Over "Saamhorig"
1976-12-17
Kennisgeving- Jaargang 20
- nummer 49
Tot nu toe is in “Opbouw" geen geboortebericht opgenomen van het blad “Saamhorig", ondertitel: “Maandblad tot samenbinding van" Vrij gemaakt Gereformeerden.
Met die laatsten zijn bedoeld de zgn. binnen- en buitenverbanders.
Het ontbreken tot nu toe van een aankondiging was o.m. te wijten aan het feit, dat aan het redaktieadres van Opbouw geen exemplaar was toegestuurd.
Hoewel het eerste nummer gedateerd is Oktober '76, bleek mij dat heel wat gemeenteleden er niet van op de hoogte waren. Dat vormt de reden waarom ik er persoonlijk enige aandacht aan besteed. De redactie van “Saamhorig" wordt gevormd door de broeders A. P. de Boer (Nijkerk), A. Ros (Maassluis). S. W. P. Verkade (Vlaardingen) en H. J. Zemel (Almelo). Als adres redactie en administratie van het blad staat vermeld: S. W. P. Verkade, Zuidbuurtseweg 2a, Vlaardingen.
In de redactie-verklaring wordt o.m. gezegd: “Al langere tijd koesterden verschillende leden van zowel de binnen- als de buitenverband-kerken een sterk onbehagen over de breuk van de jaren 1967 e.v. en over de stilte die geleidelijk rond de scheuring en de gevolgen ervan was gevallen.
En in onderlinge kontaktengroeide bij hen het besef van de noodzaak om die stilte op een of andere manier te doorbreken en te bewerken, dat in beide kerkgemeenschappen en tussen de leden daarvan de verschrikkelijke scheur die in de zestiger jaren in veel gemeenten broeders en zusters die tevoren aan één Avondmaalstafel en onder één kansel zaten uiteendreef, weer bespreekbaar en besproken zou worden.
Aan beide zijden van de breuklijn lijkt echter de laatste jaren eerder van een konsolidatie van het eigen kerkelijk leven dan van een bezinning op deze gescheurdheid sprake te zijn. De buitenverbandkerken zijn bezig met de vorming van een min of meer georganiseerd kerkverband. De binnenverband-kerken wijden zich na een periode van strijd en konfrontatie nu aan de opbouwen vernieuwing van het kerkelijk leven ......
Verderop wordt geconstateerd: “De huidige verhouding tussen de binnen- en buitenverband-kerken biedt voor optimisme over een spoedig herstel van de breuk weinig reden. Wie de kerkelijke hemeI afspeurt naar een wolkje als eens mans hand, zal daardoor niet erg bemoedigd worden."
Op de vraag: ..Maar wat wil Saamhorig nu konkréét" wordt geantwoord: 1. Saamhorig wil proberen te bewerken dat de breuk. .. niet "gewoon" wordt, niet wegzakt in het moeras der historie ... 2. Ook de niet te onderschatten verschillen van inzicht die ... voor een deel oorzaak waren van de breuk zullen opnieuw aan de orde moeten komen ... 3. Saamhorig wil ook aan de kerkleden die in de pers als regel over weinig uitingsmogelijkheden beschikken, een kanaal bieden waarlangs zij hun mening over de vragen in geding naar voren kunnen brengen ... als mondige leden van de kerken ... 4. Tenslotte ... hoopt Saamhorig eraan mee te werken dat men weer een reëel beeld van elkaar gaat krijgen, dat karikaturen... verdwijnen ......
Reacties
Onder het kopje "Geen lang leven ... " staat o.m. te lezen: "We hopen tenslotte dat Saamhorig geen lang leven beschoren zal zijn, doordat andere bladen onze taak overnemen, of, nog liever, doordat de breuk ... zou worden geheeld in de weg van gezamenlijk luisteren naar Gods geboden".
De zinsnede “doordat andere bladen onze taak overnemen" bevat duidelijk een uitnodiging.
In het Nederlands Dagblad stonden kort daarna een aantal persoonlijke reacties van o.m. kerkblad-redacteuren. Van de kant der buitenverbanders waren deze betrekkelijk positief. Daarnaast las ik reacties van ds J. Kok en ds M. K. Drost (in het “Gereformeerd Kerkblad voor Overijssel, Gelderland, Utrecht en Noord-
Holland"), van dr J. Douma (in “De Reformatie") en van ds D. K. Wielenga (in de rubriek 'Kerkelijk leven' uit "De Schaapskooi" overgenomen in “De Reformatie").
Tenslotte de conclusie van ds F. de Vries, verzorger van laatstgenoemde rubriek: "de redaktie van 'Saamhorig' spreekt de wens uit dat het blad niet lang zal bestaan. Met die wens ben ik het hartgrondig eens; mijn motief is echter een ander: dat het z'n kerkverwoestend werk slechts kort zal voortzetten". De reactie van ds Wielenga liegt er trouwens ook niet om, terwijl de overige genoemde misschien wat gematigder van toon zijn, maar ook nauwelijks aanmoedigend te noemen.
Ter overweging
Begon ik met een “geboortebericht", de binnenverbandse officiële reacties zijn in de trant van “een doodgeboren kindje", zoniet “abortus provocatus". Bij mij persoonlijk roepen ze de herinnering op aan een klimaat en sfeer die benauwend en verstikkend waren.
Daarnaast staat dat bij de oprichting van "Opbouw" van meet af gezegd is: wij willen niet polemiseren (al is dat niet altijd gelukt). Op zichzelf genomen genoeg reden het hierbij te laten.
Zeker als ik in de reacties opnieuw de Open Brief, het independentisme, de loslating van de band aan de belijdenis en wat dies meer zij zie passeren.
Persoonlijk (en op dát punt ben ik het met ds Wielenga eens) heb ik er geen behoefte aan nog eens de gezondheid en het leven van ettelijke kerkmensen in de waagschaal te leggen. Nog daargelaten dat onze subtiele discussies voor een buitenstaander nauwelijks te volgen zijn en nog minder interessant.
Wie echter werkelijk naar de diepere achtergronden wil speuren, moge zich o.a. de volgende vragen stellen: Wat betekent bijbelse christelijke vrijheid bij de hantering van kerkorde en belijdenisgeschriften, of anders gezegd: waar liggen de grenzen van zowel bandeloosheid als wetticisme?
Hoe komt het dat mensen van gereformeerden huize het felst zich keren tegen hun eigen broeders en in een broederstrijd bereid zijn desnoods over lijken te gaan? Is het "bekvechten" ons soms aangeboren?
Is uiteindelijk, bewust of onbewust.
niet een vorm van rationalisme onze diepste drijfveer, juist als we bezig zijn "consequenties te trekken" uit bijvoorbeeld "het ethisch conflict" (m.i. zelf al een vorm van "consequenties trekken")?
Zou het niet zinnig zijn, alvorens het gesprek verder te voeren, onszelf aan te leren "zindelijk te denken" i.p.v. ons te begeven in het stellen of oplossen van foute dilemma's?
Met opzet heb ik zoveel mogelijk geijkte termen vermeden. Wil men in een discussie de diepte zoeken -- akkoord. Maar het valt te vrezen -- en te hopen -- dat het dan een discussie wordt door de diepte heen.