Niet argeloos in het leven staan
1976-01-02
Wij moeten niet dadelijk ons vertrouwen geven aan allerlei mensen, die vroom praten en zich godsdienstig voordoen. Beter is het wat voorzichtig te zijn. Niet wantrouwig, maar bedachtzaam acht geven op wat zij zeggen en wat zij doen.- Jaargang 20
- nummer 1
Van onze Heer Jezus staat geschreven, dat, toen Hij op het Pascha was en velen bij het zien van zijn machtige daden Hem geloof schonken, Jezus zich niet met hen inliet. Hij wist wat er in het hart van een mens omgaat (Joh. 2 : 23-25).
Wij bezitten een dusdanige hartekennis niet. Wel weten we wat er in het hart van een mens kán zijn.
Dat een mensenhart arglistig is en dat velen een schijn van godsvrucht kunnen vertonen, maar de kracht van de godsvrucht missen.
Dat moet ons voorzichtig maken.
Wij moeten ons niet dadelijk aan iedereen toebetrouwen. Valse profeten kunnen in schaapskleren tot ons komen, hoewel ze van binnen grijpende wolven zijn. Paulus spreekt ergens van bedriegelijke arbeiders, schiinapostelen, die oneerlijk te werk gaan en zich als echte apostelen voordoen (2 Cor. 11 : 13).
Wij kunnen niet in iemands hart kijken, maar de Heer heeft gezegd ‘aan hun vruchten zult ge ze kennen.
De Statenvertalers tekenen daarbij aan: ‘door deze vruchten wordt verstaan niet zozeer het leven, hetwelk voor een tijd bedriegen kan, als wel de leer die aan Gods Woord moet beproefd zijn'.
Als we zo bedachtzaam en kritisch ingesteld zijn, vinden we niet alles aanvaardbaar en mooi wat met veel stichtelijkheid naar voren wordt gebracht. Dan komen we ook niet zo gemakkelijk onder de indruk van een sectariër, die met vrome praat en veel bijbelteksten zijn voet tussen de deur komt zetten. Dan worden we ook wat meer voorzichtig met de boeken, die we onze kinderen in handen geven en dan nemen we niet zomaar alles aan, omdat een dominee of een professor in de theologie het zegt.
De Beneers ontvingen met bereidwilligheid de prediking van Paulus en Silas. Ze luisterden heel aandachtig naar hun boodschap en bestudeerden dagelijks de Schrift om te zien of het waar was wat Paulus zei (Hand. 17 : 11). De Statenvertalers merken daarbij op: Dit is een recht edel gemoed, dat zijn geloof niet op het zeggen van mensen, maar alleen op Gods Woord bouwt.