De klokken van Inveraray
1976-12-24
Ergens aan de noordkust van Loch Fyne ligt het stedeke Inveraray.- Jaargang 20
- nummer 50
Dat is in het Schotse hertogdom Argyll. Het heeft een zacht klimaat, is door een hoge bergrug afgesloten voor de oceaanwinden en ligt volop in de zon, in een beschutte ronding van het meer, aan de uitmonding van het riviertje Aray.
Dat Inveraray heeft al vijf eeuwen stadsrechten. Geen, wonder dat de hertog van Argyll daar ook zelf woont, in een fraai kasteel. Het stadje is bovendien architectonisch "schoon gebouwd, wel saamgevoegd", zoals David van Jerusalem eens zong. Het is - bezien vanaf het water of vanaf de overkant van Loch Fyne - een opmerkelijke eenheid van aaneengesloten witte huizen. Waar een enkele opening tussen de huizen overbleef werd een reeks poorten gebouwd, sierlijke arcaden. Zodat wie de weg naar Oban zoekt aarzelt, alvorens door een poort te rijden, bezorgd als hij is in een particuliere tuin te verzeilen.
Daar ligt dan dat schone stedeke, zich in een boog voegend naar de kustronding, gestoffeerd door omringende eikebossen en ingebed in de coulissen van achterliggende heuvels. Bijna helemaal wit, met slechts enkele roodstenen bouwwerken daar tussen.
Het grootste roodstenen bouwwerk is de klokketoren. De Belfry, of Belfort. zoals wij zeggen. Hij beheerst de huizen als een dirigent zijn koor: hii domineert in het stadsbeeld als een orgel in een kerkgebouw.
En in die toren - dat ziet u zo niet, daarom vertel ik het u maarhangen tien verschillende luidklokken. Niet van die kleintjes, maar heel behoorlijk zware en diepe klokken. De zwaarste weegt ruim twee ton en laat een diepe C horen. De anderen lopen over re, mi, fa, sol en zo voort omhoog tot de hogere E. Deskundigen weten nu al: een diatonische ladder en daar is veel schoons mee te doen.
Op het vasteland van Europa hebben wij carillons: groepen van meer dan 24 klokken, die vanaf een klavier worden bespeeld. Ook kennen wij de kleine klokkespelen, van 10-12 klokjes, die mechanisch tot klank worden gebracht. In beide gevallen door middel van hamers.
En een klok, die met een hamer wordt aangeslagen, kan nooit de volle diepe toon geven, die met het luiden wordt verkregen.
Maar in Engeland en Schotland "speelt" men met een groep luidklokken.
Dat spel is een heel aparte kunst. Want wel kennen wij torens met twee, drie of vier luidklokken en zulke klokken kunnen bij hoogtijdagen ook bizonder mooie effecten geven. Maar een "ring of bells" , een groep van acht tot tien opeenvolgende luidklokkendat is iets, waarvoor u naar de overkant moet gaan. Daar weet men theoretisch en praktisch, hoe je rnet een koor van luidklokken kunt spelen! Engeland telt duizenden van die "rings of bells". Het arme Schotland heeft er maar 14. En verreweg de schoonste groep vindt u in Inveraray.
Inderdaad, de luidklokken van Inveraray zijn opmerkelijk schoon. Ze zijn de trots van de stad en van de verre omtrek. Ze zijn moeizaam bijeengespaard door de voor-vorige hertog van Argyll. Die heeft er al zijn vrienden en familieleden, mitsgaders een grote club donateurs (de vrienden van de klokken van Inveraray) zwaar en menigmaal voor adergelaten., Die klokken zijn zuiver gestemd; niet alleen voor wat de hoofd- of slagtoon betreft, maar ook vier boventonen zijn zuiver geijkt. Daardoor hebben ze een fraaie intonatie gemeen, die goede samenklank garandeert. Voorts is de toren zo gunstig gebouwd, dat de klanken kostelijk over het stadje en de verre omtrek worden uitgezonden.
Als u nu nog even denkt aan de noordelijke bergcoulissen en het meer op de voorgrond, dan kunt u zich indenken: hoe de totale klank van tien luidende klokken als door een klankbord wordt gebundeld en uitgewaaierd tot mijlen in de omtrek. Bij rustig weer komt die klank van de overzijde van Loch Fyne terug!
De klokken hebben namen, waarbij de oude zendelingen uit vroege eeuwen worden geëerd. Allemaal zendelingen, op Maria na, die in deze omgeving het christenqorp. brachten, komende van het eiland lona. Allemaal zendelingen, wier kerkjes vanaf de klokketoren zichtbaar zijn. Daar hebt u Moluag, die de kerk van Inveraray heeft gesticht; Columba, die een kerkje aan Loch Awe bouwde; Murrd, wiens kerkje in Glen Aray in puin ligt; Blaan, de stichter van het kerkje van Dunblane; Murdoch, de kluizenaar die aan Loch Fyne woonde; Bride, de zuster die het kerkje te Kilbride bouwde. Molaise, wiens naam in het nabije Strachur wordt bewaard. Allen voorgangers, arbeiders van het eerste uur, die in gedachtenis worden gehouden; waaronder twee vrouwen. En als de klokken luiden dan is het. alsof hun stemmen spreken over Argyll, nadat ze gestorven zijn.
