan onderschat. Zijn we bezorgd ons als rechter van goed en kwaad op te werpen? Om bevoegdheden te nemen. die ons niet toekomen? Kom kom - we zijn sinterklaas niet!
Er is een belegen kerkelijke anecdote van een “dienstdoende" ouderling, die zijn predikant van de kansel naar de kerkeraadskamer had getransporteerd en spontaan verzuchtte: dat was een beste preek.
dominé. - U bent de tweede al die dat zegt, was het pastorale antwoord.
- Hoe kan dat? stamelde de verblufte ouderling. - Op de trap van de preekstoel fluisterde iemand anders me dat in het oor, verklaarde de predikant.
Met dit oude verhaaltje kan veel van onze zuinigheid worden verklaard.
We willen niet in het gezelschap van de duivel worden gehoord of gezien. De goede predikant heeft ons alzo zelf gewaarschuwd: als we komplimenten geven lopen we misschien wel achter de duivel aan!
Nu, zulke oudwijfse fabelen moest u maar eens op sterk water zetten.
Een ouderling heeft onder meer tot taak - zegt het bevestigingsformulier - om over de preken te oordelen. ja zelfs over de wandel van zijn predikant. Wanneer zijn oordeel alleen negatief mag luiden en nimmer positief. is zijn oordeel geen oordeel - maar een onchristelijke bejegening.
Een verstandige ouderling bedankt voor zo'n baan. Of hij prijst de predikant zo vaak dit pas geeft - zonder hem te vleien of verwaand te maken.
Dat oordeel. dat beoordelen. is ook al zo'n moeilijk woord. Wij onderscheiden eigenlijk twee soorten oordeel: de kritiek en de waardering.
Kritiek is dan negatief geladen - waardering positief. Maar is dat wel zo?
Kritiek is: afmeten van een zaak naar het criterium. naar de maatstaf.
Dat kan dus gunstig uitvallen even goed als ongunstig. En waardering is: het bepalen van ons waarde-oordeel. Die waarde kan boven de middelmaat liggen even goed als er onder. Ergo: met een negatieve kritiek en een positieve waardering zijn we er niet. We moeten er aan durven, een zaak te beoordelen. Zijn we daartoe niet in staat dan hebben we nog ons vermogen om te zwijgen. Zijn we tot dat oordeel wel in staat - dan hebben we keus uit twee mogelijkheden. We kunnen spreken en we kunnen zwijgen. Maar spreken we of zwijgen we: laat het alles in het belang van de naaste zijn.
Is het voor zijn ijdelheid nodig. dat u hem duidelijk maakt dat hij niet volmaakt is - zeg het hem. Maar met vriendelijkheid zo dat hij het kan aannemen. En is het voor hem nodig, of nuttig, of onschadelijk, of louter plezierig, dat hij om zijn prestaties eens geprezen wordt - nu, prijs hem dan. Ronduit, eerlijk en openhartig. Het is ook in dezen zaliger te geven dan te ontvangen. En God heeft de blijmoedige gever lief.