Die stemmen klinken krachtig en vurig en worden van verre gehoord, lang tevoren verheugde. Want uit de kring van "vrienden van de Met het kerstfeest is er weer zo'n gelegenheid, waarop het stadje zich klokken van Inveraray" is een ploeg klokkeluiders gevormd en opgeleid, die deel mogen nemen aan het feestelijk gezamenlijke luiden, het oude "change ringing". Laat me u mogen vertellen wat dat is; u wilt dat weten.
Het luiden heet daar "ringing". En het woord "change" slaat op de talloze variaties, die bij dat luiden mogelijk zijn. Zonder die variaties zou het luiden al gauw vervelen. Maar door het rijke palet van variaties wordt het gezamenlijk luiden tot een onuitputtelijke bron van vreugde.
De grootste klok, u weet dat al, weegt ruim twee duizend kilogram.
Als die door het klokketouw tot zwaaien wordt gebracht gaat dat plechtig en langzaam, zoals u begrijpt. Na elke drie seconden geeft hij een machtige diepe toon.
De volgende klok, die nog geen anderhalve ton weegt, zwaait iets vlugger. Hij doet er minder dan drie seconden over om zijn stem te laten horen.
Zo gaat iedere kleinere klok iets sneller zwaaien dan de voorgaande.
Midden in het koor zit er een, die elke twee seconden spreekt. En bovenaan zit de klok, die er zowat anderhalve seconde over doet. Die kleinste klok geeft dus ongeveer twee slagen tegen de grootste een.
En wat zit daar nu aan vast?
Wanneer de tien klokken op een commando van de leider alle gelijktijdig worden aangetrokken, kunnen ze de eerste keer allemaal tegelijk hun toon geven. U hoort in dat geval maar één slag met een tienvoudige klank. Direct daarop geeft de kleinste klok zijn volgende slag, daarop doet de tweede zich horen, de derde en zo voort. Wanneer eindelijk ook de grootste klok opnieuw zijn zware bom heeft laten horen, is de reeks van boven af al lang weer begonnen. Want iedere klok heeft zijn eigen tempo van zwaaien en luiden; maar de opvolging van de verschillende tonen verandert iedere keer. Er ontstaat een eindeloos gevarieerde reeks van klankgroepen, die volgens een regelmatig wiskundig patroon verloopt.
Dit noemt men de "change ringing" . Het duurt heel lang, voordat alle klokken opnieuw eenmaal tegelijk luiden. Hebt u een vermoeden hoe lang? Dat duurt 5040 slagen van de grote klok, oftewel iets meer dan vier uren. Niettemin zijn er luidgroepen, die er een eer in stellen, zulk een "full peal" te behalen, het totale luidschema rond te luiden.
Daarbij is de opvolging van klokketonen niet alleen wiskundige zaak - maar ook heeft elke klokketoon zijn eigen karakter. Een Engels schrijfster 1) heeft eens getracht een reeks van acht klanken weer te geven als: "tin, tan, din, dan, bim, bam, bom, boh".
Met elkaar is dit alles voldoende materiaal voor een grootse en verrassende symfonie. Want niet alleen heeft elke klok zijn slagtoon, maar ook nog vier zuiver gestemde boventonen, als gezegd. De tien klokken leveren dus vijftig hoorbare tonen. Maar bij hun entmoetingen geven die tonen bovendien weer nieuwe klanken. En dan is elke seconde het ritmisch en harmonisch patroon gewijzigd!
Wanneer met het kerstfeest de klokluiders hun werk aanvangen zal de stad uitlopen of zijn ramen open zetten. Dan zitten ze in Sint Catherines aan de overkant van het water eveneens te luisteren. En in alle dorpjes in verre omtrek, die onder het bereik van de klokken van Inveraray vallen, dan komen daar bruisende golven van muziek uit de hoge toren. Tuimelende klanken van hoog tot laag vervullen de lucht met hun zang.
De tonen blijven hangen, men ademt ze in, men drinkt ze in. Er is geen ontkomen aan: de wereld is barstens vol zang en muziek. Het verbaast u, het grijpt u aan, het neemt u mee. Betoverend zingen de klokken het evangelie van vrede op aarde voor mensen, in wie de Heere God een welbehagen heeft.
Het is alsof engelenkoren meezingen. Het is als die eerste kerstnacht, schoner dan de dagen, toen de hemel openbrak en legers van engelen Gods blijde boodschap uitjubelden. Het klinkt daar als machtige orgels, als een wereldgroot symfonie-orkest: hoge strijkers, diepe tuba's, schelle trompetten en machtig dreunend slagwerk, sonore houtblazers en parelende harpen. Daar doorheen is het alsof u massale menselijke koren hoort zingen, steeds wisselend van akkoorden, variërend van toonaard, schommelend in ritme en toch alles majesteitelijk beheerst door slingergetal en gewicht.
U denkt aan de Hohe Messe van Bach: u denkt aan Verdi's Requiem; of aan het machtige orgelwerk van Liszt: "Ad nos ad salutarem undam".
En ja, golven van heil spoelen over u heen. vervullen u, doen u stikken van geluk. Ook met de tong van bronzen klokken wordt het evangelie van Jezus Christus' geboorte overtuigend uitgedragen.
Als eindelijk de klokken zijn uitgebeierd en tot rust gekomen, hoort u de echo nog 24 seconden lang van over het meer terugkomen naar Inveraray.
1) Dorothy Sayer, "The nine taylors"